Het was een heel klein vogeltje met een welluidend keeltje. Vrolijk floot het de eerste zonnestralen over de tuin tegemoet. Dat duurde niet lang. Mies de poes wiebelde met de kont, schoot het gras over, het muurtje op, graaide het zangertje uit z’n vluchtpoging en schrokte het met enkele wilde bewegingen op. Een sierlijk geelzwart veertje woei mijn kant op: het was een mooi beestje. In de stilte die volgde likte de kat tevreden de rest van de ochtend tegemoet.