Nieuws: Daphne de Heer ervaart angst- en zwijgcultuur in de literaire sector en voelt zich ‘nooit prettig’ op het Boekenbal
Daphne de Heer heeft deze week haar laatste column voor de Nederlandse Boekengids ingeleverd. In haar slotcolumn met de titel ‘(sp)etterende letteren, een afscheid’ richt ze zich op grensoverschrijdend gedrag in de kunsten. Ze merkt op dat er de afgelopen jaren in de podiumkunsten veel onthullingen zijn geweest en schrijft, aan de hand van drie voorbeelden uit 2017 (over Jelte Nieuwenhuis), 2021 (over Arjan Peters) en 2022 (over Mai Spijkers), dat er zich ook in de literaire sector het een en ander heeft afgespeeld. Dat de drie genoemde mannen nog steeds actief zijn in de sector wringt bij De Heer:
Op deze drie officieel bekende signalementen van grensoverschrijdend gedrag (…) is nooit ook maar enige erkenning gekomen. Deze drie mannen zijn nog steeds actief in het letterenveld, zonder bewustzijn te tonen van het feit dat hun fysieke aanwezigheid op literaire bijeenkomsten voor sommige mensen, voornamelijk vrouwen, ronduit pijnlijk is. In alle eerlijkheid: ik heb me nooit prettig gevoeld op plekken waar de machtsdynamiek van het boekenvak voelbaar is (denk Boekenbal, boekpresentaties, uitgeversfeestjes etc.). De stress zit ’m voor mij in het grote geheel: de dynamiek van kleine, informele bedrijven en organisaties in een prestigegevoelige sector.
Hoewel de literaire sector zichzelf graag beschrijft als gezellig en klein ziet De Heer iets anders:
Maar met name bij literaire uitgeverijen ervaar ik een sector waarin een zwijg- en angstcultuur in stand wordt gehouden door een kleine groep relatief machtige mensen die hardnekkig blijft vasthouden aan mores uit vervlogen tijden, waarin het feodale verdeel-en-heersmodel van veel uitgevers ten aanzien van hun auteurs nog altijd wordt toegepast. Er wordt gepest, er wordt gekleineerd, maar in het geniep en alleen tegen auteurs die hun titels nooit in de Bestseller 60 terugzien, of het raakt het nog lagere voetvolk – denk aan persklaarmakers en correctoren. Voor de succesnummers geldt het omgekeerde (…).
De Heer, zelf uitgever bij lesbiqueer uitgeverij Velvet Publishers, spreekt de hoop uit dat de door haar waargenomen cultuur verandert met het verdwijnen van een oude generatie.
Lees de gehele column hier.

De laatste zin van die column luidt: “Dat we op een dag samen een werkveld creëren waarin iedereen zich welkom voelt.” Ik vraag me dan altijd af of die uitnodiging ook geldt voor degenen die een andere politieke kijk op de wereld hebben dan de heersende opvattingen die binnen het literaire wereldje als norm lijken te gelden. Zo welkom zijn die mensen momenteel niet.
Ze hoopt dat die cultuur gaat veranderen.
IJdele hoop; ze gaf het antwoord zelf al eerder in de column;
‘Het aanbod begeerde banen is schaars, serieus geld verdien je sowieso niet in het boekenvak, dus is het vechten om de Bourdieupuntjes. Daarnaast werken er ook nog eens veel rechteloze, onderbetaalde zzp’ers in het boekenvak, waarmee alle onderdelen voor een kwetsbare omgeving aanwezig zijn.’
Wel, DAT verandert niet. Want er zal alleen maar minder geld in het boekenvak omgaan.
De strijd om basisbehoeften en Bourdieu-punten (gaaf woord, wie heeft het bedacht?) is vrijwel altijd lelijk.
(Wie vindt dat ik dingen goedpraat, heeft niet goed gelezen. Ik analyseer slecht, voortbouwend op De Heer).
Succes, Daphne!
Ik heb vrij weinig met de literaire wereld te maken, misschien wel minder dan ik zou willen. Maar ik vraag me wel af hoe goedgelovig je moet zijn om te denken dat het een gezellige branche is. Maar misschien als je er midden inzit dat je daar jezelf en de mensen om je heen daadwerkelijk van kunt overtuigen. Vanaf de zijlijn moet ik zeggen: nee, duh. Ik kan me moelijk een minder gezellige feestje voorstellen dan het fucking boekenbal.
Ik wil nog aan mijn eerdere commentaar toevoegen dat mijn cynisme beslist niet opgaat voor machtsmisbruik. Gezellig zal het nooit worden maar het is een keuze om misbruikers niet verantwoordelijk te stellen. Ik wil dat niet bagataliseren.
Ik loop al veertig jaar mee in deze branche en heb zelden grensoverschrijdend gedrag meegemaakt of waargenomen. Misschien omdat ik vrijwel uitsluitend vrouwelijke uitgevers heb gehad en die waren en zijn allemaal voorbeeldig. Ik ben in de brede sector wel ergerlijke, onhebbelijke, nare “bazen” tegengekomen. Daarbij deden de dames echt niet onder voor de heren. Ik vind Daphne dan ook bewonderenswaardig attent: ze haalt de bezem door het hele veld, sprokkelt in alle bescheidenheid slechts drie heren bij elkaar en veegt de dames charmant onder het vloerkleed. Vergeleken bij andere sectoren boffen we best een beetje, lijkt me. Als ik dat volkomen fout zie, zit ik kennelijk in “de verkeerde hoek” van de literatuur.
Ik vroeg me nog iets af: aangaande het verwijt in de column dat bep heren nog steeds in het literaire wereldje rondlopen.
we hebben in NL afgesproken dat zelfs de grootste misdadigers die vrijkomen recht o maatschappelijke deelname hebben. Volkert van der Graaf, ontvoerders, moordenaars, Holleeder.
De genoemde heren zijn geen moordenaar ofzo. mogen zij dan niet meer actief zijn in hun werkveld? Moeten ze met een uitkering thuis gaan zitten?
Ik hoop dat ik toch iets heel eenvoudigs tegenstrijdigs heb aangekaart met bovenstaande. We gunnen moordenaars wel een nieuw leven en grensoverschrijders niet??
Voor de rest zien we: ook een gefeminiseerde wereld (boekenwereld) kan dus kennelijk als giftig ervaren worden. Leerzaam, als wist ik dat natuurlijk allang…