Schrijven in de stijl van Peter Middendorp

Onderweg naar de bibliotheek in Emmen zegt Peter Middendorp dat Paulien Cornelisse al een paar keer niet op de voorpagina van de Volkskrant is verschenen. Op werkdagen is ze wel te zien als jurylid bij De Slimste Mens, maar die opnamen zijn al maanden ervoor gemaakt. We vrezen allebei het ergste, maar weten nog niet dat die vrees binnen drie dagen werkelijkheid wordt.

De Literatuurclubs Drenthe trappen hun seizoen af met extra leeskringen over boeken die besprekers en ex-besprekers (waartoe ik behoor) zelf voordroegen. Er is een literaire kwis door onze eigen Willem Goedhart, er is een interview met Peter Middendorp die zijn jeugd op letterlijk een steenworp afstand doorbracht in Emmen en er is zang en dans. Omdat er geen actueel boek is dat de aanleiding vormt voor een interview, besluit ik om de literaire carrière van Middendorp centraal te stellen. En zijn columns. En Emmen.

De avond van tevoren denk ik dat het een goed idee is om ChatGPT te vragen een column te schrijven. Mijn prompt: ‘Schrijf een column van 150 woorden in de stijl van Peter Middendorp over Emmen.’ ChatGPT dekt zich in: ‘Ik kan niet precies in de stijl van Peter Middendorp schrijven, maar wel een originele column van ongeveer 150 woorden maken met een vergelijkbare literaire, ironische en observerende toon.’ De eerste versie die binnen 30 seconden in beeld komt, begint nogal tam en nogal algemeen:

Emmen is een stad die zich niet aan je opdringt. Je kunt er aankomen zonder dat iemand je meteen vraagt wat je ervan vindt. Dat is prettig. In Emmen hebben de dingen tijd om gewoon dingen te zijn.

Ik vraag of het wat scherper kan. ChatGPT antwoordt keurig: ‘Zeker — scherper, droger en met meer venijn, maar nog steeds als een originele tekst en niet als imitatie van Middendorp.’

Emmen is een stad waar zelfs de wind lijkt te twijfelen of hij hier wel moet zijn. Alles is er ruim opgezet, alsof de architecten bang waren dat mensen elkaar zouden tegenkomen en vervolgens iets tegen elkaar zouden zeggen.

Op straat lopen mensen met de vastberadenheid van iemand die precies weet waar de Action is. De winkels hebben namen die overal kunnen staan. De gevels zijn opgeknapt, de stenen opnieuw gelegd, maar onder al die vernieuwing ligt nog altijd hetzelfde oude idee: als we het netjes genoeg maken, merkt niemand dat hier weinig gebeurt.

Dat is niet helemaal waar. Er gebeurt van alles. Er worden kinderen geboren, auto’s gekocht, relaties beëindigd, hypotheekgesprekken gevoerd. Mensen worden gelukkig en ongelukkig, meestal zonder dat de gemeente daar een beleidsnota over schrijft.

Misschien is dat het geheim van Emmen: het leven gebeurt er gewoon.

En niemand zet er een punt achter.

De eerste zinnen zijn goed, daarna wordt het wat minder. Ik vraag aan Peter ten Hoor, die betaalde versies heeft van AI, of hij kan helpen. Binnen de kortste keren krijg ik vier versies van vier verschillende AI-producenten. Ik lees de versie van Google Gemini voor in de zaal in Emmen. Alleen Middendorp weet dat het een AI-column is:

In Emmen hebben ze de straatstenen in het centrum ooit zo neergelegd dat het leek alsof er overal een nieuw begin mogelijk was. Een opgetogen soort baksteen. Mijn vader geloofde daarin. Die zette elke ochtend de deuren van de Blokker open alsof de vooruitgang op het punt stond zijn winkel binnen te wandelen om een plastic afwasborstel te kopen.

Het overdekte winkelcentrum was onze kathedraal. Er hing altijd de geur van patatvet, vochtige overjassen en de vage, hardnekkige belofte van iets groters. Iets dat ver weg lag, voorbij
de Hoofdstraat en het busstation, ergens over de grens van de provincie.

Nu wandel ik er soms terug. De overdekte passage is moderner geworden, de mensen lopen nog altijd even gestaag door de motregen. Niemand heeft echt haast. Emmen ligt er nog precies zo bij als vroeger: heel erg in het midden van nergens, dapper te doen alsof dat de beste plek op aarde is.

Peter Middendorp schrijft in zijn column op woensdag: ‘Het publiek klapte harder dan anders. Ik zat geschrokken op mijn stoel. (…) Indrukwekkend goed. Althans: in veel opzichten beter dan het origineel.’ Dat laatste is natuurlijk niet waar, want een column van Middendorp heeft een eigen toon, maar er zitten inderdaad lekkere zinnetjes tussen. ‘Een opgetogen soort baksteen,’ had ik zelf wel willen verzinnen. De mensen in de zaal waren licht ontdaan omdat ze in de val waren getrapt. Een mevrouw zei: ‘Maar dat komt omdat we jou geloven!’ Een opmerking die bleef hangen. In dit geval was ik het medium en blijkbaar vertrouwden de mensen in de zaal mij. Het was, bedacht ik later, een indirect pleidooi voor echte, betrouwbare kranten, tijdschriften en nieuwsrubrieken. Ik ben geen tegenstander van AI, maar ik ben een groot voorstander van de onafhankelijke pers. En die columnisten met een eigen stem, die moet je een beetje koesteren.

Coen Peppelenbos

(foto © Nico Volkerts)