Ontmoetingen – Met een deeltijdschrijver aan de Amstel

Op de terugweg van café De Jaren naar Centraal Station vroeg hij of ik ook naaktfoto’s van mezelf had. Voor ik daarop een goed antwoord kon geven, pakte hij zijn eigen telefoon tevoorschijn en scrolde door zijn fotogalerij. Ik keek discreet weg, naar de ligplaats van de rondvaartboten. Niet dat hij zulke foto’s van zichzelf aan mij wilde laten zien, want, voor de goede orde, dat paste niet in de sfeer van ons gesprek en het ging hem om iets anders. Hier. Een foto van twee decennia geleden. Met kleren aan. Hoe je blik op je eigen lichaam verandert: ‘Ik zag er best aantrekkelijk uit, toen,’ zegt hij. En ik kijk met hem mee naar een vrolijk lachende jongeman van rond de dertig, hand op zijn schedel om het dunner wordende haar wat te camoufleren. Inderdaad, aantrekkelijk met jeugdige lach. ‘En dat je dat op dat moment niet ziet, kúnt zien. Het ook niet zo ervaart.’

We schelen tien jaar. ‘In mijn beleving zijn we allebei rond de vijftig,’ zegt hij en hij meent het. Ik schrijf deze laatste zin uiteraard niet voor niets op. Hoe volwassen ik doorgaans ben, ook ik hang die jeugdcultus aan van graag jonger ingeschat worden. Als ik foto’s van mezelf zie van tien jaar geleden denk ik ook: fitte man, prima uiterlijk. Waarom zag ik dat toen niet? Een vertekende lichaamsbeleving. Je bent strenger op je huidige uiterlijk en minder op hoe je er vroeger uitzag. Of je moet een heel drastische wijziging hebben doorgevoerd. Vriend H. verloor 40 kilo met trainen en lijnen. Vraag je het hem, dan is hij met zijn huidige lichaam veel gelukkiger.

Op Centraal Station omarmen we elkaar ter afscheid. Hij neemt de trein, ik de metro, met in mijn zomerjas het boekje dat verscheen toen hij vorig jaar vijftig werd. Handzaam formaat, fijn papier. Ik zal het hier niet noemen. Hij schrijft herkenbare, ontroerende verhalen in een eenvoudige stijl. Hij is de enige schrijver die ik ken die anoniem wil blijven. Een deeltijdschrijver met een droom voor fulltime. De meeste dagen van de week brengt hij door in instituten en dan is het soms laveren als het gaat om openheid en jezelf zijn. Zo spreekt hij, wel met ironie, over zijn huisgenoot in plaats van over zijn man of partner. Met een huisgenoot lig je niet in hetzelfde bed. Een maskeradespel dat hetero’s doorgaans vreemd is.

In de metro blader ik door zijn boekje, lees een verhaal dat ik enkele jaren eerder al had gelezen van hem. Ik moet weer lachen. Besmuikt, want in de metro. Ik zie hem mensen ontmoeten, zoals ik dat in mijn werk ook heb gedaan op een andere plek, in een andere setting. Een gezicht duikt op. ‘Maar hoe is het eigenlijk met jou?’ vraagt ze. Daarmee dekte ze haar eigen geheugenverlies toe en hoefde er niet gesproken te worden over de stilte in haar leven, de breuklijnen in haar familie. De tillift in de hoek, de foto boven haar bed, in een verder lege kamer: zij naast haar man, in kleermakerszit drie kinderen. Dan kijk je naar wat je echt hebt verloren, minder naar de gladheid en de teint van je eigen huid.

En tegelijkertijd denk ik aan de ruim drie uur die ik zojuist met de deeltijdschrijver aan de Amstel doorbracht. Aan de jeugdige jongens en meisjes die onze lunch en onze drankjes brachten en die ik allemaal aantrekkelijk vond. En ik dacht aan ons gesprek. Om een afgezaagd beeld te gebruiken: we dansten drie uur lang. Dan leidde hij en volgde ik, en andersom. Wat een levendigheid! Esprit! Of we geen faxen naar elkaar kunnen sturen zoals Nicolien Mizee doet? ‘Dan wil ik wel Ger zijn,’ zeg ik. De man die nooit antwoordt. Van Ger kan ik veel leren. Van onbeantwoorde mails lig ik wakker.

Hoe lang is het geleden dat ik zo in een gesprek opging, zoals nu met deze deeltijdschrijver? Grote kans dat dertig jaar geleden in een vrijgezellenbestaan zo’n middag tussen de lakens was geëindigd. Het had gekund. Hoewel. Een gezellig, dansend gesprek hoeft geen fijne seks op te leveren en het is nu niet aan de orde. Dertig jaar geleden vast ook niet, denk ik, uitcheckend op station Zuid. Het verschil van tien jaar valt tussen vijftig en zestig weg, maar is een onoverbrugbaar gat tussen een dertiger en een twintiger. Te jong, te oud. Of om een boektitel van Eric de Kuyper te citeren: Te vroeg… te laat. In ontmoetingen draait het ook om de juiste timing.*

Eric de Rooij

*Er is ongemak om jezelf in de tekst van een ander terug te vinden. Als ik deze column aan de deeltijdschrijver voorleg wil hij dat boektitel, uitgeverij en naam sneuvelen. Citaten uit zijn boek verdwijnen mee. Bij deze.