We kregen via via al berichten te horen over een hevig bloedende Jean Pierre Rawie in de intercity, maar in zijn column voor het Dagblad van het Noorden beschrijft de dichter wat hem vorige week zaterdag overkwam in de hoofdstad. Had hij net de ijzelperiode in het noorden overleefd en nu gebeurde dit na een optreden:

Aansluitend tafelde ik en petit comité in een oud-befaamde gelegenheid naast het Concertgebouw, bij het verlaten waarvan ik struikelde over een oneffenheid van het trottoir, en ter aarde stortte. Door een ongezeglijke rechterarm kon ik mijn val niet breken, en plofte plat op het plaveisel, met een gekneusde knie, verstuikte pols, en een deerlijk door schaafwonden gehavend gelaat tot gevolg (neen, niets gebroken, dank u).