Recensie: Hendrik Groen – Piaggio
Een oubollig geschenk
Met Pogingen iets van het leven te maken denderde het dagboek van Hendrik Groen de bestsellerlijst binnen en hield het daar 159 weken vol. Slapstick in het verzorgingshuis, maar wel met een maatschappelijk scherp randje: de betuttelende wijze waarop met bejaarden werd omgesprongen werd aan de kaak gesteld. Wie achter het pseudoniem Hendrik Groen schuilging, bleef lange tijd verborgen. Peter de Smet, hij was de auteur, vermeed de publiciteit als de pest en pas als Boekenweekgeschenkauteur heeft hij uitgebreide interviews gegeven. De CPNB heeft dus gekozen voor een populaire auteur en Piaggio is inderdaad geschikt voor een heel breed publiek.
Met literatuur heeft het niet veel te maken, wel met de hoop op een groot commercieel succes. Marieke Bollegraaf (58) uit Almere is op zoek naar een date, maar is niet erg handig met datingsites. Op de vijftigste verjaardag van haar buurvrouw komt ze Anton Struik (61) tegen. Zij is een kapster met reuma en hij een filiaalmanager van een failliete schoenenwinkel. Beiden snakken naar een vakantie en als Anton bekent dat hij een droom had om met een Piaggio over de Alpen terug naar Nederland te rijden, dan heeft hij zijn medereiziger ter plekke gevonden.
Stel je voor wat er mis kan gaan op zo’n reis en grote kans dat die gebeurtenis in Piaggio is verwerkt. Zou de Italiaan die hun het autootje verkoopt wel helemaal betrouwbaar zijn? ‘Dit is tenslotte het land van de maffia,’ merkt Anton al eerder op. En zou dat rammeltje in de auto een vooruitwijzing zijn naar naderend onheil?
Op de zin ‘Hij zoende een beetje zoals een hond uit de sloot drinkt.’ na valt er stilistisch weinig te genieten in het Boekenweekgeschenk. Alle emoties worden benoemd en er wordt door de personages veel met het hoofd geschud, verbaasd gekeken, gelachen, gezucht en heel veel geknikt. En dan krijg je van die zinnetjes als de volgende:
* Anton knikte vermoeid.
* Hij knikte.
* Anton knikte goedkeurend.
* Ze ving zijn blik en perste er een glimlach en een klein knikje uit. Hij knikte terug en hief even zijn biertje naar haar.
* Anton knikte en keek het zaaltje rond.
* Anton knikte instemmend.
* Marieke knikte.
* Marieke aarzelde en keek even opzij, recht in het gezicht van haar gespannen meeluisterende vriendin, die knikte alsof haar leven ervan afhing.
* Af en toe knikte Marieke begripvol […].
* Anton knikte.
* Anton knikte haar bemoedigend toe.
* Ze knikte.
* Anton knikte.
* Anton glimlachte onzeker en knikte het baasje toe […].
* Anton knikte en wees door de voorruit naar de horizon.
* Anton knikte begrijpend.
* Anton knikte.
* Anton knikte.
* Marieke knikte afwezig.
* Haar broer knikte.
* Lidy knikte.
In de rolverdeling tussen man en vrouw lijkt het of de jaren vijftig van de vorige eeuw terug zijn. ‘De taakverdeling was helder: Anton stuurde, Marieke verzorgde het eten en drinken en praatte gezellig de tijd vol.’ Als ze een stuk niet meerijdt, dan mist hij haar ‘gebabbel’. Elders staat dat ze ‘kletste’. Bij het kiezen van een Piaggio had zij het liefst een lichtblauw exemplaar gehad ‘maar ze begreep dat kleur alleen een mager criterium was.’ Kan het oubolliger? Hopelijk durft de CPNB volgend jaar weer voor een schrijver te kiezen die de lezer meer uitdaagt.
Coen Peppelenbos
Hendrik Groen – Piaggio. CPNB, Amsterdam. 96 blz. Gratis bij besteding vanaf € 17,50 aan Nederlandstalige boeken.
Deze recensie verscheen eerder in een kortere versie in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 11 maart 2026.

De literatoren mogen het CPNB wel dankbaar zijn. De randstedelijke literatuurelite kan zich weer eens heerlijk verheven voelen boven het gepeupel. Stel je toch eens voor dat een loser uit de provincie geniet van het boekenweekgeschenk. Het is niet te hopen dat het volgende boekenweekgeschenk weer van het vertrouwde hoge nivo is. Waar moet men dán over klagen?
Over welke randstedelijke elite heb je het precies?
Coen, wat Berry Vos schrijft is goed te begrijpen. Hij zal jou niet bedoeld hebben, maar Maja Pruis wel. Wat ik nou werkelijk niet begrijp is waarom het boekje van Hendrik Groen door literatuurcritici wordt besproken, het gaat immers nadrukkelijk niet over literair werk. Een Amsterdame toneelcriticus hangt toch ook niet de, spreekwoordelijke zelfvoldane, arrogante randstedeling uit door een amateurtoneelvoorstelling in de Achterhoek, om maar wat te noemen, neer te sabelen?
Coen, jouw bespreking valt nog wel te billijken, maar die van Marja Pruis? Er zijn heel wat liefhebbers van het werk van Hendrik Groen, en het enige wat Marja Pruis met haar recensie heeft bereikt is dat geen van deze liefhebbers nog een boek zullen kopen dat door haar positief wordt besproken. En zo gaat het literaire wereldje aan navelstaarderij en gebrek aan zelfkritiek ten onder, een klein klef wereldje.
Het is toch fijn om hiermee mensen aan het lezen te krijgen.. en door Hendrik Groen zijn velen dat gaan doen. Meer dan met literatuur waar de meeste niet op zitten te wachten. Jammer van alle denigrerende recensies en uitspraken over dit boekenweekgeschenk en zijn boeken. Heel veel mensen laten zich daardoor gelukkig niet weerhouden.
ik vond al zijn boeken geweldig en door dit geschenk haal ik toch maar een boekenbon, verheug me om het te lezen.
Wat een zwaktebod om een negatieve ontvangst van een boek om te buigen naar een Randstad versus plattelandsdiscussie. We hebben het hier over een boek wat aantoonbaar, en volgens de criteria waaraan literatuur moet voldoen, niet origineel is, geen diepgang heeft, waarin de taal vlak is, en wat geheel is dichtgetimmerd. Een recensent schrijft niet om bij de lezer, of deze nu woont in de Randstad of op het platteland , het plezier te ontnemen.