Recensie: Rob van der Linden – De Heuvel
Een vermakelijke maar rommelige ratjetoe
Met de historische roman De Heuvel doet Rob van den Linden, die aan het begin van de eeuw enkele goed ontvangen romans schreef, na veertien jaar weer van zich horen. In deze fantasievolle vertelling, die begint in de vroege middeleeuwen en eindigt in het jaar 2023, laat Van der Linden allerlei historische gebeurtenissen samenkomen in Matthias Bredius, een Haarlemmer die nog voor de Eerste Wereldoorlog in het toenmalige Palestina verzeild raakt. Naast Matthias spelen ook een oude, geheimzinnige tekst en een wonderlijke heuvel in Galilea een hoofdrol.
Het verhaal begint en eindig bij deze heuvel, waarop in het jaar 637 hoogmoedige lieden proberen een tweede toren van Babel te bouwen. De Almachtige, die die dag net ‘in een vrolijke bui’ was, straft de hoogmoed af door iedereen, die de heuvel betreedt of nog zal betreden, te treffen met een onweerstaanbare slaperigheid. De vloek wordt aan het eind van de roman opgeheven, wanneer op de heuvel een christelijke kibboets wordt gesticht, Nes Amin. In de tussentijd passeren in geuren en kleuren Byzantijnse heersers, avontuurlijke Vikingen, islamitische veroveraars, Friese monniken, Vaticaanse bibliothecarissen, Abraham Kuyper en een bonte rij zionisten de revue.
Van der Linden is er de man niet naar om zich te laten hinderen door de beperkingen van een historische context. Zo staat in Byzantijnse huizen de geldkist altijd op een vaste plaats, ‘zoals een afwasteil in het gootsteenkastje’. En als zijn vrouw Laila rond 1905 in Jeruzalem met een rond ziekenfondsbrilletje de winkel uitkomt, doet ze Matthias Bredius aan John Lennon denken. Omdat Van der Linden zijn verhalen royaal kruidt met melige grappen en grollen, doet hij denken aan Herman Brusselmans, de grootmeester van de meligheid. Omdat er zoveel gereisd wordt, vertoont hij overeenkomsten met Jan van Aken, de grootmeester van de historische reisroman. Deze auteurs zijn trouwens niet de minsten. De Heuvel begint veelbelovend.
De eerste helft van de roman heeft mij regelmatig doen schaterlachen. Een beetje redacteur had de meeste flauwiteiten doorgestreept, maar soms is het een zegen als zo’n redacteur ontbreekt. Het zondagschoolachtige kerstspel dat een groep middeleeuwse monniken opvoert voor de kalief van Constantinopel is briljant beschreven.
Helaas vergaat de lezer het lachen in de tweede helft van de roman. De grappen worden soms zo flauw, dat zowaar het verlangen naar een strenge redacteur de kop weer opsteekt. De roman verzandt in een ratjetoe van verhalen, uitleggerige passages en afgeraffelde scènes. Een voorbeeld van het laatste is de scène waarin Matthias Brevius kennismaakt met zijn tweede vrouw, de 46 jaar jongere Rachel. ‘Op een mooie augustusdag… zagen Rachel en ik elkaar voor het eerst. We trouwden op 23 september van het jaar 1946. Het was liefde bij het eerste oogcontact geweest.’ De opbloeiende liefde wordt verder op geen enkele manier voelbaar gemaakt. Een bijsluiter van een medicijn biedt ontroerender lectuur.
Van der Linden heeft een rugzak vol verhalen, jaartallen, historische gebeurtenissen, beroemde namen, leuke weetjes, levensfilosofietjes en anekdotes omgekeerd. In de hoop dat er een goeie soep van komt, heeft hij alles lukraak in een pan gegooid. Toen hij een stuk chocola zag liggen, heeft hij dat er ook maar bij gemikt. Chocola, altijd lekker, toch? Bij het kampvuur is er waarschijnlijk geen betere verteller dan Rob van der Linden, maar voor een gebalanceerde roman is meer nodig dan een reservoir aan sterke verhalen en een losse pols.
Frans Willem Verbaas
Rob van der Linden – De Heuvel. Magonia, Utrecht. 496 blz. € 27,-.
Dit is een aangepaste versie van de recensie die eerder in het Fries Dagblad van 21 juni 2025 verscheen.
