Een ijzig verslag van overleven en hopen op een goede afloop

Wat een goed idee van Michaël Olbrechts om een eilandentrilogie te maken. Alleen het woord al klinkt prachtig en met de publicatie van Ada is tweederde nu afgerond. Olbrechts begon zijn drieluik in 2023 met het schitterende Galapagos, dat terecht heel positieve kritieken kreeg. In Galapagos baseerde Olbrechts zich op het waargebeurde verhaal van de Duitse arts Friedrich Ritter die in 1929 besluit om samen met zijn vriendin Dore Strauch een nieuw begin te maken op het onbewoonde eiland Floreana. Hij gaat op zoek naar een ascetisch leven en hangt dat op aan Nietzsches theorie van de übermenschen.

In Ada, deel twee van de trilogie, gaat Olbrechts iets verder terug in de tijd: in 1921 vertrekt er een expeditie naar de Noordelijke IJszee, meer bepaald het onbewoonde Wrangel Island. De tocht is een megalomaan idee van Vilhjalmur Stefansson, een charlatan die als ontdekkingsreiziger enige faam heeft verworven. Het doel van de tocht is om het eilandje onder Brits gezag te brengen, feitelijk door er een vlag te planten en het uit te roepen als Brits grondgebied.

Dat hele idee was niet goed afgestemd en als de expeditie eenmaal aan land is, krijgen de politieke machthebbers er lucht van. Dat gooit alles overhoop. Dan zitten de mannen op het eiland, samen met Ada Blackjack, een Iñupiaq-vrouw van 23 jaar uit Alaska. Zij monsterde als enige inheemse buitenstaander aan; haar taken zijn huishoudelijk van aard. Ada gaat niet van harte mee, ze kan niet anders. Olbrechts beschrijft in een hartverscheurende scène wat haar werkelijke reden is: Ada is wanhopig, omdat haar zoontje ziek is en er geen geld is om hem te helpen. Met het bedrag dat ze met de expeditie hoopt te verdienen, kan ze goede zorg betalen. Maar eenmaal op het eiland is van dat hele idee nog weinig over: komt ze ooit nog thuis?

Wie een trilogie opzet en dat als zodanig benoemt, ontkomt er niet aan dat er vergelijkingen worden gemaakt. Om meteen duidelijk te zijn: Ada is minder goed dan Galapagos. Ten eerste zijn de karakters in Galapagos in beginsel interessanter en daarmee sterker uitgewerkt. Ritter en Strauch zijn mensen op een missie, figuren met een droom en dadendrang. De figuren die met Ada op het eiland verzeild raken, zijn avonturiers die niet goed hebben nagedacht over de situatie waarin ze zich hebben gemanoeuvreerd. Dat maakt van Ada een meer actiegerichte strip: overleven, hopen op een goede afloop.

De inbedding van Galapagos in de geschiedenis is interessanter, met hallucinante intermezzo’s die het Europa van de jaren dertig laten zien. Het is de wereld die Ritter en Strauch hebben achtergelaten, die van oorlogsdreiging en machtswellust. Het zet Ritters idealen in een ander perspectief. Bij Ada is de ’thuissituatie’ veel minder aan de orde: het gaat er vooral om hoe Stefansson zich gedraagt en wat hij voor elkaar krijgt om de expeditieleden te helpen. Het is nu eenmaal de geschiedenis, maar waar Ritter door de buitenwacht werd opgezocht, blijft het doodstil op Wrangel eiland. Het zorgt ervoor dat de twee verhaallijnen langs elkaar blijven bestaan.

Ook het verglijden van de tijd op het eiland is anders: in Galapagos wordt er aan iets gebouwd, letterlijk en figuurlijk. We zien de droom van Ritter ontstaan – en na verloop van tijd vervliegen. Dat is een mooie opbouw, met een apotheose. Bij Ada moet de lezer het vooral hebben van de tijdsaanduidingen die ieder hoofdstuk markeren: zes maanden op Wrangel eiland, acht maanden op Wrangel eiland, et cetera. De situatie wordt grimmiger en de mannen raken emotioneel uitgeput, maar het komt uiteindelijk neer op wachten. Dat Ada zich in die omstandigheid ontwikkelt tot de krachtigste van de personages is een mooie ontwikkeling, maar diende zich ook min of meer aan.

Over het verhaal van Ada en de afwikkeling van het ijzige avontuur, is genoeg te vinden. Het is mooi te zien hoe Olbrechts het geheel menselijker en invoelender heeft gemaakt. Wie de afstandelijke foto’s ziet van de expeditieleden, Ada, Stefansson en de andere betrokkenen, ziet loze plaatjes zonder diepgang en emotie. Dat is na het lezen van Olbrechts verhaal veranderd: deze mensen hebben iets meegemaakt, iets geflikt en daarmee een plek in de geschiedenis verworven. Positief in sommige gevallen, maar meestal dubieus en schunnig. Dat oordeel is sterker geworden door toedoen van Olbrechts verstripping van het verhaal: hij koos voor een ijzingwekkende entourage die de menselijke tekorten haarfijn in beeld bracht.

Intussen werkt Olbrechts aan het afsluitende deel van de eilandenreeks en dat speelt op het Schotse St-Kilda, een archipel in de Atlantische Oceaan, waar ooit mensen woonden tot epidemieën en fundamentalistische dominees daar een eind aan maakten. Om naar uit te zien.

Stefan Nieuwenhuis

Michaël Olbrechts – Ada. Oogachtend. 192 blz. hardcover. € 33,00.