Lof der afstandsbediening

Het is zinloos de reclame op de televisie aan de kaak te stellen als een opgedrongen inbreuk op iemands persoonlijke beleving van de werkelijkheid. Dit valt ook iets directer te formuleren en wel als volgt: ‘In de wereld van de kanker is de reclame op de televisie ongeneeslijk.’

De afstandsbediening is in dit verband een gelukkige uitvinding, want zonder geluid wordt de zogeheten ‘reclame boodschap’ in tweeërlei opzicht ‘stom’. Voordat dit apparaat bestond moest men zich steeds naar het tv-toestel begeven om het geluid middels een knop te smoren. Ik heb dit, als hardnekkige resistent, altijd volgehouden, naar schatting een halve eeuw ongeveer, al kan men onverwacht, via een ondertiteling, de mededeling aangemeten krijgen dat deze auto ‘groots van karakter’ is, of maar een geringe ‘bijtelling’ vereist, wat dat ook moge zijn. Of de geruststelling dat de ‘auto hero’ uw auto professioneel rijklaar kan maken.

Auto’s zijn populair als reclame object: zij steken de buurman de ogen uit of kunnen onwaarschijnlijk veel bagage herbergen. Zij rijden zuinig langs mediterrane rotskusten, zonder bestuurder en staan absoluut nimmer vast in een file.

Supermarkten profileren zich ook graag met hun kwaliteit en lage prijzen, waarbij een pond wordt aangeduid als ‘een halve kilo’, want dan lijkt het meer. Het deed me denken aan de gotspe die McDonald’s ooit ten beste gaf, door een hamburger aan te duiden als een ‘quarter pounder’, wat neerkomt op ruim een ons.

Bekende Nederlanders eten graag mee uit deze vergiftigde ruif, zo had Jumbo de vlezige acteur Frank Lammers gecontracteerd, in de rol van een wat dommige, door obesitas misvormde huisvader, die al zijn inkopen bij de Jumbo deed, maar thuis liefdevol werd geduld. Zijn houdbaarheidsdatum was kennelijk verstreken, want zijn rol is inmiddels overgenomen door de schappen vullende, ik bedoel zakkenvullende Franse chanson-kenner Rob Kemps, alias de ideale schoonzoon, die nu voor de Jumbo-camera grijnzend op en neer staat te wippen. Geluk in de reclame kent geen grenzen. Er wordt altijd gelachen.

Albert Heijn maakte lange tijd gebruik van een anonymus, een trieste bedrijfsleider met een constant scheef gehouden hoofd en een te kleine bovenkaak. Waarom het tegen veel geld ingehuurde reclamebureau (de directeur showt tijdens overleg onopvallend zijn Rolex) deze kleurloze snaak ter promotie van het AH-assortiment heeft ingehuurd laat zich door mij niet duiden. Evenmin waarom een verzekeringsmaatschappij goede sier dacht te maken met een frauduleuze klant, die het pand na zijn bedrog te zijn ontmaskerd weer verlaat onder de jolige uitroep: ‘Foutje, bedankt!’ Een rol ooit gespeeld door Rijk de Gooyer, die daarbij een guitig Utrechts accent aanwendde. Nog veel vroeger vertegenwoordigde Kees Brusse, de aartsvader van de zielverkopers, een verzekeringsmaatschappij door met zijn zacht-sonore stem het zaligmakende Zwitserleven-gevoel aan te prijzen. Ik heb het nu over heel lang geleden, toen de Jumbo nog niet bestond en Frank Lammers nog een ziel had.

Op dit moment is de grootste reclameprins Beau van Erven Doorens, met een spotje waarop hij in een slecht zittend astronautenpak omgekeerd met zijn voeten tegen een raam geplakt hangt, om even later genegeerd te worden door een zaal met zwijgende mensen, jong en oud, van alles wat. Ik weet niet waar Beau hier zijn hand voor ophoudt, want het is door tientallen keren tijdig ingrijpen door mij een stom filmpje gebleven. Oh, Beau! (Dat je zo heet zal je hopelijk niet als zelfbedachte ijdelheid kunnen worden aangerekend?)

De reclame heeft zich als een kwaadaardig virus rond alle televisieprogramma’s uitgezaaid, waarbij presentatoren m/v aankondigen dat ze over ‘een paar minuten’ terug zijn. Een paar betekent letterlijk genomen twee en niet minstens zeven. Men kondigt niet aan dat er nu eerst reclame volgt, maar deelt mee het programma zo te vervolgen; tot zo. De sportverslaggever Mart Smeets zat hier nog wel eens geestig tussen met de opmerking dat ‘we nu eerst even boodschappen gaan doen.’

Dat de zender Veronica geen enkel programma uitzendt waar ook maar een zweem van cultuur in te ontdekken valt, maar uitsluitend gewelddadige films presenteert, gelardeerd met de nodige reclame-stops, appelleert al vele jaren aan de  smakeloosheid van het ‘grote publiek’.

Wollt Ihr den totalen Reclame? Stem dan af op de zender RTL-7, waar iedere uitgezonden film viermaal wordt onderbroken door een reclamesessie, die niet een paar minuten duurt, maar 8, hetgeen neerkomt op een filmvertoning die bij elkaar meer dan een half uur wordt verstoord door een vrouw die een middel tegen vaginale droogte aanprijst of een cameraman die al in de oven zit als de gelukkige gezinsvader er een gerecht uithaalt.

L.H. Wiener