Recensie: Olivia Manning – De geschonden stad
Sfeer van ontkenning
Soms komen wat oudere boeken om enigszins onverklaarbare redenen opnieuw – of zelfs voor het eerst – in de belangstelling te staan. Dat gebeurde bijvoorbeeld met de boeken van de Amerikaanse schrijver John Williams. Stoner en Butcher’s Crossing dateren uit het begin van de jaren zestig, maar kregen in de jaren tien van deze eeuw, in vertaling, in ons land een ongekende populariteit. Dat lijkt nu ook het geval te zijn met de Balkan-trilogie van de Engelse schrijfster Olivia Manning, die tussen 1960 en 1965 verscheen en eind jaren tachtig in Engeland een opleving kende, toen de BBC er een televisieserie op baseerde met Emma Thompson in de hoofdrol. Daarna werd het stil. De Bezige Bij brengt de trilogie nu uit in een Nederlandse vertaling van Johannes Jonker. Er zijn inmiddels twee delen verschenen: vorig jaar Het grote fortuin en nu De geschonden stad.
Hoofdpersonen in de trilogie zijn het Engelse echtpaar Guy en Harriet Pringle. Kort voor de oorlog zijn ze naar Boekarest verhuisd, waar Guy aan de Engelse faculteit werkt. Hun huwelijk lijkt wat overhaast te zijn overeengekomen en de schrandere Harriet vraagt zich soms af of ze er wel goed aan heeft gedaan deze man te trouwen. Guy is altijd aan het werk, wil iedereen ter wille zijn en verliest daarbij zijn jonge echtgenote wel eens uit het oog. ‘Hij is te grootmoedig, te verdraagzaam, te beschikbaar. De mensen denken dat ze voor alles zijn hulp kunnen inroepen, maar als ik hem nodig heb, is hij altijd ergens anders.’ Hij is zo in zijn werk verstrikt dat hij de dreiging om zich heen niet ziet.
De Pringles zijn actieve leden van de Engelse expatgemeenschap in Boekarest, die bestaat uit journalisten, academici en diplomaten die het over het algemeen behoorlijk met zichzelf hebben getroffen. Ze komen elkaar overal in de stad tegen, drinken een borrel in de Engelse Bar of klitten samen in het roemruchte hotel Athénée Palace.
De geschonden stad begint in de zomer van 1940, wanneer in het kader van het nazi-Sovjetpact de Russen Bessarabië annexeren, een omstreden regio die sinds de Eerste Wereldoorlog tot Roemenië behoorde. Het is het begin van talrijke schermutselingen die leiden tot het aftreden van de pro-Engelse koning Carol II en de machtsovername door dictator Ion Antonescu en de Roemeense fascistische organisatie de IJzeren Garde. In De geschonden stad (de oorspronkelijke titel The Spoilt City dekt de lading beter) treden twee figuren naar voren die in het huis van de Pringles onderdak hebben gevonden. De eerste is de jonge Joodse deserteur Sasha Drucker, die na de arrestatie van zijn vader naar het front in Bessarabië is gestuurd, maar van de wanorde gebruikmaakt om heimelijk naar Boekarest terug te keren. Zijn rijke vader wordt in een antisemitisch gekleurd proces veroordeeld. Een andere is de aan lager wal geraakte vorst Jakimov, een tot Engelsman genaturaliseerde Russische aristocraat. Hij is een klaploper en profiteur die stiekem in de papieren van zijn gastheer snuffelt en een tekening van een Roemeense oliebron verduistert. Als hij later een oude vriend opzoekt die inmiddels een vooraanstaand nazi is, geeft hij de tekening af. Hij realiseert zich te laat dat hij hiermee Guy Pringle als spion verdacht heeft gemaakt en vlucht in paniek het land uit.
Het is exemplarisch voor de sfeer van ontkenning die de Engelse gemeenschap in Boekarest kenmerkt. De Engelsen denken allemaal dat ze onmisbaar zijn en dat de almaar dreigender politieke ontwikkelingen niet zo’n vaart zullen lopen, al zien ze dat het straatbeeld in Boekarest steeds meer wordt gedomineerd door marcherende leden van de fascistische IJzeren Garde en dat Duitse militairen de tafeltjes bezetten in de gelegenheden waar de Engelse expats zich doorgaans ophouden. Olivia Manning weet deze argeloosheid haarfijn en met de nodige ironie te schetsen. De ernst van de situatie dringt pas tot hen door als er een medewerker van de Britse legatie wordt vermoord, de directeur van de British Council wordt gemolesteerd en het flat van de Pringles door onbekenden overhoop wordt gehaald.
Het werk van Olivia Manning is sterk autobiografisch gekleurd. De trilogie volgt voor een groot deel haar eigen levensverhaal. Ook zij leefde lang als expat buiten Engeland, waar ze in 1908 was geboren. In 1939 trouwde ze met Reggie Smith, een communistisch sympathisant en mogelijk Russisch spion, die in Boekarest voor de British Council werkte. Hij staat model voor Guy Pringle. Toen de Duitsers Roemenië binnenvielen, verlieten Manning en haar echtgenoot het land, eerst naar Griekenland, daarna naar Egypte en tenslotte naar Jeruzalem, waar ze tot het einde van de oorlog verbleven.
Lastig bij het lezen van De geschonden stad is het duiden van de politieke situatie waarin de gebeurtenissen plaatsvinden. De geschiedenis van Roemenië aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog zal niet elke lezer paraat hebben. Het vergt wat extra onderzoek om de politieke schermutselingen die in de roman een rol spelen goed te begrijpen. De geschonden stad is het tweede deel van een trilogie, maar is geen zelfstandig boek. Dat betekent dat je als lezer nogal plotseling het verhaal binnenvalt. Veel personages hebben in het eerste deel bij de lezer bekendheid gekregen en worden dus amper of niet geïntroduceerd. Het boek eindigt bovendien met een open einde dat uitnodigt tot het lezen van het laatste deel. Het is daarom aan te bevelen de trilogie in de juiste volgorde en in zijn geheel te lezen. En voor de echte liefhebber van het semi-autobiografische werk van Olivia Manning heeft de Balkan-trilogie nog een vervolg: de Levant-trilogie, over het leven van de Pringles tijdens de oorlogsjaren in het Midden-Oosten.
Aart Aarsbergen
Olivia Manning – De geschonden stad. Vertaling Johannes Jonker. De Bezige Bij, Amsterdam, 456 blz. € 26,99.
