Recensie: Rosa Willemijn Vlogman – Wat mijn lichaam weet
Flessenpost aan vakgenoten #3
Beste Rosa,
Ik hoef jou waarschijnlijk niet uit te leggen dat vrouwelijke seksualiteit een hot topic is. Je bent er dan ook al jaren op verschillende manieren zoet mee. Je schreef eerder al een erotisch kort verhaal voor het Not Only Fans-dossier van De Internet Gids en werkte een tijdje voor een erotisch audioplatform, waar je naar eigen zeggen honderden erotische verhalen geschreven, geredigeerd en geregisseerd hebt. Ik hoef je dus waarschijnlijk ook niet uit te leggen dat je nieuwste roman, Wat mijn lichaam weet, zich in een snel groeiende stroming van verhalen bevindt, waarin vrouwelijk verlangen centraal staat. Van literaire voorbeelden als Oersoep van Bregje Hofstede, tot longreads over vingercursussen en de lyrics van een gemiddelde popsong: de aandacht voor wat vrouwen leuk, lekker en belangrijk vinden groeit. En maar goed ook.
Met jouw roman lijk je in eerste instantie dan ook een nieuwe duit in dat zakje te doen. Reva, jouw hoofdpersonage, stapt in een spetterende relatie met Ramses, maar half weg klapt haar lichaam dicht en wordt (penetratieve) seks plots onmogelijk. Een interessant maar inmiddels misschien ook al wat gekend gegeven, waarbij de clichés makkelijk om de hoek kunnen liggen. Wat jouw boek daar voor mij ver bovenuit doet stijgen, is de manier waarop je Reva’s seksualiteit haast schaamteloos durft te verbinden met een diep psychologische, haast spirituele zoektocht naar zingeving. De womb sjamanen, tantratempels en intergenerationele trauma’s vliegen je als lezer om de oren. Ook doorsnij je je verhaal met noties waarin Reva haar dromen vastlegt, waardoor je het een haast archetypische onderlaag meegeeft. Alsof we niet alleen een persoonlijke getuigenis van persoonlijk leed zitten te lezen, maar ook het grotere verhaal wat daaronder sluimert.
Of je jezelf met deze aanpak in het nogal preutse en nogal nuchtere Nederland erg populair zal maken weet ik niet, maar ik vind het in ieder geval even gedurfd, spannend en transgressief als de seks die in je boek omschrijft: ‘Hij positioneert me op de bank in de woonkamer en geeft met een van zijn bondagetouwen aan. Het andere uiteinde maakt hij vast aan de ring om zijn hals. Hij knielt en blinddoekt zichzelf. Met zijn ene hand houdt hij zijn fantastische pik vast, de eikel nat van zijn eigen vocht, glimmend in de middagzon van de tuin. Hij bevredigt zichzelf, heel even op zoek naar het juiste tempo, lichtelijk gedesoriënteerd door het gebrek aan zicht, de ongewone setting en de ongewone positie: op zijn knieën, voor mij op de grond. Ik ben me eerst heel bewust van het touw in mijn handen, maar verlies mezelf dan in zijn ritme: in zijn hand, in zijn adem; verstevig mijn grip als ik zie dat het touw slap hangt.
Het geluid van de ijzeren ring die loskomt van de collar. Zijn zaad dat in zijn handpalm spuit.’
Maar hoe diep ik ook mee mag gaan in Reva haar zoektocht, het object van haar verlangen blijft voor mij gek genoeg een heel boek lang ongrijpbaar en haast wezenloos. Ik krijg maar weinig te zien van wat Rames nu precies zo leuk of interessant maakt. Van wat zijn drijfveren nu eigenlijk zijn. Het enige wat ik over hem kan zeggen is dat hij mij typisch zo iemand lijkt die ofwel de ideale schoonzoon zou kunnen zijn, ofwel een aal van een vent. Hij is lief, zacht, heeft altijd de juiste vragen en opmerkingen paraat, maar is, als het moet, ook sterk, dominant en staat altijd klaar om met die ‘fantastische pik’ van hem in het rond te zwaaien. Tot Reva dichtklapt en hij plots niet meer zo liefdevol en begripvol blijkt, als hij zich in eerste instantie voordeed.
En dat terwijl zijn eigen seksuele voorkeuren toch ook op een veel diepere en complexere belevingswereld lijken te duiden. Ik ben blij dat er eindelijk zoveel aandacht is voor hoe gecompliceerd en meerlagig vrouwelijke seksualiteit soms kan zijn, maar aan de andere kant merk ik soms ook hoe rechtlijnig en simplistisch er nog tegen mannelijke seksualiteit aan wordt gekeken. Dat er verschillen tussen die twee zijn, is meer dan duidelijk en het blijft goed om die te onderzoeken, maar dat seks bij mannen wel altijd van een leie dakje zou gaan is evengoed een misverstand. Ook daar spelen diepgaande psychologische, emotionele, sociale en soms haast spirituele factoren een rol die niet te onderschatten is. En zolang we die complexiteiten niet durven te benoemen of in de ogen durven te kijken, denk dat we ons ook niet al te zeer over de aantrekkingskracht van zoiets als de manosfeer hoeven te verbazen.
Maar goed, ik wil nu ook niet beweren dat het jouw taak is om dat probleem op te lossen. Ik begrijp heel goed waarom je gekozen hebt voor het perspectief dat het dichtst bij jezelf ligt en dat volledig hebt uitgediept. Maar zou het geen interessant experiment zijn geweest om er toch af en toe iets van te hebben binnengelaten? Om af en toe iets mee te krijgen van wat er in Rames omgaat? Ik heb je lang geleden, in een interview naar aanleiding van je debuut, geloof ik eens horen zeggen dat je je voor je volgende boek niet terug achter een mannelijk hoofdpersonage wilde verschuilen. Dat is gelukt. Maar wat als het stappen in een lichaam dat niet het jouwe is nu eens geen verschuilen, maar onderzoeken zou kunnen zijn. Een alchemisch proces waarin je meerdere kanten van jezelf samenbrengt en er zo iets geheel nieuws ontstaat. Zou dat niet mooi zijn?
Groetjes,
Jonathan van der Horst
Rosa Willemijn Vlogman – Wat mijn lichaam weet. De Harmonie, Amsterdam. 200 blz. € 22,99.
