Babs Gons was afgelopen woensdag te gast bij Carine van Santen van Kunststof om te praten over haar nieuwe bundel Wie zijn we morgen. Het gesprek begint behoorlijk absurdistisch door de openingsvraag van de interviewster, naar aanleiding van de documentaire over Gons’ jaren als Dichter der Nederlanden:

Van Santen: Er viel me heel veel op, naast al die mooie woorden die je bezigde, die uit je mond rolden, dat je zóveel brillen hebt. Waarom heb jij zoveel brillen?
Gons: Zodat ik goed kan kijken naar de wereld.
Van Santen: Ja, maar dat kan ook met één bril.
Gons: Dat is saai. Ja, waarom heb ik zoveel brillen? Ehm, het gaat vanzelf. Af en toe gaat er eentje mee naar huis. Ik hou er wel van. Ja.
Van Santen: Nou, niet ieder mens heeft zoveel brillen.
Gons: Nee, nee.
Van Santen: En maakt het wat uit welke bril je ophebt?
Gons: Eh… Zeker. Ik heb brillen die meekleuren met de zon. Eh. Ik heb brillen die… – het zijn er ook niet zoveel. Ik heb gewoon een paar zonnebrillen en een paar brillen op sterkte, ik heb multifocaal en eh… ik heb leesbrillen…
Van Santen: Nou ja, hallo, ik heb één bril.
Gons: Ja, ja, ja. Goed.
Van Santen: Het valt ook op omdat het hele uitgesproken brillen zijn. Je hebt nu geen bril op, maar ze hebben meestal mooie monturen, gekleurde monturen. Gekleurde kleding.
Gons: Ja, ja. Het hoort ook een beetje bij… bij… kleding. Ik hou ervan om me te hullen in veel kleren met brillen en tassen.
Van Santen: Dus de bril die je kiest die past ook een beetje bij de kleur van je kleding en je tassen.
Gons: Vaak wel een beetje.
Van Santen: Dus het is meer styling ook.
Gons: Ook, ja.
Van Santen: Ik vond het eigenlijk ook wel bijna symbolisch, hè. Door welke bril je naar de wereld kijkt.
Gons: Ja.
Van Santen: Want door welke bril kijk jij naar de wereld?
Gons: Door heel veel verschillende brillen.

Of dit gesprek nog inhoudelijk wil worden, beluistert u hieronder.