Recensie: Jung Chang – Vlieg, wilde zwanen
De kooi sluit weer
China bleef vrijwel de hele twintigste eeuw in nevelen gehuld. Daar kwam op de valreep van het millennium verandering in door Wilde zwanen (1991), waarin Jung Chang aan de hand van haar grootmoeder (1909), moeder (1931) en haarzelf (1952) beschreef hoe de geschiedenis inbeukte op gewone Chinezen. Er ging een wereld open voor de westerling, net rond de tijd dat China openging voor de wereld. Inmiddels raakt het Westen niet uitgepraat over het Middenrijk en heeft Chang zich ontwikkeld tot een uitgesproken dissident. Zoals de naam al aangeeft leunt het nieuwe Vlieg, wilde zwanen sterk op haar eerdere werk, maar dat recept boeit dan ook nog steeds. Met haar moeder en zichzelf als voorbeeld schrijft ze dat China even van welvaart en vrijheid mocht proeven en dat laatste nu weer kwijtraakt. De zwanen worden goed gevoerd, maar de kooi gaat dicht.
Jung Chang stamt eigenlijk uit de Partijadel. Haar ouders waren communisten van het eerste uur, vader werd provinciegouverneur, moeder directeur. Tijdens de Culturele Revolutie verordonneert Mao een radicale breuk met alles wat oud is. Het resultaat is een collectieve verstandsverbijstering waarin tempels worden verwoest en boeken verbrand, iedereen in hetzelfde pak rondloopt en zelfs theehuizen en tuinieren verboden worden, want ‘te bourgeois’. Scholieren worden gerekruteerd als Rode Gardisten met de taak de vijanden van de revolutie uit te roeien. Vanwege een protestbrief worden ook Changs ouders aangemerkt als antirevolutionair. Ze ondergaan jaren van gevangenschap en zogeheten aanklachtenbijeenkomsten, waarbij ze vrijwel letterlijk aan de schandpaal worden genageld en urenlang door een menigte uitgescholden en mishandeld. Haar vader sterft jong.
Zoals veel stadskinderen wordt Jung Chang in deze jaren tewerkgesteld op het platteland. Wanneer de universiteiten weer opengaan grijpt ze haar kans en gaat Engels studeren. Ondanks enige omissies in het onderwijs – zoals het woord toilet – kan ze later als een van de eerste Chinezen in London studeren. Ze blijft, wordt Brits en schrijft Wilde zwanen.
Tijdens haar bezoeken aan het moederland ziet ze een veranderend China. De rode loper wordt uitgerold voor buitenlandse investeerders, iedereen begint handeltjes. Een vreemde gewaarwording voor iemand als Changs moeder, ‘een totale vreemdeling in de wereld van inhaligheid en corrupte praktijken, waar obscene geldbedragen aan te pas kwamen.’ Voor oude communisten hangt status immers niet af van geld, maar van Partijprivileges, en voor oprechte communisten is verschil in status sowieso fout. De schrijfster koketteert een beetje met de politici, zakenlui en intellectuelen waarmee ze in deze jaren omgaat. Ze vergeet echter nooit waaraan zij haar status te danken heeft: het geluk dat Wilde zwanen een succes werd in het Westen in de tijd waarin China het Westen nodig had. Vergis je overigens niet: het boek is in China nooit legaal verkrijgbaar geweest.
Haar gesprekken met de Chinese elite hebben een doel: met haar man Jon werkt Chang jarenlang aan een biografie over Voorzitter Mao. Zoiets kan tot repercussies leiden, ook voor familieleden. Ze bespreekt het met haar moeder, en die vraagt haar niet te stoppen. Zij zal haar dochter hoe dan ook steunen.
Is Vlieg, wilde zwanen aanvankelijk een gedeeltelijke herhaling van eerder werk, dan houdt dat nu op. Wat ook ophoudt is de gewapende vrede tussen Jung Chang en de Partij. Na de publicatie van Mao: het onbekende verhaal wordt het elk jaar moeilijker om een visum te krijgen voor haar geboorteland. Ze krijgt begeleiders mee op onderzoeksreizen en vrienden zeggen hun afspraken af na een telefoontje van de Staatsveiligheid. Chang verdraagt het, zolang ze haar moeder maar kan blijven bezoeken. Dan, in mei 2018, hoort ze ‘onheilspellend nieuws dat een dramatisch effect zou hebben op mijn leven’. Een verbod op het belasteren van helden doet haar vrezen voor arrestatie in China, en ze vraagt überhaupt geen visum meer aan. Ziedaar de achtergrond voor de opdracht van dit boek: ‘Voor mijn moeder, wier sterfbed ik niet kan bezoeken.’ Het slot is overigens onduidelijk of moeder bij publicatie nog in leven is of niet.
Het klinkt wreed, maar de kracht van Changs boek schuilt ten dele in haar familieleed. Opnieuw verweeft ze haar eigen verhaal met de bredere ontwikkeling van China, dat ondertussen zo machtig is geworden dat het de goedkeuring van het Westen niet meer nodig heeft. De kooi is weer dicht, de cirkel is rond.
Vanuit geschiedkundig oogpunt is haar persoonlijke betrokkenheid ingewikkelder. Hierbij is het goed om te weten dat Mao: het onbekende verhaal bepaald niet positief werd ontvangen onder sinologen. Dit verhaal is tot nu toe onbekend, merkte een criticus op, omdat de schrijvers het grotendeels verzonnen hebben. Chang op haar beurt spreekt schamper over zogenaamd serieuze academici. Ik kan hier onmogelijk een oordeel over vellen. Het maakte me in ieder geval op mijn hoede bij passages waarin Chang vol lof is voor de ene, vol afkeer van de andere Partijprominent, vaak mensen die ze persoonlijk kent.
Ik zie echter geen reden om aan de grote lijnen te twijfelen, en al was slechts de helft ervan waar, dan is het verhaal alsnog even boeiend als schokkend. Vanuit het gezapige Westen is het nauwelijks voorstelbaar hoe een miljard mensen meermaals hun hele doen en denken om moesten gooien. In het gezapige Westen is het belangrijk om niet te vergeten welke prijs sommigen betalen voor het vrije woord – waarbij Chang de eerste is om te benadrukken dat zij het aanzienlijk makkelijker heeft dan menig andere dissident. De term ‘daad van verzet’ wordt vandaag de dag te vaak gebruikt. Ditmaal is hij terecht.
Tobias Wijvekate
Jung Chang – Vlieg, wilde zwanen. Uit het Engels vertaald door Paul Syrier en Ton Heuvelmans. Boekerij, Amsterdam. 306 blz. € 24,99.

Hoi Tobias, mooie bespreking. Ik las het boek en struikelde alleen over het zinnetje ‘moeder vroeg YC niet te stoppen (met schrijven over Mao). Dit kan je lezen als ‘moeder vroeg YC niet OM te stoppen met…’ maar ook als ‘moeder vroeg YC OM VOORAL NIET te stoppen met..’ wat ik des te indrukwekkender vond omdat moeder zelf daar slachtoffer van kon worden.
Verder is dit natuurlijk een biografie, dus een wetenschappelijk notenapparaat mag ontbreken. Als dit in hun boek over Mao echter ook zou ontbreken (ondanks de saillante vondsten van Halliday in inmiddels opnieuw gesloten russische archieven!) zou ik dat bijzonder slecht vinden…
Is dat de reden dat sinologen het Mao-boek afbreken?
Groet, Lisa