Recensie: Annelies Verbeke – Reus
De volgende bespreking van Reus komt uit 2006.
Voor de helft
Annelies Verbeke vestigde met haar eerste roman Slaap! in een klap een reputatie van grappig, ontroerend en eigenwijs schrijfster. In haar nieuwe roman Reus gaat ze voort op de ingeslagen weg. Ook hier een voorkeur voor bizarre situaties en voor mensen die aan de randen van de maatschappij leven.
De geschiedenis wordt verteld door Hannah, die een intense relatie met haar tweelingzusje Kim heeft.
Haar man en mijn vriend heetten allebei Wim. We vonden onze respectieve Wims goede mensen en wisten ook elkaars Wim te appreciëren. Ze hielden van ons. Dat kon je zien. Ze stofzuigden en kochten keukenzout als dat op was. Wilden vijf keer per dag seks met ons, als wij daar zin in hadden. Nu en dan kwamen ze zelfs verrassend uit de hoek.
Op deze laconieke manier zet Verbeke de toon in haar werk: ze gebruikt korte afgemeten zinnen, waarin veel wordt gesuggereerd, zonder poespas en waarin de situatie scherp is neergezet. Die twee Wimmen zijn uiteraard mannen waar je weinig aan hebt, dat begrijp je als lezer direct, je voelt aankomen dat de tweelingzusjes zich maar weinig van hun zullen aantrekken.
Verbekes korte en afgemeten stijl herinnert in deze roman sterk aan de stijl van Arnon Grunberg, sterker dan in haar vorige boek. Neem een zinswending als: ‘Ik merkte dat Sigiswald langzaam zijn tanden ontblootte. Sigiswald had mooie tanden. Ik voelde me ontzettend triest. Op vergelijkbare manier zet ook Grunberg situaties en personages neer: suggestief, direct en zonder omhaal.
Vooral in het eerste deel van de roman werkt Verbekes aanpak en stijl. Haar vertelster Hannah kijkt scherp de wereld in, stelt zich niet boven andere personages en beleeft interessante avonturen met haar werk als televisie interviewster van rare freaks. De korte zinnen werken, ze passen op een of andere manier bij de wereld die deze schrijfster wil laten zien. Pijnlijk maar toch ook humoristisch zijn haar belevenissen met een exhibitioniste zonder borsten, Verbeke maakt mooie satire van dit soort freakshows en geeft een hilarisch kijkje in de wereld van tv-programmamakers.
Ga door hoorde ik me zelf denken, laat ons huiveren en grinniken. Maar halverwege houdt het ineens op, op pagina 121 begint deel 2 van de roman, de tweelingzusjes reizen naar Australië en ineens gaat het allemaal om iets heel anders. Die freakshow doet niet meer mee, we krijgen nu een zoektocht voorgezet naar de moeder van de twee meisjes die zich als een soort sekteleidster van aboriginals blijkt te hebben ontwikkeld.
Ik snapte de relatie met deel 1 niet goed, vroeg me steeds af waarom de zusjes precies op reis gingen en waarom die aboriginals erbij gehaald moesten worden. Alleen omdat een van de zusjes liefdesverdriet heeft? En waar is die pijnlijke exhibitioniste nu gebleven?
Het geheel ontglipte me, ineens vond ik de gebeurtenissen alleen nog aanstellerig en leukdoenerig, niet meer pijnlijk en hilarisch tegelijk. De zinnen werden flauw en bedacht. Ja maar, ja maar, zat ik de hele tijd te denken en zoiets is niet goed voor de beleving van een roman. Misschien had Verbeke twee verschillende verhaalopzetten liggen: eentje over een freakshow en eentje over een reis naar Australië. En heeft ze geprobeerd die in elkaar te schuiven. Wat mij betreft zonder succes.
Kees ’t Hart
Annelies Verbeke – Reus. De Geus, Breda. 218 blz.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 3 maart 2006.
