Oranje met bruine vlekken

Sommige mensen hebben als hobby vogels spotten, Lea Korsgaard richt zich liever op het spotten van vlinders. In het boek Het vlinderseizoen stelt ze zichzelf als doel om binnen één jaar alle vlindersoorten in Denemarken op te sporen. Die opdracht is echter makkelijker gezegd dan gedaan, want ‘vlinder’ is een overkoepelende term voor een bepaalde groep insecten, waar verschillende families, geslachten en soorten onder vallen. Het idee ontstaat doordat ze in haar eigen habitat, oftewel huis, een verdwaalde rouwmantel ziet rondfladderen. En wie houdt er nou niet van vlinders? Niet voor niets zijn ze van oudsher een symbool voor hoop en wedergeboorte.

Waarom wil Korsgaard al die vlinders spotten in een jaar, terwijl ze niet eens het verschil ziet tussen een vals bruin blauwtje en een bruin blauwtje? Geen flauw idee, gelukkig weet ze het zelf in eerste instantie ook niet. ‘Misschien vormden de vraag en het antwoord één geheel. Ik wilde alle vlinders zien om te achterhalen waarom ik alle vlinders wilde zien.’ Ze vergelijkt het herkennen van vlinders met het leren van een nieuwe taal, alleen dan met andere tekens. Eerlijk gezegd had ik eerder niet stilgestaan bij hoe ingewikkeld vlinders spotten is. Passend bij elk goed voornemen begon het project dan ook met uitstel. Jaren gingen voorbij totdat Korsgaard eindelijk een lijst met verschillende vlindersoorten in Denemarken samenstelde met een plattegrond en tijdlijn.

Soms wijdt Korsgaard iets te veel uit met verschillende verhalen over Nabokov, Freud en Descartes, om zo iets diepzinnigs over vlinders of klimaatverandering te kunnen zeggen. Het is namelijk geen verrassing dat de wereld allang in brand staat. ‘De kennis van de moderne mens over de gevolgen van natuurvernietiging is even oud als de natuurvernietiging door de moderne mens.’ Voor mijn geboorte waarschuwden al verschillende wetenschappers over de rampzalig gevolgen van het uitputten van de aarde. Het beeld van Korsgaards vader die vroeger na lang rijden het autoraam moest poetsen vanwege de grote hoeveelheid insecten die er tegenaan was gevlogen, is krachtiger dan harde cijfers. Als ze nu zelf op pad gaat met haar auto, hoeft ze haar voorruit niet te wassen: ‘Er zijn niet genoeg insecten om mijn zicht te belemmeren.’

Het interessantst is Korsgaards zoektocht naar vlinders. Het contrast met haar zonen die geen enkele interesse hebben in de nieuwe vlinderobsessie van hun moeder is mooi verwoord. Zo zegt een van haar zonen droog: ‘Er is niets aan als het je niet interesseert.’ Haar schrijfstijl is scherp en beeldend. Ze is het sterkst in haar natuurbeschrijvingen, waarbij het lijkt alsof je zelf sluipend in de natuur op zoek bent naar zeldzame vlindersoorten.

Tussen de regels door heb ik Korsgaard vluchtig leren kennen. Ik begrijp nog steeds niet goed waarom het zo fascinerend is om een zeldzame vlinder te zien, en dat pas achteraf door te hebben. Zo plaatst Korsgaard een wazige vlinderfoto op een forum met kenners die zeggen dat het die specifieke vlinder is die ze zocht en neemt ze dat zonder enige twijfel voor waar aan. De prachtige vlindertekeningen van de auteur in het boek lijken me bijzonderder dan een onscherpe afbeelding op je mobiel.

Als ik de volgende keer een vlinder tegenkom, kan ik in ieder geval al wat meer zeggen dan dat het die oranje met bruine vlekken is. ‘Kijk daar is een gehakkelde aurelia!’ klinkt namelijk een stuk intrigerender. Of is het toch een kleine vos?

Elisa Ros Villarte

Lea Korsgaard – Het vlinderseizoen. Vertaald uit het Deens door Lammie Post-Oostenbrink. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam. 304 blz. € 26,99.