Recensie: Jan Bouwstra en Thé Tjong-Khing – De dans van de duizendpoot
Diepere dilemma’s
Verhalen met dieren als hoofdpersonen doen het al jaren goed bij jong en oud. Dieren die denken, praten, reflecteren, verlangen, blij zijn of licht depressief aan de waterkant zitten. We herkennen ons erin, maar erover lezen schept ook een prettige afstand, want wij zijn geen dieren. Jan Bouwstra schreef al eerder twee bundels met korte, filosofische fabels: De krekel, het bos en de wereld en De brilslang, de boktor en de andere dieren. Het zijn bundels om doorheen te bladeren en af en toe even met de verschillende dieren mee te leven. Soms gaat het om lichtvoetige gedachtes, maar vaker worden grotere dilemma’s aangeboord, waar de dieren ook geen raad mee weten. Onlangs verscheen van Bouwstra De dans van de duizendpoot met prachtige illustraties van Thé Tjong-Khing, die net als de fabels zelf genoeg ruimte overlaten om verder te mijmeren.
De vergelijking met de dierenverhalen van Toon Tellegen ligt voor de hand en hoewel die ook verschillende aspecten van het leven onder de loep nemen en de niet altijd even vrolijke kanten van het bestaan bespreken, zijn de fabels van Bouwstra toch wat filosofischer. Zijn fabels gaan over het algemeen over diepere levensvragen, zoals hoe je grip krijgt op het bestaan of op de tijd. En wat houden die begrippen eigenlijk in?
Het zijn zeker niet allemaal zware fabels over dieren met grote problemen. Juist door een luchtige ondertoon of een vrolijke en opgeruimde tegenspeler, worden de worstelingen in een ander perspectief geplaatst, zoals in De bizon en de mier. De mier rent door het bos voor zijn dagelijkse fitnessrondje en ontmoet dan de treurige bizon. Ook in andere fabels is de mier snel, opgewekt en pragmatisch. Hij kraakt een tamme kastanje en vraagt of de bizon ook een stukje wil, daarna schopt hij een eikel weg en luistert aandachtig naar de bizon die vertelt wat hij die morgen zag toen hij in de vijver keek: ‘Ik zag het meest droevige dier dat ik ooit heb gezien.’ De mier heeft als oplossing dat hij nooit meer in de vijver moet kijken. ‘Spiegels vergiftigen ons zelfvertrouwen.’ En hij voegt eraan toe dat het niet belangrijk is hoe we ons zelf zien, maar hoe de ander ons ziet. Hij beurt de bizon op die uiteindelijk de warmte van de zon voelt en daarvan geniet.
In veel fabels vindt een gesprek plaats tussen twee of drie dieren, die elk zo hun karaktereigenschappen hebben, soms gelieerd aan hun voorkomen. De smaragdhagedis denkt na over de oneindigheid, het nijlpaard vindt zichzelf ongeschikt voor het leven, de olifant voelt zich tekortgedaan door zijn vriend de neushoorn. Maar steeds zijn er dan dieren die met een oplossing komen of het gesprek een kant opsturen waardoor de ander zich weer beter voelt.
In Het dubbele bestaan van de waarheid ligt de schildpad te slapen op het boek waar hij aan schrijft. Dan komt de wijngaardslak langs en ze praten op gedempte toon omdat de bizon en de rinoceros al slapen. De slak vindt dat de wolken en de wereld daarachter van hem zijn, omdat hij ze ziet en ze in zijn hoofd zitten. De schildpad is het daar niet mee eens, hij ziet immers dezelfde wolken, dus zijn ze ook van hem. Ze komen er tijdens het drinken van een kopje thee bijna uit, er is een dubbel bestaan van de waarheid volgens de schildpad.
Het gezicht van de wijngaardslak klaarde op, en hij keek naar de hemel en zei:
‘Je bedoelt dat jij en ik, wij allebei, dat wij ieder onze eigen hemel bezitten?’
De schildpad glimlachte en knikte […].
De paginagrote tekeningen van Thé Tjong-Khing zijn aan de ene kant opzichzelfstaande kunstwerkjes en sporen de lezer aan even pas op de plaats te maken in de hectiek van alledag, maar maken natuurlijk ook nieuwsgierig naar het verhaal dat erbij hoort. Zoals de tekening waarop de merel en de brilslang op hun rug liggen en naar de sterrenhemel kijken. ‘Het zit zo,’ zei de brilslang, en hij zette zijn bril recht en keek naar de hemel, ‘het licht van de sterren bestaat alleen omdat het daaromheen donker is.’
De fabels van Bouwstra en de tekeningen van Tjong-Khing zou je kunnen zien als kleine lichtpuntjes die het verdienen om gezien te worden. En als je ze ziet, komt het nadenken vanzelf.
Arjen van Meijgaard
Jan Bouwstra – De dans van de duizendpoot – Filosofische fabels. Met illustraties van Thé Tjong-Khing. Noordboek, Gorredijk. 96 blz. € 22,90
