Strips: Cyril Bonin – Karl
Een in zichzelf gekeerd toekomstverhaal
Cyril Bonin is één van die compromisloze, zeldzame stemmen in de Europese strip. Zijn detectivereeks Fog was goed; met zijn one-shots maakte hij pas echt furore. Titels als Amorostasia, The time before, Schijn bedriegt en De delicatesse zijn stuk voor stuk verhalen die indruk hebben achtergelaten. De aankondiging van een nieuwe Bonin was daarom omcirkeld: het werd Karl, een toekomstverhaal met een androïde in de hoofdrol.
Om te beginnen: het is geen sciencefiction, en om dat te benadrukken heeft Bonin gekozen voor een wat vreemd ogende toekomst. De mensen bijvoorbeeld kleden zich alsof ze uit de jaren vijftig zijn gestapt, met driedelige maatpakken, slanke stropdassen en kokerrokken. Ook de auto’s zien er gedateerd uit, evenals de interieurs van de cafés, huizen en kantoorgebouwen. En toch draait het om Karl, een blauwe reus van geschubd ijzer met ronde kraalogen.
Het verhaal begint met een auto-ongeluk en het krantenbericht dat de CEO van de Crown Bank, Charles Brooks, is omgekomen. Zijn dochter Magda, die gebrouilleerd was met haar excentrieke vader, erft zijn vermogen en zijn huis. In één van de vertrekken vindt ze Karl, die is opgeborgen in een hoes. Hij is in slaapstand, maar met behulp van de voorkomende deskundige Lars Olsen weet zij met Karl in gesprek te komen. Daar blijft het niet bij. Karl klust en samen werken ze in de tuin.
Intussen wordt er een rechtszaak opgetuigd. Men wil weten hoe Charles Brooks om het leven is gekomen. Magda en Karl gaan naar een zitting en onderweg ernaartoe bekent Karl dat hij die bewuste avond achter het stuur zat. Dat zet allerlei zaken in gang.
Bonin kiest in Karl nadrukkelijk om alles te vertellen. De gesprekken tussen Lars en Magda en tussen Magda en Karl zijn intens en zeer vormelijk. De striplezer moet er op beducht zijn om allerlei gedachtekronkels en theorieën te volgen, en eerlijk: dat swingt nu niet echt de pan uit. Karl blijkt er uit zichzelf allerlei ideeën op na te houden wat betreft de verhoudingen rond tijd en zwaartekracht. Hun gesprekken over spijt, bewustzijn en levenslust zijn bepaald niet sprankelend. Karl stelt dat ‘sommigen denken dat het bewustzijn een middel is om het leven te verspreiden’, terwijl hij juist het tegenovergestelde vindt: ‘ik denk dat het leven een middel is waardoor het bewustzijn zich kan ontwikkelen’. Interessant misschien, maar wat we ermee moeten, blijft achterwege.
Het hoe en wat is voor het juridische onderzoek dat intussen gewoon doorgaat. Karl mag regelmatig aanschuiven en verbaast daar zijn ondervragers, die de intellectuele reikwijdte van de androïde amper kunnen bevatten. Daar verzandt het verhaal, dat ook in grafisch opzicht begint dicht te lopen. Bonins figuren zijn stram en stralen weinig uit, en anders dan in zijn eerdergenoemde verhalen nekt zich dat hier. Zijn kleurgebruik is ingetogen en de dialogen zijn niet naturel, met lange volzinnen en schrijftaal. Het wordt er een gepolijste navertelling van.
Uiteindelijk wordt er rechtgesproken en gaat het leven verder, maar het einde van Karl (het verhaal, niet de androïde) is dan allang niet meer verrassend of relevant. Er is gewoon iets besloten, terwijl men er eigenlijk niet goed raad mee wist. En dat voelt de lezer ook: waar er wellicht een haakje naar onze tijd in had gezeten, of zelfs maar een idee om even mee bezig te kunnen zijn, is dit verhaal eendimensionaal en in zichzelf gekeerd.
Stefan Nieuwenhuis
Cyril Bonin – Karl. Scratch Books. 112 pagina’s hardcover. € 24,95.

