Céline van Pieter Waterdrinker heeft de longlist van de Libris Literatuur Prijs niet gehaald tot verdriet van de auteur. In haar rede ‘De staat van de Nederlandse literatuur’ die Noraly Beyer uitsprak tijdens de bijeenkomst ‘Tussen longlist en shortlist’ in boekhandel Van der Velde in Zwolle ging de juryvoorzitter in op het aanbod aan literatuur van het afgelopen jaar.

De oogst was in ieder geval rijk en relevant, maar minder divers dan we zouden willen. Opvallend is dat thema’s die in het brede maatschappelijke veld een prominente rol spelen in heel wat romans uitgediept worden.

Naast het wat traditionele familiethema, kwam er ook nogal veel ellende langs:

Allerlei aangrijpende ervaringen en soms trauma’s leiden naar verhalen waarin eetstoornissen, incest, toxische relaties, narcisme, pornoverslaving, rouw, dementie, migraine, autisme, misbruik, vliegtuigrampen, psychoses en neuroses aan bod kwamen. Zelfs een leveringsprobleem met Ikea dook op!

De uitgeverijen krijgen wel een veeg uit de pan:

Nog te vaak kwamen we karig geredigeerde romans tegen en de schrijf- en typfouten blijven een plaag.

Beyer constateert dat er veel boeken over de actualiteit (‘Gaza, Oekraïne, Soedan, aanslagen, extremisme, het klimaat, de gevolgen van Covid’) werden geschreven en juist in Céline komt de oorlog tussen Rusland en Oekraïne aan bod. Maar blijkbaar voldeed de roman van Waterdrinker niet aan de volgende beschrijving:

Hoe klassiek of zwaarwichtig de thema’s ook waren, de romans uit de longlist slagen erin om ze enige lucht te geven, door ze vaak in te bedden in een weloverwogen structuur en door ze te laten botsen met de mythologie van een land bijvoorbeeld, met oude meesters, met de geesten van de voorvaders.

Op X reageert Waterdrinker naar aanleiding van het artikel in eerste instantie aldus:

Flikkeren jullie toch een eind op!

Het lijkt of de schrijver vooral reageert op de kop boven het stuk in Boekblad, ‘De oogst was rijk en relevant, maar minder divers dan we zouden willen’:

Ik herhaal deze tweet. Omdat dit de staat is van ons land. En van de literatuur. Ik woonde in de USSR. Toen móest je de ideologie volgen, of je werd genegeerd of gedood. Het is nu niet anders. Het ergste is dat Nederlandse schrijvers massaal zwijgen. Sommigen overigens niet.

Op Facebook staat een langere versie van zijn weerstand:

Ik heb de USSR aan den lijve meegemaakt. Toen moest de literatuur van de Schrijversbond ook een bepaalde richting op. Deed je dat niet dan werd je door Moskou verstoten. Of je geraakte in een kamp. Of je werd gewoon gedood. Dit is wat er werkelijk broeit. In de wereld der letteren. En vooral eromheen. In Nederland. Men heeft een agenda. Een agenda met een masker op. Hoe komt het toch dat ik altijd (bijna) weer de enige ben die tegen deze gevaarlijke onzin in opstand kom? Waar zijn mijn collega-schrijvers? Zijn jelui soms bang verder nooit meer op het schild gehesen te worden? En wel opkomen voor en tegen vreemde regimes! Prima! Maar kom ook eens op voor je eigen regime! Dat van de ultieme vrijheid van de geest! De zogeheten literaire vrijheid. Laat je NOOIT door jury’s iets voorschrijven. Jury’s die voorschrijven horen in de gracht. Vrijheid in de Nederlandse letteren begint stilaan een farce te worden.

De jury van de Libris Literatuur Prijs 2026 bestaat uit Noraly Beyer, Sander Bax, Liesbeth D’Hoker, Roos van Rijswijk en John Vervoort.