De literaire sportzomer
Het WK voetbal, de Tour de France, Wimbledon, EK atletiek, WK roeien: deze zomer hoeft de sportkijker zich geen seconde te vervelen. Om helemaal in de stemming te komen en ons niet alleen blind te staren op wat er gaande is op het scherm en in de media, duikt Tzum als vanouds de boeken in. Onze schrijvers lezen de beste biografieën van sporters, vergeten geschiedenissen, jubelverhalen en zwarte bladzijden over de grootste en kleine sporten. Niet voor niets bestaat sport in ons collectieve geheugen vooral bij de gratie van de verhalen die verteld worden, lang nadat het stof is neergedaald.

Ook maar een mens

Vandaag begint het WK voetbal, dit alleen al historisch genoemd mag worden vanwege de duizelingwekkende cijfers: 104 wedstrijden en 16 steden, 48 teams en (als het aan de FIFA ligt) ruim 3,5 miljoen bezoekers. Het is kortom een serieuze dagtaak (of eigenlijk nachtwerk) om dat allemaal te volgen, maar de media zijn er gelukkig als de kippen bij om elke scheet uitgebreid te verslaan, van een licht geblesseerde speler die niet aan de training deelneemt (“Paniek!”) tot een officieel aangestelde scheidsrechter die het land niet mag betreden (“Ongelukkig.”). Het zou fijn zijn als de media zich niet alleen zouden richten op de wanen van de dag, maar op zoek gaan naar de verhalen achter de mensen die onze harten sneller doen kloppen met hun talent: de 1248(!) spelers die deelnemen.

Voor dit laatste kunnen we gelukkig rekenen op Frank Heinen, al een decennium een van ’s lands beste en origineelste sportschrijvers (en sinds vorig jaar de Slimste der Slimste Mensen). In 2019 publiceerde hij Buiten de lijnen. De Bijbel van vergeten voetballers. Dit ruim vijfhonderd pagina’s tellende boek bevat meer dan 170 portretten van spelers die niet zozeer bekend of boeiend zijn om hun prestaties op het veld, als wel wat daarbuiten in hun levens plaatsvond. Met een fijne en vlotte stijl en oog voor opmerkelijke details beschrijft Heinen de markante carrières en hun turbulente levensloop. Hij begint in de negentiende eeuw en werkt chronologisch naar het hier en nu, waarbij veel klassieke voetballanden meermaals aan bod komen, al heeft hij een voorliefde voor roemruchte spelers uit Italië, een land waar alles altijd in de overtreffende trap gebeurt, voetbal niet uitgezonderd. Het boek leest zo ook als een menselijke geschiedenis, waarbij oorlogen, economische rampspoed en culturele ontwikkelingen de levens van voetballers sturen.

Hoewel de stukjes erg van toon verschillen, is de tragiek die veel van de voetballers treft opvallend: als ze zelf al niet ziek of gehandicapt raken op een te jonge leeftijd, gebeurt dat wel met hun naasten. Uiteraard sneuvelen velen van hen ook in oorlogssituaties of raken ze daardoor getraumatiseerd, waarmee het boek laat zien dat profvoetballers in de eerste helft van de vorige eeuw het niet beter hadden dan de doorsnee burgerman. Sommigen van hen groeien uit tot verzetshelden, anderen tot beulen van foute regimes: je hoeft niet over een specifiek moreel kompas te beschikken als goede voetballer. Het sterkst zijn de verhalen waarvoor Heinen meer pagina’s heeft uitgetrokken, meestal omdat de levens van die voetballers zo merkwaardig zijn dat ze van de nodige duiding verzien moeten worden om geloofwaardig over te komen. Er zijn voetballers die in het criminele circuit belanden, van kruimeldieven tot zwaargewichten, spelers die in een andere discipline succesvol worden, van de zakenwereld tot de creatieve sector, of die door verslavingen, financiële problemen of andere ellende helemaal van het pad raken en zelfs van de aardbodem verdwijnen, en soms plots weer opduiken.

Neem bijvoorbeeld Luther Blissett: een voetballer uit Jamaica die in de jaren zestig met zijn familie naar Londen verhuist en bij het laag geklasseerde Watford furore maakt. Hij stuwt de club naar hogere divisies, wordt een ster in de Premier League en spits van het nationale elftal, waar hij (pas) in 1982 de eerste zwarte speler wordt die een doelpunt maakt in het shirt van de Engelsen. Een onvermijdelijke transfer naar het grote AC Milan volgt, maar zoals bij zoveel spelers in dit boek (en daarbuiten) wordt zijn buitenlandse avontuur geen succes. Blissett wordt echter een cultfiguur in Italië, en een groep jonge kunstenaars annex activisten adapteert zijn naam voor hun doldwaze project vol ludieke acties, waarmee ze in de jaren negentig heel wat aandacht trekken en heilige huisjes omver schoppen, culminerend in het boek Q, waarvan Umberto Eco nog even verdacht werd het geschreven te hebben. Heinen maakt hier een meeslepend verhaal van door de bijzondere carrière van Blissett af te wisselen met die van het kunstenaarsproject, en zo de parallellen zichtbaar te maken. In korte voetnoten geeft hij dan weer humoristisch commentaar op de toevalligheden, zijpaden en culturele verwijzingen.

Een verhaal als dit gaat uiteindelijk over veel meer dan een voetballer uit Jamaica, en dat is misschien wel de kern van deze bundel: veel spelers staan als het ware symbool voor een doorsnee (of buitengewoon) leven in een tijdsgewricht op een specifieke plek, waar het voetbal hooguit indirect mee samenhangt. Omdat de mannen in kwestie echter ooit bijzonder goed tegen een bal konden trappen en daarmee roem vergaard hebben, is hun leven destijds vastgelegd en decennia later nog altijd boeiend om te lezen. Hoewel het voetbal in honderdvijftig jaar tijd onherkenbaar veranderd is, zijn de ambities en dromen van jonge voetballers nog altijd dezelfde, evenals wat er na hun carrières zoal aan lief en leed op hun pad komt. Slechts een enkeling weet zich, veelal door toedoen van anderen, te onderscheiden, zoals David Icke die uitgroeide tot een immens populaire prediker en later fervent complotdenker, of de Noorse Pal Enger, die na zijn loopbaan de gevangenis betrad als succesvol dief van Munch’s De Schreeuw.

Met de verhalen uit Buiten de lijnen in het achterhoofd kijk ik op een heel andere manier naar het WK. In de selecties van Kaapverdië, Congo, Jordanië, Oezbekistan of Panama zoek ik niet naar wie een doelpunt, assist of mooie redding gaat verzorgen, maar naar de paradijsvogels die in de toekomst furore zullen maken of door onheil verteerd worden. Het is te hopen dat Frank Heinen hetzelfde doet, en dat hij over enkele jaren opnieuw een leeswaardig boek als dit aflevert, net zoals hij dat met Uit koers al tweemaal over vergeten wielrenners deed. Een boek over vergeten vrouwelijke voetballers zou trouwens ook boeiend zijn, om te zien in hoeverre hun levens buiten het veld en na hun carrières verschillen van die van hun mannelijke collega’s. Ongeacht of het een vermakelijk WK wordt, zullen er spelers de grasmat betreden met bijzondere levensverhalen in de maak.

Willem Goedhart

Frank Heinen – Buiten de lijnen. Das Mag Uitgevers, Amsterdam. 566 blz. € 29,99.

(Foto Voetbal interland België – Nederland (1-4) in Deurne: Beeldbank De Boer, Noord-Hollands Archief, CC0)