Recensie: Robert Haasnoot – De heugling
De volgende recensie van De heugling komt uit 2005.
Tergende traagheid
In het zeedorp Zeewijk is het de laatste tijd niet pluis. Veel dorpelingen dromen steeds dezelfde droom die zich ergens in een duinpan afspeelt, er breekt een vernietigende konijnenziekte uit en er melden zich een heel stel brutale en vraatzuchtige raven.
We leven in De heugling aan het begin van de twintigste eeuw, er wordt nog volop aan visserij gedaan, er zijn gaslantaarns en er is een paardentram. De moderne tijden beginnen hun kop op te steken. Er wordt in het dorp flink gedebatteerd over een bouwwerk waarmee een architect de ‘grote geestelijke verwantschap met de moderne schilderkunst’ wil benadrukken.
‘Ondertussen zagen we kubussen uit het hoge duin omhoog komen,’ schrijft de verteller, ‘zeven kubussen van verschillende afmetingen (…).’
Die verteller is de ‘heugling’ van het dorp, de geschiedschrijver. Hij stamt uit een oud geslacht van geschiedschrijvers, trekt de lijnen tussen het heden en het verleden en is een aanhanger van de protestantse godsdienst die het in het dorp nog steeds voor het zeggen heeft. Hij konkelt en roddelt overigens dat het een aard heeft en is niet te beroerd zelf de dans zo goed mogelijk te willen ontspringen.
Met deze ingrediënten zou je gemakkelijk een meeslepende, geheimzinnige en zinderende roman op de planken kunnen brengen, maar Haasnoot koos voor een bijna tergende traagheid. Ik betrapte me erop dat ik me vaak afvroeg wanneer er iets ging gebeuren. De schrijver maakt veel werk van een beschrijving van de Zeewijkse verhoudingen waarvoor Katwijk model stond. Hij geniet ervan eindeloze rijen namen te noemen van dorpsbewoners en dat geeft zijn boek beslist een mooie couleur locale, maar ik vroeg me wel eens af wat al die namen en bijbehorende typeringen toch voor het verloop van het verhaal te betekenen hadden.
Zo maken we kennis met Aam, Ouwehand, Koos van Wuls, Leu Plas, Han Plug, At van Dirk-Doeze, Willem Parlevliet, Jan van Jonge Leendert, Piet van Beelen, Klaas Bent, Cas Taat, Rie Hoek, Neel van Arie Sandhof, Wies Jonker, Wijnand Marseau, dokter Zijlker, Piet Verdoes, Leen Durieux, Morre-Leu, Wijntje Hus en vele, vele anderen. Mooie namen, dat wel, en ik snap ook goed dat Haasnoot er niet meer mee op kon houden ze te noemen. Maar al die figuren hebben wel iets te beweren over de vreemde gebeurtenissen in het dorp en dat houdt erg op. En dan alle namen nog van de vele, vele locaties: de Zuidduinen, de Vrieze Wei, de Dorendel, de Seinpoststeeg, het hutje van Meint, de Donkersteeg, het Noordeind et cetera, et cetera.
Daar komt nog bij dat Haasnoot, net als in zijn eerder werk, een sterke voorkeur heeft voor een tamelijk archaïsche stijl die hij krachtig mengt met bijbels jargon. Hij beheerst deze stijl goed, laat daarover geen misverstand bestaan en voor de sfeer en de toon die hij op wil roepen past hij ook, maar hij versterkt niet de vaart van zijn verhaal. Wanneer pakken ze die raven eens aan, vroeg ik me vaker en vaker af. Dat geklets erover en die sombere en veelbetekenende beschrijvingen ervan en van die dromen, dat zet geen zoden aan de dijk. Er gebeurt toch nog wel iets? En gelukkig gebeurt er op het laatst nog wel iets, maar dan is het boek al bijna uit.
Kees ’t Hart
Robert Haasnoot – De heugling. De Geus, Amsterdam.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 22 juli 2005.
