Strips: Matthew Dooley – Aristotle’s Cuttlefish
Meneer Daniels en de dagelijkse dingetjes
Meneer Daniels is een bijzondere heer op leeftijd, met een gebruiksaanwijzing. Hij is uit de tijd van voor de rugzakjes, medische afkortingen, spectra en diagnoses. In het Engelse stadje Dobbiston is hij de beheerder van het plaatselijke bureau voor gevonden voorwerpen. Diep weggestopt in de krochten van het gemeentehuis catalogiseert hij al zijn leven lang stilletjes de slordigheid van zijn medebewoners van Dobbiston: van paraplu’s tot speelgoed, van handschoenen tot biljartkeus.
Matthew Dooley, de auteur van het bekroonde debuut Flake over twee ijsverkopende broers die ruzie krijgen, laat kennismaken met de strak georkestreerde handel en wandel van meneer Daniels. Zijn bijna flegmatieke, vereenvoudigde tekenstijl leent zich daar perfect voor: zonder uitgewerkte achtergronden, met veel lineaalwerk en in rustige kleurstellingen tekent Dooley de dagelijkse gang van een man alleen. Thuis met zijn vogeltje, op het werk tussen zijn stellingkasten en paklijsten, en ’s avonds als hij bezig is met zijn twijfelachtige wetenschappelijke theorieën, bijvoorbeeld over geluiden van buiten de kosmos.
Dan dringt er op een dag een slungelige figuur het leven binnen van meneer Daniels. Het is Toby, een dromerige tiener die in een band ‘zit’ zonder dat hij een instrument bespeelt. Samen met zijn vrienden bedenkt hij logo’s, songteksten en marketingstrategieën voor als ze eenmaal wereldberoemd zijn – en dus een instrument kunnen bespelen. Deze Toby wordt naar het gemeentehuis van Dobbiston gestuurd voor een stage. Ze hebben niet echt plek voor hem, dus sturen ze Toby naar de kelder, naar meneer Daniels. Uiteraard weet die zich geen raad met de snuiter, die de dag erna gewoon terugkomt en zich weer bij hem meldt.
Beetje bij beetje ontstaat er een verstandhouding, vooral omdat Toby best de verhalen over kosmische energieën wil aanhoren. De eenzaamheid van meneer Daniels, de vasthoudendheid van Toby en hun gezamenlijke uitjes maken het verhaal steeds warmer en vriendelijker. De twee rare figuren ontdekken elkaar. Maar daarmee is het niet klaar: Dooley voegt er een heel vreemde laag aan toe, die de theorieën van meneer Daniels een kern van waarheid verschaft. Deze metafysische details maken het spannend en tillen het verhaal naar een hoger plan, zonder dat we de dagelijkse handelingetjes uit het oog verliezen.
De rust van de tekeningen van Dooley doet iets met de lezer. Het voelt eenzaam aan, waardoor we ons aan de figuren vastklampen. Meneer Daniels en Toby zijn twee buitenbeentjes en hun ideeën en plannen mogen best eens slagen. We gunnen het ze, net als de overige mensen die in Dobbiston wonen. En daarbij is het charmant dat er twee generaties tussen de mannen zitten: meneer Daniels is achter in de vijftig, Toby een zestienjarige knul. Nog interessanter is het universum waarin Dooley het verhaal situeert. Dat lijkt een decor van hout en karton, een plek die niet echt hoeft te bestaan, maar vanwege het verhaal zo is opgetuigd. Datzelfde gevoel heeft de lezer ook in Dooley’s Flake. Er staat geen huis te veel, er zijn uitgestrekte velden omdat dat goed uitkomt, en het gemeentehuis is zo onwerkelijk groot dat Dooley zich halverwege genoodzaakt voelt om uit te leggen hoe dat zo is gekomen.
Aristotle’s Cuttlefish is een strip over goed doen, over omzien naar elkaar. Als we meneer Daniels van het begin vergelijken met de man aan het einde, dan is er veel veranderd. Ten goede, met ook nog eens genoeg vriendelijke humor die het geheel licht houdt. Een boek over het gemis van gezelschap met zo’n lichte toon is heel bijzonder. Met een slot bovendien dat je niet onberoerd laat. Dooley is een groot verteller.
Stefan Nieuwenhuis
Matthew Dooley – Aristotle’s Cuttlefish. Jonathan Cape. 176 blz. € 25,-.

