Recensie: Jaap Robben – De laatste namen van Łukasz
‘Een little beetje’
Met Zwijgmannen schreef Jaap Robben in 2021 een ontroerend verhaal over de Poolse mannen die hem helpen zijn huis te verbouwen. Het is een verhaal over elkaar leren kennen, zonder elkaars taal te spreken en over de uitzichtloosheid van veel Poolse werknemers, die hopen op een beter bestaan in Duitsland en Nederland, maar daar rücksichtslos worden uitgebuit. In zijn nieuwe roman De laatste namen van Łukasz duikt hij opnieuw in het leven van een Poolse arbeidskracht, Łukasz Pleterski, maar dan vanaf het moment dat hij spoorloos verdwenen is en zijn zeventienjarige dochter naar hem op zoek gaat. Het boek laat onomwonden zien hoe diep wij als samenleving gezonken zijn.
Vanuit verschillende perspectieven ontvouwt zich een soort hellevaart van Łukasz. Het begint met zijn dochter Janina, die zich grote zorgen maakt sinds haar vader niet meer reageert op haar berichtjes, en haar oma Dotti het bericht heeft gekregen dat zijn jas gevonden is. Janina besluit van Rzeszów naar Duisburg te reizen om zijn jas op te halen: ‘Bijna achttien uur, dwars door Polen en Duitsland.’
Het verhaal wordt verteld met veel dialogen, waarbij ook het perspectief voortdurend wisselt. Het eerste deel heet weliswaar ‘Janina Pleterska’ en je leest ook wel vooral haar kant van het verhaal, maar alsnog lees je de gedachten van verschillende mensen tussen de regels door, zoals in de kennismaking tussen Janina en de Albanees Besim, die Łukasz’ jas heeft:
Als een parachutespringster staat Janina tegenover twee wakkere ogen, piercing in zijn wenkbrauw, een openhangende jas. Buikzak schuin over zijn borst. Hij is hooguit tien jaar ouder dan zij, maar beslist een leven verder.
‘Besim,’ zegt hij nog eens en klopt op het gebied van zijn hart. ‘Jeni ju vajza e Lukasit?’
Janina hoort een soort ‘Łukasz’ en verstaat het vraagteken aan het eind van de zin.
Besim had eigenlijk geen kind verwacht, maar die oma van de profielfoto.
‘You Lukas’ daughter?’
Janina knikt.
‘Good.’
Dit is zo’n meisje dat zich mooier vindt wanneer ze zwarte kohllijnen om haar ogen tekent. Haar haren zijn vast zo rommelig door de busnacht. Hij wil haar vragen hoe de rit was, zij wil weten waar haar vaders jas is. Waarom heeft die gast lege handen?
Het leest meer als een filmscript dan als een zorgvuldig geschreven roman, was heel lang mijn oordeel, ik was bijna een beetje teleurgesteld na alle andere prachtige boeken van Robben. Het is net of er een soort slordige haast in zit. De conversaties lopen spaak, of lopen via google translate, want de personages spreken elkaars taal niet: ‘Een little beetje’. En die chaos lijkt vanuit de dialogen de rest van de vertelling in te sijpelen, alsof alles kiert en tocht. Pas halverwege dacht ik: dit boek moest niet anders geschreven worden dan zo, want juist daarin schuilt de tragedie van dit boek: niemand lijkt ergens de tijd voor te nemen, alles gebeurt half en loopt daarom in de soep. Je voelt je zelfs als lezer in de kou staan.
We rekenen onszelf rijk met al die prachtige technieken, maar diezelfde technieken leggen ook genadeloos bloot hoe we elkaar kwijtraken. Er komen allerlei appjes en emoji’s langs. Wat stuur je naar je moeder, als je niet ook nog haar zorgen erbij wilt hebben, wat stuur je naar je oma? Wat doe je met de lege telefoon in je vaders jas als je wel zijn pincode weet? Open je zijn appgeschiedenis, kijk je naar zijn foto’s? Het contrast tussen dit ingenieuze staaltje techniek en de versleten jas met vieze plekken kan niet groter zijn.
Langzamerhand wordt duidelijk dat de droom van Łukasz’ vader om in het onderhoud van zijn familie te kunnen voorzien, hopeloos is mislukt, hoe hij als goedkope arbeidskracht wordt ingezet op gevaarlijke plekken waar geen enkele garantie is voor zekerheid en zorg. De roman confronteert ons met onze hebzucht, ons egoïsme en onze tot wanhoop drijvende bureaucratie waar de mensen aan de zelfkant van samenleving aan ten onder gaan. Tegelijkertijd laat de roman zien dat we allemaal hunkeren naar de liefde en veiligheid van onze familie en vrienden.
De normen en waarden waar onze samenleving in de kern voor staat, wordt het beste zichtbaar aan de rand ervan: hoe zorgt zij voor de mensen die het minder hebben, voor de vluchtelingen, de daklozen? Aan balies van ziekenhuizen en overheidsinstellingen mogen nergens de regels van de privacy geschonden worden, maar kennelijk wel de universele rechten van de mens als het gaat om zorg, om onderdak, om een vader terug te vinden.
Een prachtige rol is weggelegd voor het hondje dat al net zo naamloos is als de arbeidsmigranten.
De laatste namen van Łukasz is niet alleen een schrijnende zoektocht van een dochter naar haar vader, maar ook een zoektocht naar hoe we onze menselijkheid kunnen behouden in een steeds complexere samenleving.
Dietske Geerlings
Jaap Robben – De laatste namen van Łukasz. De Geus, Amsterdam/Antwerpen. 344 blz. € 24,99.

