Hoop, een rode draad en een schip in een fles

Wie heeft Zeeboerin van Anne Lichthart en Cynthia Borst gelezen, dat boekje ‘om in te blijven’, zoals ik het zelf noemde? Ik wilde daarin blijven, omdat iedere bladzijde zo zorgvuldig is vormgegeven, vol liefde, maar ook zo vol humor en eigenzinnigheid, en vooruit, misschien vooral omdat ik weer even voor een poosje het kind kon zijn voor wie niets onmogelijk was. Natuurlijk ben ik er uiteindelijk wel uitgestapt, want het leven gaat tenslotte verder, maar toen ik zag dat er nu ook Landrot is van dezelfde auteurs, heb ik het meteen aangevraagd. Het spoelde aan op mijn deurmat en het was ingepakt in een verstild tafereel: donkergroene achtergrond, een ouderwetse schemerlamp, drie schilderijen aan de muur met een schip erop. Het bleek een tafereel uit het boek zelf te zijn. Een drukproef? Er zat – ik vermoed speciaal voor mij, maar wie weet? – een papieren toverdoosje bij, met een laatje waar tijdens het openschuiven een afbeelding uit omhoog schoof waarop in de verte twee fietsers, één rechtop, één voorovergebogen in een eenzaam landschap. Er zat een persoonlijke boodschap in het doosje, waaruit bleek dat de afzender wist dat ik ook Zeeboerin al had gelezen – er móet meer zijn tussen hemel en aarde.

Landrot dus. Daar moest ik meteen al om lachen, omdat ik het woord niet kende. Ik kende alleen ‘waterrot’ en dacht dat dit een woordspeling was, vergelijkbaar met ‘zeeboerin’: op zee kun je toch moeilijk een boerin zijn, en ik dacht dat een ‘landrot’ dus ook een soort onmogelijkheid was, maar dan op het land, precies tegenovergesteld. Dat is niet het geval, want een landrot is gewoon iemand die vooral graag aan land is, in tegenstelling tot de zeeman. Door de kleur van het boek, steenrood, krijgt ‘rot’ ook nog iets Duits, en iets kan ook nog gaan rotten, zoals de vis, of nog erger.

De tegenstelling tussen zee en land is ook al aanwezig in Zeeboerin. Daar is het Teun die op het land verlangt naar een ander mens. Die andere mens is Mats, die juist zeebenen heeft en steeds opnieuw naar het water wordt getrokken. Ze kunnen alleen samen zijn als ze elkaar in hun waarde laten. In Landrot is het Leen die thuiszit. Marius is er niet meer en haar kinderen zijn het huis uit. Haar jongste, Mats, is op zee. Is hij de Mats uit Zeeboerin? Als dat het geval is, is hij inmiddels (of nog) met een andere vrouw. Leen krijgt af en toe een brief. Steeds is hij weer ergens anders. Uiteindelijk krijgt ze een brief dat hij getrouwd is met Olio. Ze denkt dan aan de laatste keer dat Mats bij haar was, dat ze hem bijna niet meer als haar kind herkende. Nu moet ze het zonder haar kinderen doen, maar met haar herinneringen en met een stukje berusting:

Ze had het allemaal anders bedacht.
Maar nu het zo was,
kon ze maar beter elke dag garnalen eten.
De soep maken
die Marius niet lekker vond.

Alles in het boek spreekt tot de verbeelding. De ene afbeelding is nog mooier dan de andere, maar overal is ruimte om na te denken: soms zie je alleen een silhouet, een stukje van een gedekte tafel, lijntjespapier uit een oud schriftje met een getekend bootje erop, een schilderij aan de muur, los op de pagina geplakte foto’s met doorzichtig fotoboekenpapier ertussen. Vrijwilligers bij uitgeverij Loopvis hebben de foto’s met een kartelschaar uitgeknipt en in het boek geplakt, zoals ze ook met een preegtang reliëf op sommige bladzijden hebben gedrukt. Het is bijna te mooi om waar te zijn.

En toch worden zulke boeken dus gemaakt. Op de voorkant staat een fles op z’n kant met een schip erin. Flessenpost voor de lezer: hoop, er is altijd nog hoop zolang je met elkaar mooie boeken kunt maken, zolang er vrijwilligers zijn die een middag willen komen plakken en een boodschappenlijstje schrijven. Nee, de boodschappenlijstjes zijn álle, zo staat achterin ook op een los ingeplakt papiertje, door Anne zelf geschreven. Maar wat nu als de lezers massaal naar Loopvis gaan om zo’n prachtige Landrot te bemachtigen? Het is niet erg als de rij al bij het station van Arnhem begint, of er een speciale trein ingezet moet worden vanwege de vraag, want als je weet dat er iemand aan het eind van de rij zal zijn die ook speciaal in jouw exemplaar met de hand een rode draad zal plakken, dan is er geen haast meer, geen tijd. Dan is er alleen nog maar hoop.

Dietske Geerlings

Anne Lichthart en Cynthia Borst – Landrot. Loopvis, Arnhem. 128 blz. € 24,50.