Nadir wil de wereld redden

Zou jij je moeder meenemen naar een veilige plek als de wereld vergaat? Je geliefde? Je hond? Of een megagrote doos theezakjes? In Bunker, de achtste roman van Richard Osinga, hebben veertig mensen veertig verschillende motivaties om zich op te laten sluiten in een ondergrondse stad.

De wereld is verrot. Het einde is onvermijdelijk. Volgens de Amerikaanse techondernemer Nadir is hij de enige die de wereld kan redden. Hij wil superslimme bunkers bouwen waarin een geselecteerde groep mensen het einde der tijden overleeft. In zijn zelfvoorzienende steden worden uitverkorenen voorbereid op de grote ‘reboot’. Nadirs hippe start-up Elpis, dat ‘hoop’ betekent, levert het geld voor de eerste testlocatie in Kazachstan. Voor de bouw van de geavanceerde water-, lucht- en voedselsystemen trekt hij de Nederlandse architect Jonas aan, een ‘koppige dromer met principes’. Jonas levert een topprestatie. De bunker bevat een idyllische pluktuin, frisse lucht en niet-van-echt-te-onderscheiden daglicht: ‘Hier wil je leven wanneer de wereld vergaan is.’ Nadirs algoritmes ontdekken dat Cindy, een Aziatische Amerikaanse, een juridisch meesterbrein is. Zij zorgt ervoor dat de machthebbers in Kazachstan al hun eigen wetten overtreden zodat Nadir in noodtempo zijn bunker kan laten bouwen.

Nadir wil testen hoe robuust zijn systemen zijn en gelooft fanatiek in de reboot: ‘Hij zegt het zoals hij ook de woorden Einde en Begin uitspreekt, alsof ze met een hoofdletter geschreven worden; het zijn absolute termen, met een haast religieus karakter.’ Om die herstart mogelijk te maken, is niet alles high tech in de bunker. De overlevers moeten zelf dingen kunnen maken als de grondstoffen opraken en apparatuur versleten is. Dus wassen ze hun kleding tot hun chagrijn met de hand en stoken met blaasbalgen het vuur op om glas te maken.

In korte hoofdstukjes stipt Osinga de achtergrond en motivatie van de andere Bunker-bewoners aan. Zij hebben een achtergrond als arts, elektricien of kok en zijn ooit preppers geweest of teleurgestelde idealisten. Bijna allemaal staan ze alleen in de wereld. Ze laten nauwelijks betekenisvolle relaties achter als ze naar Kazachstan afreizen. Meer dan contouren krijgen deze personages niet. Nadir blijft ook een ongrijpbaar personage, voor de lezer en voor de bewoners van de bunker. Zelfs zijn moeder Inaya spreekt hem amper en begrijpt hem nog minder. Osinga zet het volle licht op Jonas, Cindy en vooral de oude Inaya. De ismaëlitische vrouw neemt een lang (vlucht)verleden met zich mee naar de bunker. Zij is weer bijna op de plek waar haar Indiase wieg stond en weet wat het is om voor een gesloten deur te staan. Met baby Nadir heeft zij op het nippertje het vliegtuig vanuit Entebbe naar Edmonton gehaald, opgejaagd door de Oegandese dictator Idi Amin: ‘Als ze niet worden opgehaald, sterven ze, en dan is het om het even waar ze zijn.’ Inaya heeft de tijd en de levenservaring voor treffende observaties: ‘Alleen islamitische mannen en mooie westerse vrouwen kunnen zich zo misdragen, mokken en pruilen wanneer ze hun zin niet krijgen; de rest van de wereld neemt het lot zoals het komt en maakt er het beste van.’ Ook Inaya maakt er het beste van: ze leest veel, kookt curry’s en speelt kaart met de jongeren. Ze maakt zich maar over twee dingen zorgen: haar gezondheid en de slinkende voorraad theezakjes. Haar zorgen worden urgent als Nadir aankondigt dat de poort definitief dichtgaat omdat een geheimzinnig virus de mensheid bedreigt.

Richard Osinga zei in een interview dat hij overwogen heeft om te stoppen met schrijven. Gelukkig heeft hij dat niet gedaan, want Bunker staat inmiddels op de shortlist van de Boekenbonprijs. Een verfilming van dit knappe boek laat vast niet lang op zich wachten. Van de lapidaire titel tot de multi-etnische cast: het script ligt eigenlijk al klaar. Alleen al de scènes waarin Nadirs dreamteam de machthebbers in Kazachstan ompraat, zijn even cynisch als vermakelijk en de ontknoping is bloedstollend spannend. Bovendien roept Bunker actuele en boeiende vragen op. Uiteraard over de macht van de grote techbedrijven, maar ook over arbeidsrecht, over taal, over groepsprocessen, religie en over de kracht van liefde. Zo vraagt Cindy zich af: ‘Wie één mensenleven redt, redt heel wereld, zei Chaya, maar welk leven heeft zij gered? Geldt het andersom ook: wie een mensenleven neemt, vernietigt de hele wereld?’

Osinga’s ervaring als tech-ondernemer en diplomaat inspireerde hem tot bespiegelingen als deze: ‘Een overheid heeft maar één instrument en dat is het beperken van de vrijheid van het individu. Elk nieuw probleem dat zich voordoet leidt tot nieuwe wetten. En zo wordt het systeem complexer, en is er steeds minder ruimte voor het individu.’ Wat een akelig vooruitzicht. En straks is de thee op.

Petra Teunissen

Richard Osinga – Bunker. Wereldbibliotheek, Amsterdam. 288 blz. € 24,99.