Maandag brachten we het nieuws Ineke Swanevelt schreef roman over haar geheime verhouding met Godfried Bomans, haar tweede weduwenboek. Maar dat bericht klopt niet mailde Ineke Swanefelt:

Het grote lot is nadrukkelijk géén weduweboek. Het is een levensroman in vijf bedrijven die zestig jaar beslaat. Ik schakel tussen heden en verleden aan de hand van dagboeken, bespiegel mezelf kritisch en lichtvoetig. Hoofdthema is Amor fati – omarm je lot. De hoofdprijs én het noodlot.
Godfried Bomans komt slechts in één van de vijf episodes voor. Meer niet.

Mag ik u daarom dringend verzoeken uw bericht zo spoedig mogelijk te herstellen? De kwalificatie “weduwenboek over Godfried Bomans” doet afbreuk aan de inhoud en opzet van mijn boek.

Bij voorbaat hartelijk dank voor uw correctie.

In een tweede mail biedt ze het volgende fragment als voorpublicatie aan:

Kantelmoment

Ik lag in bed, negen jaar, en was diep ongelukkig. Volgende dag zou ik tien worden. Normaal verheugde ik me enorm op mijn verjaardag, nu lag ik te draaien en te piekeren. Vannacht ging er iets verschrikkelijks gebeuren.Voortaan had ik twee cijfers. Drie zou ik nooit halen, dan was ik allang dood. Dat maakte extra verdrietig. Een soort bestaansbenul overspoelde me. Opeens begon er een stem in me te praten, woorden kwamen in beweging en zeiden: ‘Ineke, je moet jezelf niet ongelukkig denken. Alles wat je zal overkomen – de poes die wegloopt, smak van je fiets, opa die doodgaat – daar kan jij zelf niks aan doen. Waar je wél iets aan kan doen zijn je gedáchten. Jij bent de baas, dat bepaal je zelf. Dus: vanaf morgen ga jij heel goed nadenken over hóé je wil denken. Afgesproken?’ Ik ging rechtop zitten in het donker. Het voelde raar, vooral uitdagend. Geen idee of het zou helpen (zelf denken). Ik hoopte heel erg dat het waar was en sliep in.
Van een ouder buurmeisje hoorde ik over het fenomeen dagboek. Dat je daarin alles kan opschrijven voor jezelf. Lekker geheim. Dat leek me geweldig. In de boekhandel op de Oudedijk waar ik een nieuw Cissy van Marxveldt boek leende, bleken ze zoiets te hebben. Opgewonden kocht ik van mijn zakgeld een cahier met harde kaft. Voorop stond: dagboek. Ik holde naar huis. Thuis tekende ik twee gehandschoende handen op de kaft, als van een dief en schreef waarschuwend: afblijven!! Aan de zijkant hing een slotje. Het sleuteltje verborg ik in een lucifersdoosje, het schrift legde ik tussen kleren in mijn kast. Mijn allereerste zin weet ik nog:
Ik ben de enige, ooit, nooit, voor altijd

(foto: Ineke Swanefelt (rechts) in Op hoop van zegen uit 1965, via Wikimedia)