De onderstaande recensie van De verdronkene komt uit 2005.

De watersnood herdacht

Les één op de schrijfacademie: schrijf geen romans over grote rampen. Het wordt niks: te veel emoties te veel zieligheid, te weinig conflict, te veel bekend. Gelukkig maar dat Margriet de Moor deze academie niet heeft gevolgd, ze lapte alle regels over rampenromans aan haar laars en maakte een prachtige, noodzakelijke, intieme en hartverscheurende roman over de watersnood in Zeeland en Zuid-Holland van 1953: De verdronkene.

Twee verhalen vertelt ze: dat van Armanda die eind januari 1953 geen zin heeft om naar Zeeland te gaan voor een verjaardag van een nichtje en dat van Lidy die in haar plaats gaat en verdrinkt. Armanda voelt zich schuldig aan de dood van haar zus. Ze wordt haar plaatsvervangster, ze trouwt met de man van haar zus en de rest van haar leven probeert ze haar zus te herdenken. Te her-denken kun je beter zeggen. Dit boek is in alle opzichten een herdenking.

We volgen Lidy op haar laatste uren. De Moor tovert ons met al haar niet geringe literaire kwaliteiten de watersnood voor. Misschien is toveren hier een minder geschikt woord, maar toch vond ik haar stijl in alle opzichten betoverend. Omdat ze je meepakt, je overweldigt en overtuigt. Je ziet en hoort en voelt de opkomende vloed alles in beweging zetten.

De Moor overstijgt in haar taal en visie verregaand een documentaire weergave van de gebeurtenissen. Ze plaatst ons in het hart van de vernietigende storm en neemt ons bijvoorbeeld mee naar de gebeurtenissen op een zolder van een boerderij waar een groep mensen de overweldigende natuurkrachten probeert te weerstaan. Ik raakte diep betrokken bij deze mensen en hun doodgewone pogingen nog iets te maken van hun laatste uren. Ze vermijdt zieligheid en sentimentalisme maar benadrukt het banale van wat mensen in doodsnood ondernemen. En juist dit levert een laconieke, nuchtere en tegelijk ook precieze stijl op die veel langer blijft hangen dan welk sentimenteel geschmier dan ook.

Af en toe neemt ze afstand van het geheel en gunt ze ons even wat ruimte. Dan staat er bijvoorbeeld: ‘Twee van de paarden, de mooiste en zwartste, zouden een paar dagen later vanuit een boot door een journalist worden gefotografeerd.’ Of ze geeft tussen neus en lippen door een paar harde feiten over de ramp. Even mogen we van iets verder toekijken omdat het anders niet meer vol te houden zou zijn. De dood van Lidy brengt ze niet als een heroïsch gevecht tegen de elementen, zoals dat heet, maar in een rustige, bijna serene, rustbrengende scène.

Dit is schrijven van de bovenste plank. Je merkt niet eens meer hoeveel onderzoek aan deze roman vooraf is gegaan en wat het betekend moet hebben om een goede stijl en toon te vinden. Ga er maar aan staan doodsangst in beeld te brengen. De Moor is erin geslaagd. Haar taal is altijd inlevend warm, nooit zwaar en dreunend, zelfs licht van toon ook in de meest verschrikkelijke momenten.

Hij had zijn linkerarm om haar lichaam geslagen en zijn rechterarm langs de hare uitgestrekt boven haar hoofd. Ze had de rietstengels losgelaten en haar vingers in die van hem gevlochten Zo liggen geliefden.

Er zijn scènes die ik nooit vergeet: het zingende gezin op de zolder van een boerderij die op het punt van instorten staat, de koe die verdwaasd rondzwemt en met zijn poten op het water pletst. En veel meer. Dit is een schitterend boek.

Kees ’t Hart

Margriet de Moor – De verdronkene. Contact, Amsterdam. 332 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 13 mei 2005.