Het ik objectiveren

De titel van de nieuwe roman van Henry Sepers, Moeder is een ding, is tweeledig op te vatten. Ja, een moeder, een ouder, is vrijwel voor elk kind een issue, en al zeker voor een schrijver een onuitputtelijke bron, een ware fontein van (zelf)onderzoek. Maar in dit kader is de moeder op verschillende manieren ook tot een ding, een object verworden. Allereerst door het achterhouden van een geheim, vooral voor verteller Helmer, daarna door een ongelukkige val waardoor ze in een coma terecht komt en ten slotte door de dood.

Helmer is de oudste zoon, uit een eerder huwelijk. De biologische moeder die, om de spanning te duiden, uitsluitend met ‘de Vrouw’ wordt aangeduid, ligt op de onderste etage van een graf. De vader is daar al enige tijd ‘bovenop’ geplaatst. Hij zal binnen niet al te lange tijd gesandwicht worden tussen beide vrouwen.

Net zoals Helmer, een succesvolle dichter-schrijver die veel in de pers opduikt (sic!), zich gedurende de gehele roman tussen zijn zussen Lieke en Magda ophoudt. Lieke, een daadkrachtige verpleegster, getrouwd met Tim, twaalf ambachten, dertien ongelukken. Magda al van jongs af aan een kluizenaarstype, hypersensitief, die zich letterlijk verliest in haar tekenwerk.

Ja, er zijn ontelbare moederboeken, maar Sepers is in Moeder is een ding, ontegenzeggelijk origineel. Hij speelt als schrijver én als verteller Helmer met het perspectief, een soort droste-effect, spreekt de lezer fijn gedoseerd aan, wisselt heel natuurlijk van de ik-persoon naar de derde persoon enkelvoud. Het is een waar kunststuk dat het verhaal vanuit één bron lijkt te komen, terwijl je toch het idee hebt zo nu en dan in de hoofden van Lieke, dan wel Magda te verkeren.

Taal geeft vorm aan wat wij ons herinneren. Ik mag niet alleen stem geven aan de moeder die in mijzelf huis, maar moet ook aandacht schenken aan de versie die die in jullie voorleeft. Geef mij een onderkomen in jullie hoofden, een tijdelijk verblijf. […] Zie dit als een poging mijn leven te beteren, al zal dat niet makkelijk zijn, omdat tot nu toe alles wat ik schreef terugsloeg op mijzelf.

Sepers heeft een aangename stijl, is subtiel geestig, echt op een fijnzinnige manier. De o zo bekende pijnscheuten die bij een samenzijn van totaal verschillende verwanten opduiken – allereerst wakend in de nacht bij de moeder in coma, later in het huis bij het opgebaarde lichaam en in retrospectief ook bij vader – weet hij vooraleerst mooi onderhuids te houden. Vervaagde tatoeages die langzaam weer fel worden ingekleurd. Allereerst houdt de verbaal sterke Helmer voornamelijk zijn mond. (De lezer kan gelukkig wel in stilte genieten van zijn gevatheid.)

Doodgaan moeder, doet u niet voor uzelf, maar om ruimte te geven aan de verhalen van uw nabestaanden.

En er komt echt heel wat los. Een zwaar gereformeerde achtergrond. Een kind dat verzorgd wordt, maar geen antwoorden krijgt, geen echte liefde. Een huis dat de ouders van Helmer wilden vergeten. Voor Lieke en de jongste Magda geldt dat niet, zij zijn vruchten van de nieuwe verbinding.

Sepers is mild, nuanceert vooral het personage Helmer. Wanneer hij naar een oude foto kijkt, die natuurlijk weer door Magda moet worden getekend, Magda die leeft in haar wereld van gezichten, weet hij dat de scène poreus geworden is, dat de foto heel veel verschillende betekenissen op kan zuigen. De nuance, de geestigheid, het waarachtige karakter en de uitgebalanceerdheid tillen deze roman boven de gebruikelijke moederboeken uit.

Helmer weet dat het ‘vuile schuim’ als eerste aanspoelt, maar hij perst er ook mooie herinneringen uit. Is wel zo eerlijk dat hij zich daarvoor moet forceren. Het is mooi hoe Sepers via Lieke en Magda de schrijver in het algemeen, de ‘verheven creatieveling’, op de plaats zet. Mooie zelfspot via gevolmachtigden.

Hij drinkt te veel, lijkt trots op de groeven in zijn gezicht, de vale teint van zijn huid. Het geeft hem iets doorleefds, denkt hij zeker, dat bij zijn status past. Ze heeft er nooit aan kunnen wennen dat hij op de televisie komt, in de kranten staat, in de boekhandel ligt. Het is voor haar altijd geweest alsof er twee Helmers zijn.

Nou, voor Sepers en voor Helmer zelf ook. Lieke geniet wanneer ze tegen ‘de grote bohémien’ het woord burgerman kan gebruiken in het kader van zijn outfit. Sepers weet het ‘telling detail’ goed te gebruiken, een enkele zin meerdere keren in een net verschoven betekenis op te voeren. ‘Sorry, dat ik het zeg.’

Magda weet alleen op het kerkhof het pijnpunt van Helmer raak te duiden. Ze wil niet gaan kijken bij het graf van hun vader. Misschien is de steen al gelicht, er een glimp van beider kisten zichtbaar. Van de Vrouw ook die zolang heeft rondgespookt in het gezin en in Helmers lyriek. ‘Het bracht hem succes, maar geen geluk. Kunst als lapmiddel, als spons die leed opzuigt. Magda weet als geen ander dat het niet werkt.’

Zoals je wel vaker ziet heeft de moeder voor haar kleinkinderen wel veel liefde over. Een letterlijk en figuurlijk spaarzaam type. Maar Helmer zeg terecht: ‘Het verhaal is altijd belangrijker dan de brokkelige realiteit. Soms vervormt de fictie de waarheid echter te erg. Je kunt gemakkelijk het beeld van iemand laten kantelen door eenvoudig iets belangrijks uit de geschiedenis weg te laten.’ Het voorbeeld van een verhaal over een pak slaag vanwege een roze sjaal, dat uiteindelijk, vergevingsgezind wordt aangevuld met het brengen van een mooie pet naar school.

Sepers en Helmer zijn vergevingsgezind in Moeder is een ding. En Liek en Magda in zekere zin ook. Tussen haakjes betuigt Helmer spijt, geeft toe dat de onzekerheid oordelen ingeeft, terwijl inzichten nog ontbreken. Opnieuw is Helmer uiterst geestig wanneer hij aangeeft dat de critici vinden dat zijn gedichten handelen over ‘een verlangen naar intimiteit’ en dat ze ‘de behoefte om de leegte in de dichter zelf te omsingelen met woorden’ vervullen. Citaten die het prima doen op een achterflap.

Moeder is een ding beklijft, blijft je in de greep houden. De beklemmende sfeer rond de zwaar-christelijke gemeenschap. De aftakeling van de vader, de perikelen rond zijn euthanasie. ‘Tot het laatst toe wil je het de stervende naar de zin maken.’ De ontelbare piketpalen van de herinnering van Helmer die Sepers slaat, de geregisseerde herinneringen van de moeder. De originele vorm. De fantasieën die iemand gaat verzinnen die geen antwoorden krijgt. ‘Er is geen kennis die de fantasie grenzen oplegt.’

De kanonskogel die een oude buurvrouw ineens op Helmer loslaat. De oude juffrouw van de kleuterschool die wordt opgedoken en die meer kan vertellen. Helmer die eindelijk grondig onderzoek wil doen naar het verhaal van de Vrouw, afstand wil doen van het raadsel waaraan hij gehecht was geraakt, waar hij uit putte, van leefde.

Maar wat moest ik aan met mijn vragen, mijn verlangens, het besef van de ondoorgrondelijkheid van mijn bestaan, als daar een weten voor in de plaats kwam?’ Waarover kon ik dan nog schrijven.

Nou, dat maakt Moeder is een ding wel duidelijk. Hopelijk laat Sepers zijn peillood nog vaak neer in de gebieden waar hij nog niet is geweest.

Guus Bauer

Henry Sepers – Moeder is een ding. Magonia, Utrecht. 224 blz. € 22,95.