De onderstaande recensie van Dromen van de bok verscheen voor het eerst in 2006.

Eigenaardige held

In roman Dromen van de bok neemt Nico Dros ons mee in de wereld van de stalkers. Iwan Lautier is slecht verkopend schrijver en probeert zich in leven te houden met wat lessen aan een schrijfschool. Daar treft hij als leerling ene Fanny die hem fors lastig valt. Ze heeft zich in het hoofd gehaald dat ze een verhouding met hem heeft, ze overstelpt hem eerst met brieven, maar later gaat het van kwaad tot erger. Wie denkt dat die Iwan een of ander doetje is dat er allemaal ook niks aan kan doen komt in deze eigenaardige roman van een koude kermis thuis.

Dros heeft van zijn held een grofgebekte eikel gemaakt die er in zijn leven een flink potje van maakt. We krijgen vooral in het begin zijn hele hebben en houden voorgeschoteld, onder andere kleurrijke details rond zijn nogal veeleisende stoelgang en bovendien blijkt dat er nog een andere stalkster rondloopt. Maar die kan deze held toch niet helemaal van zich afschudden, af en toe kruipt hij dan maar met haar het bed in waarbij hij haar niet wat je noemt erg fijnzinnig behandelt. Wanneer haar mobiel per ongeluk in zijn nabijheid af gaat spreekt hij als volgt:

‘Zou je je plaswekker misschien even willen afzetten?’ zeg ik streng. Loos gezwets wordt niet gedoogd in mijn achterkamer.

Kortom, deze held neemt geen blad voor de mond, Dros deed er echt zijn best op ons niet lastig te vallen met een lelieblank personage.

En het werkt nog ook. Om een of andere reden die ik niet helemaal doorgrond, bleef ik Iwans avonturen op de voet volgen en raakte ik helemaal vertrouwd met zijn onburgerlijke leefwereld aan de rand van de samenleving. Het moet ’m toch in de weerbarstige en laconieke stijl zitten die Dros’ zinnen boven de gewone huis-, tuin– en keukenzinnen van de Nederlandse literatuur doet uitstijgen, met woorden erin die je verder maar zelden tegenkomt.

Verbeeld ik het me of hangt er overal in huis een vreemde, enigszins bedorven lucht? Het miasme wil niet verwaaien nadat de deuren naar de veranda zijn opengezet.

Miasme? Uitwaseming van rottende stof, staat in Van Dale, maar ik moest het wel opzoeken.

Misschien blijft dit boek merkwaardig aantrekkelijk door de vele uitweidingen die er voor het verhaal niet erg veel toe lijken te doen. Uitvoerige verhalen over de illegale stokerij en over de Indonesische achtergrond van de held, waarom staan ze erin dacht ik, maar ik wilde ze toch allemaal weten. En wanneer ik er wat langer over peinsde begon ik de verbanden toch ook wel te zien.

Dros geeft juist met dit soort tussenverhalen allerlei informatie over hoe de bonkige held zo geworden is als hij is. Mooi gedaan. Maar het bleef toch raar mee te gaan zitten leven met een held die er sterk sadistische trekjes op nahoudt, die een van zijn stalkende vriendinnen ongenadig afranselt en daar dan nog mee wegkomt ook. Al ziet het er aan het eind van dit boek voor deze verschrikkelijke Iwan allemaal niet bepaald rooskleurig meer uit.

Kees ’t Hart

Nico Dros – Dromen van de bok. Van Oorschot, Amsterdam. 254 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 9 juni 2006.