Mezelf tot nummer twee maken

Als de hoofdpersoon van Merijn de Boers nieuwe roman, Rollende stenen, een saai uitzendbaantje heeft op een meubelbeurs in Amsterdam, ontmoet hij daar zijn grote liefde Daantje. Ole is een man die als bohemien wil leven en niet veel ambities koestert: ‘Als mij werd gevraagd: “Wat wil je bereiken in je leven?”, antwoordde ik, naar waarheid en tevredenheid: “Niets”.’ Daantje heeft een mooie baan bij Buitenlandse Zaken. Het is liefde op het eerste gezicht, op de avond na hun eerste ontmoeting delen ze al het bed met elkaar. Wat volgt is een suikerzoet liefdesverhaal. Ze zijn stapel verliefd. Ze eten in de leukste restaurantjes van Amsterdam, zwijmelen in de bioscoop bij Italiaanse zwart-witfilms. ‘Ik voelde me een boek dat ze niet kon wegleggen,’ denkt Ole, die zijn Daantje bewondert als ze naakt aan het bureau in het zachte zonlicht een opdracht in een boek voor hem schrijft. Ze vrijen in de duinen en maken een kampeertocht door de Provence. Het is het cliché-romantische leven van een twee geprivilegieerde jonge mensen voor wie het leven veel moois in petto heeft.

Als Daantje een baan op de ambassade in Tunis krijgt aangeboden, verlaten ze hun Amsterdamse liefdesnest en vestigen ze zich in Tunesië. Ole kiest er bewust voor – naar voorbeeld van een personage uit een van Toergenjevs romans  – om in hun relatie tweede viool te spelen. ‘Mezelf tot nummer twee maken. Het was wat een mens moest doen. En ik wilde het ook.’

In het tweede deel van de roman vertelt De Boer op humoristische, maar soms wat melige wijze over het leven van een groep expatmannen in Tunis wier vrouwen werkzaam zijn op de ambassade of bij een ontwikkelingsorganisatie. Ole vindt na enige tijd aansluiting bij mannen die hun tijd doden met het zorgen voor de kinderen, het bestieren van het huishouden en elkaar bezig houden met pizzabijeenkomsten en partnerborrels. Deze mannen, die zich graag als kosmopolieten presenteren, leiden een burgerlijk en behoorlijk benepen leven, met gesprekjes over vaatdoekjes, stofzuigen en het inruimen van de vaatwasser. Ze klagen over het gemis aan vaderlandse producten als drop en de kaasstengels van Albert Heijn. ‘Nothing beats a Dutch boterham.’ De expats spreken met elkaar in een soort pidgin-Engels, gelardeerd met hier en daar wat Franse woorden.

Het is allemaal vlot en vaardig geschreven. Maar is het boeiend genoeg om een roman mee te vullen? Het boek is vooral een opeenstapeling van anekdotes en grappige situaties die zo nu en dan zeker tot een glimlach leiden. Pas aan het einde, zo rond bladzijde 160 (van de 191) krijgt het verhaal diepgang. Ole geeft stem aan zijn heimwee naar Amsterdam, naar het leven dat hij heeft opgegeven: ‘ja ik miste Amsterdam, ik miste wie ik daar was geweest.’ Waar zijn lotgenoten onthecht zijn en leven als rollende stenen waarop het mos van het verleden is afgesleten (vrij naar een frase van Romain Rolland), verlangt Ole naar wat hij heeft achtergelaten. Intrigerend is verder het verhaal hoe hij een van de huismannen ’s avonds stiekem volgt en ontdekt dat hij een geheim leven leidt. Huisman en vriend Engelbert krijgt reliëf als De Boer het verdriet beschrijft dat hem overvalt als hij hoort over het overlijden van zijn vader. Pas dan ontdek je dat Merijn de Boer echt kan schrijven, dat hij kan ontroeren. Het lijkt of hij eindelijk, na veel bladzijden met vooral gekeuvel, de kracht van zijn schrijverschap inzet, zijn toon vindt en nog een paar mooie fragmenten weet toe te voegen. Maar het is te weinig en te laat om de roman te redden.

Aart Aarsbergen

Merijn de Boer – Rollende stenen. Querido, Amsterdam. 191 blz. € 21,99.