Deze recensie van Luchtacrobaten komt uit 2006.

Jolig en olijk

We bevinden ons in Amerika in een drooggevallen rivierbedding van een afgelegen woestijn op het terrein van een vliegschool, de Dare Devil Flying Circus School, en maken de belevenissen mee
van allerlei merkwaardige types. Mama Rosie, postzegelverzamelende eigenaresse van het verderop gelegen bordeel ‘The White House’ (grap!) , King Edward III, baas van de vliegschool, Skip Graham, de reus Judd, Bonny de kaartlezeres, een verlopen dominee, zwerver Ron Reardon die op zoek is naar zijn vader en nog wat meer van dit soort zelfkantfiguren.

Schrijver Harm van Straaten schetst in Luchtacrobaten in schrille kleuren het wel en wee van al deze figuren, hij laat ook nog drie Arabieren opduiken die vliegles willen, zorgt ervoor dat we alles een paar kilometer van te voren zien aankomen en laat uiteindelijk zo ongeveer alles van deze kleine gemeenschap in duigen vallen.

Bij mij sloeg deze roman compleet dood, de verhaallijnen zijn voorspelbaar, de grappen ongehoord flauw, de zinnen zouteloos en het geheel zo droog als zand. Van Straaten deed tevergeefs zijn
best allerlei verbanden tussen zijn personages te leggen, ik bleef van een afstandje zitten toekijken hoe deze melige flauwekul tot niets leidde, hoogstens bij mij tot een gevoel van terneergeslagen wanhoop. Bijvoorbeeld over de bordkartonnen dialogen:

‘Mijn zoon,’ begon King te huilen. ‘Je hebt van mijn zoon een perverseling met tegennatuurlijke neigingen gemaakt.’

Zulk soort zinnen dus, maar ook zulk soort situaties waarbij mannen zich stiekem in vrouwenkleren hullen en waarin allerlei andere o la la situaties breed worden uitgeserveerd.

Ik begreep natuurlijk best dat het Van Straaten niet ging om een serieuze roman over een afgelegen Amerikaanse gemeenschap, maar dat hij lollig wilde zijn, dat hij zelf vast erg hard gelachen heeft om alle banaliteiten die hij bij elkaar bedacht. Ik zat er dus verstard bij. Het deed me sterk denken aan lang geleden, aan een oom die tijdens verjaardagspartijen altijd een verschrikkelijk vals lied zong dat komisch bedoeld was, waarbij ik absoluut niet gillend mocht weglopen omdat dat volgens mijn ouders niet beleefd was. En hij bedoelde het goed.

‘Het enige wat Judd in de tussentijd doet is af en toe een harde scheet laten.’ Bij mij steeg de wanhoop per zin. Of neem de inleidingen bij de hoofdstukken:

Waarin Mama Rosie op koud ijs naast Skip Graham wordt bijgezet. King in een overmoedige bui telefoonverkeer onmogelijk maakt. Judd het terrein rondom de boot in een maanlandschap heeft veranderd en Ron zich afvraagt wie hier eigenlijk de baas is.

Knarsetandend las ik dit en ik bleef me maar afvragen hoe je de stijl van dit boek het beste zou kunnen typeren. Melig, ja, dat zeker, maar er moet een beter woord zijn. Onverdraaglijk, dat ook natuurlijk. Gewild grappig. Nog steeds niet goed. Ik moet toegeven dat dit me langzamerhand wel bezig begon te houden. Jolig, misschien is dat het woord. Dit is een jolig boek. Leuk doen over leed van anderen, grappen maken over dood gaan, grollig doen en dat meer dan 250 bladzijden volhouden. Olijk, dat is toch beter, denk ik. Dit is een olijk boek en met literatuur heeft het allemaal niks te maken.

Kees ’t Hart

Harmen van Straaten – Luchtacrobaten. Uitgeverij 521, Amsterdam. 256 blz. € 17,90.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 18 augustus 2006.