Recensie: Dires Muus – Vaderland
Versies van vaderverdriet
Na veertien jaar keert een man voor het eerst weer terug naar Nederland, zijn vaderland. Al die tijd woonde Luuk Faber in de hoofdstad van Spanje waar hij een bestaan op heeft gebouwd. Hij schrijft af en toe voor de Spaanse krant El Pais en heeft een leuke vriendin die hard werkt aan haar eerst boek. Aan het begin van Vaderland, de tweede roman van journalist Dries Muus, zit deze Luuk rustig lezend in een Madrileense kroeg met een wijntje als hij opeens Nederlands hoort en daar hevig van schrikt. Het zijn toch niet…? Het Nederlands blijkt te komen uit de monden van oude bekenden. Halsoverkop sluipt hij naar buiten. Even later wordt hij gebeld door een Nederlands nummer. Hij neemt niet op en later luistert hij naar een lang voicemailbericht van zijn vroegere vriend Arnout, dat herinneringen naar boven haalt. Hij boekt een vliegticket. Was hij ook terug gegaan als hij zijn oude vrienden niet had gezien?
Luuk Faber is niet het type dat confrontaties aangaat, dat maakt Muus in het eerste deel van Vaderland meteen duidelijk. Als we hem tegenkomen in het tweede deel in Amsterdam blijkt dat des te meer; de eerste twee dagen loopt hij wat doelloos rond, denkt aan de eerste keer dat zijn vader hem meenam naar Amsterdam, verwondert zich over de vele toeristen, de expats en de uitwisselingsstudenten en merkt vooral op wat er na al die tijd allemaal is veranderd in de hoofdstad:
Het contrast met vroeger, zijn studententijd, is zo mogelijk nog groter. Al die cafés en winkels die weg zijn… hele straten waar hij bij haast elke gevel verbaasd opkijkt. Tegenover de Lutherse Kerk, in dat grijze pand (wás dat al grijs?), zit een nieuwe tent, hoe heette de vorige ook alweer, met die groengele letters…
’s Avonds zit hij op zijn hotelkamer, stuurt appjes naar zijn vriendin, checkt zijn mail, bekijkt LinkedIn-profielen van zijn vroegere vrienden en overweegt zijn moeder op te bellen of zelfs te bezoeken – zijn vader leeft niet meer. En hij denkt aan vroeger, toen hij nog Nederlands studeerde in Amsterdam en deel uitmaakte van de redactie van het literaire studententijdschrift Non Scholae. Een vormende tijd, die echter plotsklaps eindigde. Dat blijkt uit de tekst ‘De laatste avond’, die Luuk op zijn tweede avond in Amsterdam, iets na middernacht opent op zijn laptop en begint te lezen.
‘De laatste avond’ is zijn eigen verwerking van hoe zijn tijd bij Non Scholae eindigde. Blijkbaar had hij dat ooit eens opgeschreven, zoals hij veel schreef tijdens zijn studie. Hij was, samen met Arnout, het meest toegewijde lid van de redactie van het tijdschrift. Arnout had hem in de eerste maand van zijn studie als veelbelovend jong talent binnengehaald en leerde hem als een soort grote broer het literaire wereldje in Amsterdam kennen. Beiden lopen ze rond met ambities om ooit een roman te schrijven. Typisch, bij de studie Nederlands. Niet voor niets dat in de titel Non Scholae dat beruchte tijdschrift Propria Cures weerklinkt. Titaantjes, zou je Arnout en Luuk misschien ook kunnen noemen. De grote verwachtingen raken gefnuikt als Luuk in het laatste jaar van zijn studie steeds vaker afwezig is, zijn deadlines niet haalt en tijdens redactievergaderingen wel heel snel drinkt. Uit ‘De laatste avond’ blijkt dat dit tot een uitbarsting komt tijdens een redactievergadering waarbij Luuk zijn meerdere keren afgaande telefoon negeert en Arnout en de anderen hem dwingen te vertellen wat hij achterhoudt. Maar Luuk rent weg.
Interessant aan Vaderland is dat even later een andere versie van deze gebeurtenis volgt. Op de derde dag zoekt Luuk Jurriaan op, het enige redactielid dat op de universiteit is blijven werken. Ze drinken biertjes en praten bij. Jurriaan vertelt tussen neus en lippen door dat Arnout een roman heeft geschreven. Hij heeft adviezen gegeven, laat doorschemeren dat Luuk er prominent in voorkomt. Eindelijk breekt er iets los in Luuk: als Jurriaan naar de wc gaat, steelt hij diens werksleutels en als ze afscheid genomen hebben, keert Luuk terug naar de universiteit, breekt in in Jurriaans kamer en vindt in een spannende en hilarische, slapstickachtige scène het manuscript van Arnout, ‘Versies van de waarheid’. Achterin café Kapitein Zeppos in de Nes begint hij te lezen en wij lezen met hem mee. De confrontaties komen snel en gelukkig heeft Luuk wel de nodige zelfreflectie:
Mijn hemel, wat een sneue, hopeloze onderneming, niet alleen dit maar ook de hele trip naar Amsterdam, naar vroeger, alsof er ook maar iets aan te veranderen valt, wat moet hij ook met Arnouts manuscript, wat heeft hij er aan, wil hij de publicatie tegenhouden (stop de persen!)? Dreigen met een rechtszaak, of met zijn versie van het verhaal? En zelfs als het tot een boek komt, wat nog maar de vraag is: wat maakt hém dat uit?
Een nuchtere constatering die je als lezer al eerder had getrokken waardoor Vaderland af en toe irriteert. Het verhaal van Arnout beslaat 60 pagina’s van de roman en is in feite een grote afrekening met zijn vader. Maar dat spiegelt wel degelijk Luuks vreemde gedrag voor zijn plotselinge vertrek. Ook in Luuk zit onverwerkt vaderverdriet. En zo bevat de roman dus eigenlijk drie werkelijkheden, drie versies van een gebeurtenis: het verhaal van Arnout, het verhaal van Luuk en het verhaal in de romanwekelijkheid. Tja, het thema van de ongekende werkelijkheid, tja, de vatersuche, het onverwerkte verleden, ietwat belegen is het wel. Gelukkig heeft Muus er een vlot geschreven en daardoor prettig leesbare roman van gemaakt, bij vlagen geestig en sterk opgebouwd in drie dagen die tot een climax leiden die de vastzittende Luuk mooi met zijn vader verbindt.
Martijn Nicolaas
Dries Muus – Vaderland. Ambo|Anthos, Amsterdam. 224 blz. € 22,99.