Een wond wil genezen

De Letse Laura Vinogradova schreef in 2020 De rivier (Upe), dat in datzelfde jaar de Literatuurprijs van de Europese Unie won. Wat een geluk dat dit prachtige boek nu zo mooi vertaald is in het Nederlands door Brenda Lelie. Het boek komt binnen als een mokerslag, maar dan wel een liefdevolle. Dat kan eigenlijk niet, en die onmogelijkheid is precies de kracht van het boek.

Eerder las ik het eerste vanuit het Lets naar het Nederlands vertaalde boek, Moedermelk van Nora Ikstena, ook al zo’n rauw boek, vertaald door Brenda Lelie. We hebben het boek daarna op school gelezen in onze boekenclub voor docenten en hadden het geluk dat de vertaler naar onze bespreking wilde komen om te vertellen over haar vertaling. Daaruit bleek haar onvolprezen ambacht als vertaler. De Letse taal is zo anders dan het Nederlands dat je voortdurend ingrijpende keuzes moet maken. Dat heeft soms te maken met de persoonlijke voornaamwoorden die in een andere taal heel anders werken, maar wel een grote invloed hebben op de manier waarop een verhaal verteld wordt, en soms meer met de zinsstructuur, de volgorde van hoe een zin is opgebouwd. Ook die volgorde is belangrijk in hoe het verhaal bij de lezer binnenkomt. Wat ik me eerder nooit gerealiseerd had, was dat boeken soms ook via bijvoorbeeld het Engels vertaald worden naar het Nederlands, en daardoor een omweg volgen. Soms gaan complexe stukken uit het boek daardoor verloren.

Lelie is door haar verhuizing in 2021 naar Letland min of meer bij toeval de enige literair vertaler geworden vanuit het Lets naar het Nederlands. Daarom mogen we extra gelukkig zijn dat zij dit werk doet, want welke Letse parels liggen er nog meer op ons te wachten? Vertalen gaat langzaam, maar het resultaat mag gekoesterd worden. De rivier is geschreven in een eenvoudige, directe stijl, waarbij simpele handelingen een hele wereld oproepen:

Rute heeft geen idee wat ze moet doen als een kind moet poepen. Ze heeft alleen een composttoilet acher het huis. Ze brengt Lūkass erheen, hij trekt zelf zijn broek uit en kijkt waar hij op moet klimmen. Rute kucht nerveus en probeert hem voorzichtig op de grote wc-bril te zetten. Ze is bang dat hij erin zal vallen, daarom houdt ze hem vast. Rute is nog nooit zo dicht bij iemand geweest die poept. Ze heeft nog nooit iemands billen geveegd. Maar nu doet ze het. Lūkass maakt het allemaal niets uit, voor hem is het de gewoonste zaak van de wereld. Maar Rute is in de war en vraagt zich af waarom ze geen kinderen heeft. Dan zou ze weten hoe je billen moet afvegen en hoe je voor iemand een boterham smeert.

De hoofdpersoon, Rute, is na de dood van haar vader gevlucht naar zijn huis aan de rivier, dat ze geërfd heeft. Het leven op het platteland staat in groot contrast met het luxe leven dat ze in Riga leidt met haar man. Bij de rivier is er ruimte voor het verdriet in haar leven, zoals het grote missen van haar zus Dina, die jaren geleden na een fijne avond samen plotseling is verdwenen. Rute voelt zich schuldig, omdat ze destijds niet is meegelopen. Ze heeft geen idee of haar zus nog leeft en daarom schrijft ze haar brieven.

Het verhaal begint met de verdwijning van Dina, vanuit het perspectief van Dina. Daardoor weet je als lezer een klein beetje meer dan Rute. Toch blijf je ook zelf met allemaal vragen zitten en je kunt Dina’s wanhoop niet verzachten met jouw kennis. Het hele boek blijft dat schrijnen, zoals alles in Rutes leven nu schrijnt: herinneringen aan haar harde jeugd, het ongemak dat ze ervaart als ze ineens gevraagd wordt een paar dagen op Lūkass te passen, het buurjongetje, omdat zijn moeder Matilde aan het bevallen is, de onzekerheid tegenover Mathildes broer Kristof, die als een vader voor Lūkass is. Ondertussen zijn deze drie mensen weer nieuwsgierig naar de raadselachtige Rute en betrekken haar in hun eenvoudige leven op het platteland.

Daar raak je de essentie van het verhaal: hoe een mens met zijn verlies en verwondingen het leven niet anders kan vervolgen dan in eenvoudige handelingen en nieuwe ontmoetingen, op zoek naar een thuis. Wonden genezen, maar blijven littekens. Die blijf je ook als lezer wel een poosje voelen.

Dietske Geerlings

Laura Vonogradova – De rivier. Vertaald door Brenda Lelie. Zirimiri Press, Amsterdam. 144 blz. € 23,00.