Recensie: Rob Groenewegen – Onveranderlijk zichzelf
Tantebetje in het kwadraat
Lezen is een aangename bezigheid, net als bijvoorbeeld wandelen in het bos. Voorwaarde is wel dat er een begaanbaar pad is, enigszins onderhouden, vrij van begroeiing, zodat de wandelaar ontspannen om zich heen kan kijken, zonder angst voor voetverzwikking, doorns in het vlees, of verdwalen.
Onveranderlijk zichzelf, de recentelijk verschenen biografie van Arthur van Schendel, geschreven door Rob Groenewegen, is als een wandelpad waar al decennia niemand naar heeft omgekeken. Kuilen, omhoogkomende boomwortels waar je over struikelt, doorntakken in je gezicht, en voortdurend een steentje in je schoen. Het lezen van deze biografie is, om de metafoor te handhaven, bepaald geen verkwikkende wandeling.
Arthur van Schendel (1874 – 1946) bleef bij voorkeur in de luwte. Aan interviews bijvoorbeeld deed hij niet. Hij schreef, dat was hem voldoende. Er is dan ook over zijn leven betrekkelijk weinig bekend, reden waarom meerdere aspirant-biografen bij nader inzien van het karwei hebben afgezien. Te prijzen is het, dat Groenewegen wel heeft doorgezet, alle beschikbare informatie heeft opgediept. Te prijzen is het verder, dat hij van dit beperkte materiaal een redelijk coherent levensverhaal heeft weten te maken. Te prijzen is het, tot slot, dat hij de leegtes niet opvult met speculatie. Maar met deze drie complimenten zijn de positieve aspecten van dit boek ook meteen uitgeput. Veel meer te prijzen is er namelijk niet.
Het probleem, dat op vrijwel iedere pagina de kop opsteekt, en de wandeling gaandeweg tot een kruisweg maakt, is dat Groenewegen zijn stiel niet beheerst. Hij schrijft een boek, maar kan niet schrijven. Ik zal proberen enige orde aan te brengen in de vele, vele voorbeelden die zijn aan te dragen om die diskwalificatie te onderbouwen.
Om te beginnen hanteert Groenewegen een hotseknotsstijltje dat zwalkt van jarenvijftigmeisjesboeken (‘Tante beet pardoes in zijn vingers’ (29), ‘Wat gejokt was’ (191), ‘Ze waren in blijde verwachting’ (237)) naar misplaatst joviaal (‘Hij sloot een dikke vriendschap’ (93), ‘Dat eiste zijn ouwe heer van hem’ (125), ‘Querido fakkelde het boek af’ (130)), naar lachwekkend plechtig (‘Haar stoffelijk overschot werd ter aarde besteld’ (99), ‘Van Schendel ving zijn allerlaatste reis aan’ (258)) en naar nog andere uitersten, zonder ooit in de buurt te komen van oorspronkelijkheid. Hij bedient zich van de gruwelijkste moderniteiten (‘Hoe stond hij daar eigenlijk zelf in?’ (79), ‘Een roman waarmee hij zich als schrijver definitief op de kaart zou zetten’ (93), Van Schendel draait zich om in zijn graf). En je voelt je als lezer langzaam maar zeker vervallen tot kindsheid door de voortdurend gebezigde wij-vorm (‘In het voorgaande hebben we reeds gezien’ (17), ‘Zoals we nog zullen zien’ (190)).
Valt er over stijl nog te twisten, kwestie van smaak, inderdaad, een fout is een fout. En fouten maakt Groenewegen, het is niet te geloven, het lijkt wel een examen van de opleiding tot corrector. Wie vindt ze allemaal?
In talloze zinnen staan overbodige woorden. ‘Tijdens het uitoefenen van zijn werk’ (114). ‘Om dat mogelijk te kunnen maken’ (169). ‘Na de opening van het collegejaar begon hij aan de studie’ (170). ‘Na het voeren van vijf dagen strijd’ (181). ‘Waarna ze de Italiaan vervolgens afwees’ (186). ‘In zijn correspondentie is er geen informatie te vinden’ (189). ‘Brandhout was qua prijs twee keer duurder’ (236). ‘Een arts adviseerde het nemen van rust’ (240). ‘Een tuinman denkt de Dood te slim af te kunnen zijn’ (244). ‘Die hij nog in portefeuille had liggen’ (295).
Groenewegen is slordig. Of lui. Of allebei. ‘Hun huizen stonden in koele villa’s’ (20). ‘Bij discussies konden die hoog oplopen’ (41). ‘Dat had niet alleen tot gevolg dat hij niet alleen de Tooneelschool, maar ook zijn kamer moest verlaten’ (54). ‘Hij kon zijn hun geluk niet op’ (86). ‘Bertha’s familie vernamen dat ze er een zwager bij hadden gekregen’ (87). ‘Zijn hulp, en dat van zijn team, kwam te laat’ (100). ‘De overdaad aan adjectieven toonden dat ook aan’ (112). ‘De Duitse uitgeverij zouden een vertaling laten verschijnen’ (140). ‘Ze arriveerden in Florence terug’ (165). ‘Goede boeken, die het werk van andere auteurs oversteeg’ (190). ‘Fred Batten hadden bij de Van Schendels gelogeerd’ (269). ‘Wat tot veel pijn kan lijden’ (282). Allemaal overhangende doorntakken, en er hangen er nog veel meer.
Uitdrukkingen worden verhaspeld. ‘Links van het politieke spectrum’ (125). ‘Tegen dovemansoren gericht’ (132). En deze, ook een leuke: ‘Gepakt en gezakt’ (219). ‘Met moeite bewaarde hij zijn ongeduld’ (249). Namen worden verhaspeld. De Beauchène (13) heet verderop (269) De Beauchene. Kennie (passim) heet ineens (237) Kenny. Polak Daniels (224) wordt Polak Daniëls (243). Van de Italiaanse schrijver Filippo Tommaso Marinetti maakt Groenewegen Filippo Tommasso Marinetti (78). Rob Nieuwenhuys (15) wordt Rob Nieuwenhuis (294). Fernand Toussaint van Boelaere (132) wordt Ferdinand Toussaint van Boelaere (297). En Betsy van Hoogstraaten (83) ten slotte wordt Betsy van Hoogstraten (279). Deze laatste slordigheid is extra pijnlijk, omdat Arthur van Schendel, die in een geciteerde brief (90) dezelfde vergissing begaat, door Groenewegen terechtgewezen wordt met de toevoeging [sic]. Steentjes, telkens nieuwe steentjes in je schoen.
Slordig is hij, ook inhoudelijk. De bekende pastiche Julia, geschreven door Kloos en Verwey, werd gepubliceerd onder het pseudoniem Julia (273). Bevrijdingsdag is op 15 mei (182). Louis Piérard was een Vlaming (148). De Franse PEN-club zetelt in Brussel (191). Nog meer steentjes. Schrijf maar wat op, klets maar raak, er is toch niemand die het opmerkt.
En verder staat het boek vol met zinnen waar je om zou kunnen lachen, als het niet zo treurig was. Taalflaters van allerhande soort, die toch één ding gemeen hebben, namelijk dat ze aantonen hoe lastig het is, schrijven. ‘De nabijheid van Couperus was niet ver weg’ (30). ‘Van Nederlandse auteurs verslond hij de romans van Van Lennep’ (39). ‘Na in armoede te hebben geleefd brandde het geld in zijn zakken’ (52). Een prachtige tantebetje, maar de mooiste in die categorie komt nog. ‘Drie verzen schreef hij tussen 1894 en 1895’ (61). ‘Kennismakingen zijn ontstaan’ (70). Of deze, waar ik echt om moest lachen, wat niet wegneemt dat het om te grienen is: ‘Leopold behoorde tot de generatie van de Tachtigers maar maakte er geen deel van uit’ (77). Hilarisch, niet? ‘Dat Van Schendel zich in Amsterdam liet zien, danken we aan de memoires van Henri Wiessing’ (79). ‘De bewoners werden wakker bij het ontwaken’ (81). ‘In het openbare leven groeide hij uit tot een publiek figuur’ (122). ‘Vanuit Brussel vertrok Du Perron via Parijs naar Milaan’ (163). ‘Uit het hebben van materie kwam alleen maar ellende voort’ (204). Bedoeld wordt: het bezit van goederen. Zelden een zo kromme formulering tegengekomen als ‘het hebben van materie’. ‘Lezend bracht hij zijn tijd door in romans van Dickens’ (229). ‘Sneeuw hoorde niet thuis in Sestri, toch was dat in januari het geval geweest’ (230). ‘In een brief dacht hij er het zijne van’ (244). ‘Het Italiaanse confino is Nederlands voor strafkamp’ (293), ik zweer, het staat er. En de beloofde uitsmijter: ‘Op diens knie gezeten las zijn vader hem voor’ (27). Het gaat mijn begrip te boven dat iemand die Nederlands heeft gestudeerd, meer nog, een doctor in de Nederlandse taal- en letterkunde, een dergelijk gedrocht, een soort tantebetje in het kwadraat, kan opschrijven zonder alarmbellen te horen.
En zo het hele boek door, zonder aflaten, er zijn geen twee opeenvolgende pagina’s te vinden waarop het niet misgaat. Taalfouten, inhoudelijke fouten, slordigheden, kuilen in het wandelpad. Ook uitgeverij Walburg Pers maakt geen goede beurt. 27,50 vragen voor een boek, maar te beroerd zijn om een corrector in te schakelen, om manuscripten fatsoenlijk persklaar te maken, om überhaupt iets te lezen voor het naar de drukker gaat.
Het is niet mijn hobby om boeken, of wat dan ook, de grond in te boren. Was dit de biografie geweest van een mediocriteit, ik had het boek weggelegd en er verder geen aandacht aan besteed. Maar het gaat hier over Arthur van Schendel. Een schrijver van de eerste rang. Een persoonlijke favoriet bovendien, een van welgeteld twee schrijvers (de andere is Theo Thijssen) die mij ooit door een boek aan het janken hebben gebracht. Wie zich opwerpt als biograaf van Arthur van Schendel, en vervolgens komt aanzetten met zo’n deerniswekkend staaltje van ambachtelijk onvermogen, kan serieuze kritiek verwachten.
Owen Donkers
Rob Groenewegen – Onveranderlijk zichzelf, Het leven van Arthur van Schendel (1874-1946). Walburg Pers, Zutphen. 358 blz. € 27,50.

Wat een smadelijke, leugenachtige en geschifte recensie, zeg! En dan ook nog het hart hebben om daarin een uitgeverij een trap na te geven. Ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat die er niet zo blij mij zullen zijn en hiertegen in verzet zullen komen. Onbegrijpelijk dat de redactie van Tzum dit zomaar laat passeren.
Ik heb dit boek ook gelezen en kan me geen moment vinden in wat hierboven allemaal aan onzin en leugens wordt uitgebraakt. Inhoudelijk gaat deze recensie ook al nergens over. En dat er tikfouten in staan, is helaas iets onvermijdelijks. In een recente topic op deze site gaat het daar ook al over.
Wat een waardeloze recensie. Ik krijg sterk de indruk dat er sprake is van een persoonlijke vete, dat mevrouw van tevoren al heeft gedacht: ik ga dit boek neersabelen. Ze is vervolgens met een vergrootglas door het boek heen gegaan en komt met een opsomming van zinnetjes die haar niet bevallen. Deze mevrouw kan niet recenseren, want zij is niet in staat de voors en tegens zorgvuldig tegen elkaar af te wegen om tot een afgewogen oordeel te komen. Neen, deze vuilspuiterij maakt deze recensie zeer ongeloofwaardig. Dit smerige stukje had nooit geplaatst mogen worden.
Zou de functie van schoolmeester niets voor u zijn, meneer Donkers?
Met de stijl van een auteur (of biograaf) hoef je het natuurlijk niet eens te zijn – smaken verschillen immers – en redactionele onvolkomenheden zijn er altijd in een tekst, zeker in zoiets bewerkelijks als een biografie. Als oud-eindredacteur weet ik daar alles van.
Heb Van Schendels biografie (met plezier gelezen, mooi beeld van deze bijzondere man) er eens bij gepakt na het lezen van deze knotsgekke recensie. Had ik echt zoveel over het hoofd gezien? Dat bleek nogal mee te vallen. Al gauw bleek mij ook dat dhr. Donkers in zijn bedenkelijke ‘recensie’ van alles uit zijn verband trekt en sommige citaten veranderd en/of ingekort heeft. Sommige van zijn beweringen kloppen ook helemaal niet. En wat een tergende overdrijvingen! Iemand die er dus blijkbaar alleen maar op uit is geweest om een ander zwart te maken. En hoe háál je het in je hoofd om ook een uitgever, in een recensie, God betere, een veeg uit de pan te geven!
Triest dat dit soort nare teksten op Tzum verschijnen. Dit is namelijk geen recensie, dit is een klopjacht. Over het leven van Van Schendel lees ik in deze malle ‘bespreking’ niets. Dus wat voor zin heeft het dan om zoiets naars op Tzum te publiceren?
Ik spreek alleen maar mensen die deze biografie, net als ik, met enthousiasme gelezen hebben; Groenewegen heeft een vlotte pen, is bovendien in staat om taaie materie behapbaar te maken, wat hij eerder bewezen heeft met zijn kloeke biografieën van Jo Otten en Victor E. van Vriesland, die overigens op Tzum lovend besproken werden… De publicatie van deze boosaardige recensie brengt de goede naam van Groenewegen kortom alleen maar schade toe. Ik geloof dat ik daar als auteur niet zo blij van zou worden, want dit riekt naar smaad.
Dit soort drek hoort op Tzum niet thuis, haalt ook jullie goede naam omlaag.
Uit de tweede druk, die weldra verschijnt, zijn de meeste ongeregeldheden in de tekst allang verwijderd. Met de opzet van deze biografie en de door mij daarin gehanteerde stijl en gemaakte keuzes hoeft niet iedereen het eens te zijn. Van gepsychologiseer en het geven van oordelen heb ik mij onthouden. Het verhaal vertelt zichzelf, dat verklaart wellicht ook het verkoopsucces ervan.
Een boek van a tot z op grond van tekstuele foutjes afzeiken, de auteur/biograaf zwartmaken en diens uitgever over de hekel halen, is niet alleen goedkoop, maar vooral uitermate laf. Zo’n grove werkwijze getuigt van een groot gebrek aan fatsoen.
Tantebetje schrijf je niet aan elkaar, meneer Donkers…
Ik zou het nog eens nakijken: https://woordenlijst.org/zoeken/?q=tantebetje