Recensie: Lodewijk van Oord – Staat van verbeelding
Ruimte bieden aan het bestaan van de Ander
‘In den beginne was het woord’. Met die zin opent de evangelist Johannes in de Bijbel zijn vertelling over het leven van Jezus. Hetzelfde kan gezegd worden over de geschiedenis van de staat Israël: voor die staat kon worden opgericht, werd erover geschreven, gepraat, gediscussieerd en gedroomd: het woord ging aan de werkelijkheid vooraf.
In zijn imposante boek Staat van verbeelding neemt historicus Lodewijk van Oord de lezer mee op een historische tocht langs de ideeën, geschriften, visioenen, verhalen, pleidooien, konkelarijen, discussies, feiten en fabels die in 1948 zouden uitmonden in de stichting van de Joodse staat.
Israël zou nooit zijn ontstaan zonder de visioenen van Theodor Herzl, de zionistische ziener die rond de vorige eeuwwisseling zijn ideeën ontvouwde in het geschrift Der Judenstaat, waarin hij pleit voor de oprichting van een eigen thuisland voor de Joden. Van Oord laat zien hoe Herzl daarbij inspeelde op ideeën die vooral in protestantse kringen in Europa leefden omtrent een terugkeer van het Joodse volk naar het Heilige Land en de bekering van dat volk tot het christendom. Met zijn geschrift en de organisatie van het eerste zionistische congres in 1897 wist Herzl bij Europese diplomaten de juiste snaren te raken om de eerste wind in de rug te krijgen voor de uitwerking van zijn plannen.
Herzl kon, zo laat Van Oord zien, voortbouwen op ideeën die in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden in christelijke kringen in Europa, waar het Heilige Land werd voorgesteld als een ‘land zonder volk’, dat braak lag om opnieuw tot bloei gebracht te worden. Op die visie kon de zionistische droom van een ‘land zonder volk voor een volk zonder land’ moeiteloos wortel schieten.
Palestina was echter in het geheel geen ‘land zonder volk’. Van Oord beschrijft hoe in het begin van de vorige eeuw in Palestina een ontluikend Palestijns nationalisme ontstond, waarin journalisten, schoolmeesters en schrijvers op zoek gingen naar de positie van hun eigen volk, in een tijd dat ook elders in de wereld volken op zoek gingen naar hun eigen identiteit als natie. Daarbij mag het opmerkelijk heten dat in die kringen de Joden die al eeuwenlang in Palestina woonden soms werden aangeduid als ‘Joodse Palestijnen’, als onderscheid van de Joden die vanuit Europa naar de regio afreisden.
Naast de ontwikkeling van het zionisme zoals dat in woord, daad en geschrift gestaag concrete vormen aannam, uitlopend op de stichting en verdere opbouw van de staat Israël, ruimt Van Oord ook alle ruimte in voor de tegengeluiden die keer op keer te horen waren. Steeds weer waren er, binnen en buiten de zionistische beweging, zieners die als oudtestamentische profeten de zionisten waarschuwden voor zelfgenoegzaamheid. Zij wezen er keer op keer op dat er in Palestina al een ander volk woonde, dat niet zomaar van de kaart geveegd kon worden maar ook rechten had op het land dat ze al eeuwenlang bewoonden en bewerkten. Ook waarschuwden deze criticasters ervoor dat, als het Joodse volk eenmaal een eigen natie had, dat gegeven hun positie in de diaspora weleens zou kunnen verzwakken: verwensingen als ‘ga naar je eigen land’ zouden dan gemakkelijk hun deel kunnen worden. Daarmee zou een eigen Joodse staat het antisemitisme elders juist in de hand kunnen werken.
Van Oord geeft in zijn boek ruim baan aan de kritiek waarmee denkers als Ahad Ha’am, Yitzhak Epstein, Judah Magnes, Hannah Arendt, Martin Buber en Yeshayahu Leibowitz de zionistische leiders door de jaren heen bestookten. Met hun pleidooien voor een binationale staat, waarin ruimte zou zijn voor Joden én Palestijnen, roeiden ze tegen de zionistische hoofdstroom in.
Die hoofdstroom heeft zich echter nooit veel aangetrokken van dergelijke kritische kanttekeningen. In de loop van de afgelopen decennia hebben juist houwdegens als Menachem Begin, Jitzhak Shamir en Benjamin Netanyahu, en hun nog radicalere neefjes als Meir Kahane, Bezalel Smotrich en Itamar Ben-Gvir, steeds meer de toon gezet. Allemaal ontlenen zij hun inspiratie aan de ideeën van Ze’ev Jabotinsky (1880-1940), die een militant en zelfbewust ‘zionisme van de ijzeren vuist’ nastreefde, waarin geen enkele ruimte was voor erkenning van zoiets als een Palestijns volk.
Dat militante zionisme heeft geleid tot een patstelling tussen beide volkeren in Israël-Palestina, die gepaard gaat met gruwelijke wreedheden en andere macabere gebeurtenissen. Maar zoals de staat Israël ooit gegrondvest werd op dromen en verhalen, zo kan een nieuw narratief wellicht uitkomst bieden, zo houdt Van Oord aan het eind van zijn boek een sprankje hoop levend.
Wie de ontwikkelingen in Israël-Palestina volgt kan niet anders dan concluderen dat we nieuwe en betere verhalen nódig hebben. De oude verhalen zijn uitgewerkt en verbeurdverklaard, want ze waren zwanger van oorlog en onrecht. Er is behoefte aan verhalen die meer te bieden hebben dan het etnisch separatisme waarop de voorbije generaties hun toekomstdromen stoelden. Verhalen, dit keer, die zijn doorspekt met menselijkheid en ruimte bieden aan het bestaan van de Ander.
In de laatste hoofdstukken van zijn boek laat Van Oord de lezer kennismaken met dichters, denkers en schrijver als Edward Said, Mahmoud Darwish en Sayed Kashua, die in hun werk trachten de grenzen van etnische identiteiten te overstijgen. ‘Op zoek naar een rechtvaardige en vreedzame toekomst voor de bewoners van Palestina en Israël, zijn het opnieuw schrijvers en dichters die ons een weg wijzen uit de verstikkende impasse. Zij hebben een rode loper uitgerold die wij mogen bewandelen. Ze nodigen ons uit deelgenoot te worden van een nieuwe verbeelding, waarvan zij de eerste contouren in hun verhalen hebben geschetst.’
Lodewijk van Oord weet de lezer in dit boek op magistrale wijze in te voeren in de gecompliceerde werkelijkheden van Israëli’s en Palestijnen. Hij doet dat bovendien op een zeer toegankelijke manier en in uiterst leesbare en speelse taal, lichtvoetig maar diepgaand tegelijk. Verplichte kost voor wie dit conflict wat beter wil doorgronden.
Roeland Sprey
Lodewijk van Oord – Staat van verbeelding. Een historische reis door Palestina-Israël. Querido, Amsterdam. 472 blz. € 32,99.

Goed geschreven recensie, die het boek recht doet, hoewel ik tijdens het lezen ook overvallen werd door machteloze woede over de wreedheid van de zionisten. Ik zou de huidige situatie niet als een patstelling beschrijven, maar als de bully Israël die het Palestijnse volk langzaam en ongestraft wurgt.