Opinie: Keert de historische letterkunde terug op de bachelor lerarenopleiding Nederlands?
Keert de historische letterkunde terug op de bachelor lerarenopleiding Nederlands?
Als lerarenopleider moet je hoopvol blijven, vooral als je literatuurvakken geeft. Aangezien je al 35 jaar bij dezelfde werkgever zit (NHL Stenden en alle voorgaande varianten ervan) ken je nog de verhalen van oudere, inmiddels gepensioneerde of overleden, collega’s die het jaar rond historische letterkunde gaven. Nu jassen we de hele historische letterkunde er binnen zes weken door. De Middeleeuwen doen we in twee weken (Beatrijs en de Reynaert). Maar er gloort licht aan het eind van de tunnel: de nieuwe kerndoelen Nederlands voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs zorgen ervoor dat ook de bacheloropleidingen (de tweedegraads lerarenopleidingen) hun kennisbasis moesten herzien.
In de geactualiseerde kerndoelen vind je onder het kopje literatuur enkele vernieuwingen terug voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Kerndoel 9C luidt als volgt:
9C De leerling verkent literatuur die geschreven is in verschillende periodes en contexten.
Het gaat hierbij om:
• lezen, bekijken of beluisteren van literatuur uit verschillende tijden;
• verkennen van de tijd en context waarin het verhaal geschreven is;
• verwoorden van verschillen en overeenkomsten tussen historische teksten en de eigen tijd, leef- en belevingswereld;
• verwoorden van universele thema’s in literatuur door de tijd heen.
Voor havo- en vwo-leerlingen geldt een aanvulling:
9D De leerling legt verbanden tussen de inhoud van literatuur en de periode en context waarin deze is geschreven.
Het gaat hierbij om:
• beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen oudere en hedendaagse literatuur;
• beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen versies van literaire teksten;
• beschrijven van relaties tussen de periode en context waarin de tekst is geschreven en het wereldbeeld van de schrijver;
• beschrijven van opgedane inzichten over historische tijdvakken;
• herkennen van literair-culturele sporen in literatuur uit heden en verleden.
Hoe je op een speelse en intelligente manier historische letterkunde kunt verweven met jeugdliteratuur laat Joke Brasser mooi zien in Oude teksten voor jonge lezers (disclaimer: ik ben als uitgever betrokken bij dit boek, dus dit is geen objectieve observatie). Die aanpak vraagt wel iets van de docent, namelijk enige kennis van de historische letterkunde. En laten we die kennis nu al tien jaar lang niet meer tot de corebusiness van ons vak rekenen, want kennis van alles wat in de letterkunde voor 1880 gebeurde, is sinds 2018 facultatief. En dat betekent dat de docenten die vanaf die datum werden opgeleid aan veel hogescholen minder wisten van historische letterkunde dan leerlingen uit de bovenbouw van het vwo. Met een aantal collega’s (vooral van de Hogeschool van Amsterdam) heb ik strijd gevoerd tegen deze ontwikkeling, maar tevergeefs. De langere versie van deze strijd heb ik opgenomen in mijn boek Moeten we dit weten voor de toets? Hoe overleef ik het literatuuronderwijs?
Ultrakorte samenvatting van het voorafgaande: sinds 2017 geldt voor de lerarenopleidingen een kennisbasis waarin de historische letterkunde begon bij 1880. In de bachelor moeten studenten een Landelijke Kennisbasistoets (LKT) maken van 110 multiplechoicevragen, waarvan er 35 over literatuur gaan en daarvan kunnen er 18 over literatuurgeschiedenis gaan. Een vraag uit de oefentoets:
Vraag 103
Gegeven
Tot de historische avant-garde (modernisme) worden stromingen gerekend waarvan de kunstenaars in het begin van de twintigste eeuw nieuwe vormen zochten die pasten bij een modern bewustzijn en wereldbeeld.Gevraagd
Welke stroming wilde het burgerlijke publiek choqueren door bestaande waarden als kunst en burgerlijke moraal te bekritiseren?A Dadaïsme
B Expressionisme
C Nieuwe zakelijkheid
D Surrealisme
Nog even los van de vraag of dit de beste (laat staan leukste) manier is om kennis te toetsen en nog even los van de vraag of je van mening kunt verschillen over het antwoord: zo’n vraag veronderstelt heel veel droge kennis over kenmerken van stromingen. (En iedere belezen docent weet dat die kenmerken op zichzelf weer discutabel zijn, want we kennen allemaal weer tegenvoorbeelden. De nuances zijn het interessantste onderzoeksgebied van de literatuur).
Zonder een positief resultaat op de LKT geen diploma en geen onderwijsbevoegdheid en een student zonder diploma levert een hogeschool geen geld op, dus wordt maximaal ingezet op vakken die studenten klaarstomen voor de LKT en voordat je het weet, zitten je literatuurcolleges vol met lijstjes discutabele kenmerken.
Even een stuk dat je ook kunt overslaan, want hier komt een zijspoor. Bij de LKT hoort ook een begrippenlijst die in de ‘Toetshandreiking’ staat. Bij de ‘B’ staat: ‘ballade, beeldspraak, belevend ik, beweging van Vijftig – zie: Vijftigers, bijfiguur, bildungsroman, binnenrijm, brievenroman’. Bij de ‘T’ staat ‘tautologie, tegenstelling, terzet, terzine, thema, tijdsverloop, tijdversnelling, tijdvertraging, totum pro parte, trochee’. Het viel ons aan het begin van het schooljaar op dat De Tachtigers waren verdwenen uit de lijst, terwijl een vraag uit de oefentoets als volgt luidt:
Vraag 94
Gegeven
De literatuurgeschiedenis kent voortdurende bewegingen van nieuwe en terugkerende literatuuropvattingen. Literaire vernieuwers zetten zich vaak via provocerende uitspraken af tegen literatuur die volgens hen niet (meer) voldoet.Twee uitspraken van een vernieuwende negentiende-eeuwse schrijver/dichter:
‘Kunst is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’.
‘Niet een boodschap van stichtende aard is het allerhoogste dat de dichter kan bereiken, maar schoonheid’.Gevraagd
Tegen welke soort poëzie zet deze negentiende-eeuwse schrijver/dichter zich af?
We vroegen ons af of De Tachtigers nu wel of niet hoorden bij de Kennisbasis en mailden het Politbureau in Den Haag. Het Politbureau verwees ons toen weer terug naar de toetshandreiking waarin staat: ‘Het kan dus zijn dat in de landelijke kennistoets onderwerpen aan de orde komen die niet opgenomen zijn in deze toetshandreiking.’ Voor onze studenten niet het meest geruststellende idee: dat ze nu ook zaken moesten weten waarvan ze niet konden weten dat ze die moesten weten. Einde zijspoor.
Omdat de kerndoelen en de eindtermen voor de bovenbouw herzien werden, moesten de kennisbasis voor de bacheloropleiding Nederlands en de kennisbasis voor de masteropleiding Nederlands ook vernieuwd worden, want het is wel handig als er doorlopende leerlijnen komen en ons onderwijsaanbod afgestemd wordt op wat er in de praktijk gedaan wordt.
Over de vernieuwde kennisbasis voor de bachelor ben ik zeer enthousiast, want de historische letterkunde is expliciet teruggekomen (naast heel veel andere positieve veranderingen). In subdomein 4.2: Literatuur en maatschappij staat immers:
De startbekwame leraar Nederlands ontwikkelt de eigen literaire competentie, toont daarbij kennis en begrip van de diverse contexten waarin literaire uitingsvormen ontstaan en geïnterpreteerd worden en zet die kennis en dat begrip actief en bewust in bij het verdiepen van het eigen denken over mens en maatschappij.
Het gaat hierbij om:
4.2.1 Het beredeneren van hoe verhalen kunnen bijdragen aan cultuurbewustzijn en tegelijkertijd cultuuroverstijgend kunnen zijn.
4.2.2 Het interpreteren van literaire uitingsvormen, met behulp van secundaire literatuur, waarbij er rekening gehouden wordt met de contexten (historisch, maatschappelijk, cultureel, politiek, actueel) waarbinnen de uiting ontstaat of ontstaan is.
4.2.3 Het overwegen welke interpretaties een literaire uitingsvorm voor lezers kan hebben in een andere context (actueel in plaats van historisch, een andere maatschappelijke realiteit, een andere politieke of culturele situatie) dan die waarbinnen de uitingsvorm is ontstaan.
4.2.4 Het leggen van verbanden tussen verschillende literaire uitingsvormen door tijden en contexten heen.Te denken valt aan:
• Het reflecteren op wat je leert over culturen / een cultuur en wat je leert over de menselijke natuur van een intercultureel en/of vertaald verhaal.
• Het uitleggen van waarom een literaire uitingsvorm typerend is voor of opvallend afwijkend is van een wereldbeeld dat in een bepaalde periode dominant is.
• Het evalueren van de relevantie van een (jeugd)literair werk voor een maatschappelijk vraagstuk.
• Het beschrijven van de context waarin een bepaalde literaire uitingsvorm is ontstaan en hoe die context de interpretatie ervan kan sturen.
• Het uitleggen van mogelijke thematische verschillen en overeenkomsten tussen bijvoorbeeld een middeleeuws werk, een werk uit de verlichting, de romantiek en een recent werk.
Het lijkt misschien niet veel, maar door het expliciet benoemen van een middeleeuws werk, een werk uit de verlichting, en een werk uit de romantiek wordt het desastreuze effect van de vorige kennisbasis teniet gedaan. En ook de kennisbasis die daar weer aan voorafging was voor voor meerdere uitleg vatbaar, waardoor er op sommige hogescholen al meer dan 20 jaar geen historische letterkunde gegeven was. En wat je niet krijgt, mis je niet, zoals bleek uit een aantal reacties van onderbouwdocenten op mijn strijd voor historische teksten. In de Facebookgroep Leraar Nederlands krijg je grofweg twee standaardreacties op voorstellen voor vernieuwingen voor het vak literatuur in de lerarenopleiding. Ten eerste mensen, meestal wat ouder, die opmerken dat ze vroeger in het voortgezet onderwijs al het dubbele lazen van wat nu op de lerarenopleidingen gebeurt en ten tweede mensen die vinden dat Nederlands een nuttig en dienend vak hoort te zijn in de onderbouw en daarom hoeven de docenten niet meer te weten dan de jeugdliteratuur die hun leerlingen ook lezen. Meestal gaan beide reacties niet in op de argumenten die je hebt voor een vernieuwing.
Nu de kennisbasis van 2026 er ligt, moet ook de begrippenlijst hernieuwd worden, dus ik ben benieuwd of De Tachtigers in de nabije toekomst hun rentree gaan maken.
Er is nog wel één zorg en dat is de enorme inzet van hogescholen op zij-instroomtrajecten. Met een zij-instroomtraject in beroep kunnen studenten binnen twee jaar een diploma halen. Voorwaarde (bij ons op NHL Stenden) is dat ze al voor de klas staan én dat ze een geschiktheidsonderzoek positief hebben afgerond. Met veel zelfstudie en vrijstellingen moeten de studenten dan binnen twee jaar de LKT kunnen halen. Dat vergt erg veel zelfdiscipline van de student en veel flexibiliteit van hogescholen. En tot dit jaar konden de studenten alle literatuur voor 1880 laten vallen, want dat vormde toch geen onderdeel van de LKT. Daar zal verandering in komen, maar ik weet niet of dat direct fout uitpakt, want de studenten die ik tot nu toe tegenkom in de zij-instroomtrajecten zijn zeer leergierig en willen juist veel vakkennis hebben en komen juist de colleges volgen in plaats van in zelfstudie te versnellen.
Voor de lerarenopleidingen zie ik kansen. Bijvoorbeeld nascholingscursussen in die regio’s waar al decennia een literair-historische droogte heerst. Voor onze eigen colleges zie ik kansen om meer te experimenteren met literair-historisch redeneren zoals bepleit werd door Sander Bax en Erwin Mantingh. Wij hebben voor het nieuwe jaar het curriculum al omgegooid en zullen het bijvoorbeeld hebben over de duivel van Mariken van Nieumeghen tot Lieke Marsman. We maken dan met AI wel toetsen over de kenmerken en begrippen voor de LKT. Kunnen we het eindelijk weer eens over literatuur hebben.
Coen Peppelenbos
Dit stuk verscheen eerder op Neerlandistiek.

Verhip, een oud gedicht. Nationalistisch, ook nog eens, 1831. Maar je leert er wel door dat nationalisme iets heel anders betekende dan nu.
Dus al is het oud en ietwat oubollig, nog steeds super leerzaam.
E.J. Potgieter, 1831
Holland
Grauw is uw hemel en stormig uw strand,
Naakt zijn uw duinen en effen uw velden,
U schiep natuur met een stiefmoeders hand,
Toch heb ik innig u lief, o mijn Land!
Al wat gij zijt, is der Vaderen werk;
Uit een moeras wrocht de vlijt van die helden,
Beide de zee en den dwingland te sterk,
Vrijheid een tempel en Godsvrucht een kerk.
Blijf, wat gij waart, toen ge blonkt als een bloem;
ZORG, DAT EUROPA DEN ZETEL DER ORDE,
DAT DE VERDRUKTE ZIJN WIJKPLAATS U NOEM’,
LAND MIJNER VAAD’REN, MIJN LUST EN MIJN ROEM.
En wat de donkere toekomst bewaart,
Wat uit haar zwangere wolken ook worde,
Lauw’ren behooren aan ’t vleklooze zwaard,
Land, eens het vrijst en gezegendst der aard