Recensie: Lammert Voos – Ik ben Aizaak
De zwarte rook van vernietiging
Voordat het verhaal Ik ben Aizaak begint, zie je een kaart van Europa waarop een route loopt van Chlewiska in Polen via Praag, Neurenberg, Kassel naar Leek en Enumatil. Het is de weg die de jonge Aizaak aflegt nadat zijn joodse ouders door een pogrom in levensgevaar zijn. Voor de jongen is er misschien nog hoop om bij zijn oom in het oosten te raken, voor zijn vader en moeder niet meer. ‘Voor ons is er geen plaats op deze wereld.’
Lammert Voos beschrijft de vluchtroute halverwege de achttiende eeuw van een jongen die zich nergens en nooit veilig kan voelen. Ondanks de historische setting noemt de uitgeverij de roman ‘verontrustend actueel’, want tot op de dag van vandaag worden mensen opgejaagd zonder te weten wie hun vriend of vijand is. Het is ook niet voor niets dat de hoofdpersoon pas op bladzijde 130 zijn naam noemt en daarvoor als ‘de jongen’ door het leven gaat. Pas als de situatie veiliger wordt, kun je een naam krijgen.
Ik ben Aizaak heeft een autobiografische kern, de hoofdpersoon is gebaseerd op een voorvader van de schrijver, maar Voos presenteert het boek nadrukkelijk als fictie. Dat wordt nog eens versterkt door de tekeningen van Laurens Bontes die van het geheel een naargeestig sprookje voor volwassenen maakt.
Voos spaart de lezer niet op deze helletocht vol diefstal, moord en doodslag met onsmakelijke details die vrij expliciet worden benoemd. ‘Naarmate ze verder naar het zuiden trokken kwamen ze meer velden met dode soldaten tegen. Kraaien en raven pikten in de lijken en de stank was afgrijselijk. In zijn dromen zag de jongen zijn ouders in dezelfde staat van ontbinding.’ Of: ‘De streek waar de jongen toen doorheen trok bleek eveneens geteisterd door oorlog, honger en ziekte. Hele dorpen en boerderijen waren ontvolkt en verwoest. Ook hier hingen de weeïge geur van de dood en de zwarte rook van vernietiging.’ Die voortdurende opeenhoping van ellende maakt het verhaal wel een beetje eentonig, maar omdat je het kaartje voorin hebt gezien, weet je dat het voor Aizaak uiteindelijk redelijk goed zal aflopen. Hij zal overleven, want hij eindigt immers in onze contreien. Al moet je voor blijvend geluk niet bij Lammert Voos zijn, daar is deze wereld te hard voor.
Ik ben Aizaak kent een stijl met een stortvloed aan bijvoeglijke naamwoorden die de heftigheid van het verhaal nog eens moeten benadrukken: ‘duistere poel van inteelt’, ‘rare bobbels in hun gezicht’, ‘rare gewoonte’, ‘venijnige ruk’, ‘gretige handen’, ‘smerige drankhuis’, ‘gruwelijke pijnen’, ‘rottende bladeren’, ‘donkere gedachten’, ‘luide kreten’, ‘zuigende modder’ en zo kun je er nog een paar honderd vinden die invullen wat de lezer moet denken. Voos onderbreekt daarnaast het verhaal met overbodige uitweidingen van een alwetende verteller: ‘Onze held is de som van zijn instincten, hij lijkt meer op zijn vader dan hij ooit zal weten.’ En daarnaast debiteert deze verteller wijsheden die zo op een tegeltje kunnen:
Na iedere grote gebeurtenis, ieder verlies, dienen de zaken zich te herschikken. Het is als puzzelen, het lot probeert de stukjes eerst hier, dan daar te plaatsen. Soms zijn alle proporties zoek, maar ook dat hoort erbij. Perfectie bestaat niet.
Dat laatste heeft Voos goed opgemerkt.
Coen Peppelenbos
Lammert Voos – Ik ben Aizaak. Met illustraties van Laurens Bontes. Thomas Rap, Amsterdam. 174 blz. € 22,99.
Deze recensie verscheen eerder in een kortere versie in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 29 april 2026.
