Journalist en schrijver Martin Schouten is afgelopen zaterdag overleden. Hij is 88 geworden. Hij werkte als journalist voor onder meer het Algemeen Handelsblad, de Haagse Post en de Volkskrant. Pas in de jaren tachtig waagde hij zich, na enkele journalistieke boeken, aan fictie. In 1987 debuteerde hij met Hotel Terminus, een roman met autobiografische trekken die, volgens Vrij Nederland, ook Terug naar Apeldoorn had kunnen heten, naar de geboorteplaats van Schouten.

Op zijn voormalige website beschreef Schouten de tijd van de fusie van het Algemeen Handelsblad met de NRC.

Prachtige tijd, vooral als het gebouw van de krant ging trillen bij het aanzetten van de drukpers. Maar als ik daar ging kijken zag ik hoofdredacteur Henk Hofland bezorgd bij de teller staan en het liep in 1970 uit op een fusie met de al even noodlijdende NRC. Het nieuwe NRC/Handelsblad koos domicilie in Rotterdam en het ooit zo levendige gebouw aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam werd een soort sterfhuis voor een plukje redacteuren dat niet naar Rotterdam wilde, onder wie een broodmagere, oudere verslaggever die met een grote schaar in telex-kopij en foto’s knipte en als hij daar mee klaar was in de lucht ging knippen.
Opgelucht verhuisde ik naar het weekblad De Haagse Post, toen het Mekka van de Nederlandse journalistiek, met collega’s als Ischa Meijer, Cherry Duyns en Armando. We beoefenden daar wat toen ‘de nieuwe journalistiek’ werd genoemd, overgewaaid uit de Verenigde Staten. Levendig, persoonlijk, iets durven met de vorm. Mooie tijd, maar wel erg veel grote persoonlijkheden bij elkaar, dat kon niet duren.

Schouten schreef nog diverse romans. In 2017 verscheen zijn laatste politieroman, Schilderswijk en de roman Buster Kafka.

Op Facebook schrijft Henk Steenhuis:

Nog een laatste mededeling voor wie onbekend is met Martin Schouten. Je hebt mensen die graag literatuur lezen en die al te vaak van een koude kermis thuiskomen in hun pogingen ergens een goed boek te vinden. U kunt natuurlijk blijven zoeken in de boekhandel, wie weet vindt u daar ten slotte iets van uw gading. Maar u kunt ook het web afstruinen en in antiquariaten rondkijken, en misschien vindt u daar een oude boek van Martin Schouten. Groot is dan de kans dat u oog in oog staat met een echte schrijver, met echte literatuur.

Anton de Goede tipt dit ongemakkelijke radiogesprek met Ischa Meijer naar aanleiding van de roman Studio Voorland. Arjan Peters interviewde de schrijver voor Vrij Nederland over hetzelfde boek.

Als je een interviewboek maakt, heb je altijd gezeur van mensen die vooraf de tekst willen lezen. Ze zien dan op schrift staan dat ze “godverdomme” hebben gezegd en vinden dat vervelend voor de buren of gaan roepen dat hun echtgenoot of moeder een hartverlamming zal krijgen. Bij het schrijven van een roman heb je geen last van personages die opbellen om hun beklag te doen, en dat geeft een gigantische vrijheid. Anderzijds verschijnt dán het probleem van de geloofwaardigheid die intact moet blijven. Die krijg je er gratis bij als je een bestaand persoon beschrijft of interviewt. Een roman schrijven is moeizaam werk. Het gevecht om al dat materiaal op zijn goede plek te krijgen