Column: [Sic] – Klapvee gezocht
Uitgeverij Thomas Rap zoekt recensenten voor de nieuwe Annemarie Haverkamp: Het huis dat alles zag. Zij mogen het boek al vóór de verschijningsdatum van 10 september lezen en het enige wat de recensenten in ruil daarvoor moeten doen is de recensie op Hebban en Goodreads plaatsen en op hun blog of socials. De recensenten die Thomas Rap aanspreekt moeten trouwens dus ook wel boekblogger of bookstagrammer zijn. Ze hoeven alleen maar een reactie achter te laten onder de Instagrampost om hun interesse kenbaar te maken. Vijftig (!) recensenten, of in iemands eigen woorden ‘recencenten’, hebben zich op het moment van schrijven al aangemeld. Geen van hen stelt de vraag of er ook inhoudelijke eisen zijn of beperkingen zoals een maximum woordenaantal.
Op dezelfde dag heeft uitgeverij Harper Collins een gelijkaardige oproep gedaan bij het boek If It Makes You Happy van Julie Olivia. Daar vraagt iemand wél naar de voorwaarden. Het is mijn oud-collega bij de Boekenkrant Mireille Bregman, die zich hardop stoort aan dit soort oproepen:
Zijn er nog inhoudelijke voorwaarden verbonden aan de recensie? Bijvoorbeeld minimaal 300 woorden en twee voorbeelden uit het verhaal die ondersteunen waarom je het boek fijn/prachtig/stom vond en waarmee je laat zien dat je het verhaal daadwerkelijk gelezen hebt? Want anders kan ik morgen al de achterflaptekst voorzien van “het las zo lekker, dus ik vloog door dit verhaal heen wat me een herfstige vibe gaf” plaatsen en heb ik dus op een heel simpele manier voldaan aan jullie marketingdoel.
Uitgeverij Harper Collins heeft niet gereageerd.
De discussie over wanneer je iets een recensie mag noemen wordt al snel vervelend, omdat er een elitair randje zit aan het stellen van eisen aan deze uitingsvorm. Van Dale heeft daar weinig moeite mee. Die zegt: ‘beoordeling, m.n. kritische beschouwing van een werk van kunst of wetenschap in een dagblad of tijdschrift’. Een recensie op een blog of op een sociaal medium kán niet eens, volgens dit woordenboek. Zelfs de besprekingen die u op deze website leest, mogen officieel geen recensie heten. Dat recht is voorbehouden aan de gevestigde orde. De kwaliteit blijft zo weliswaar gewaarborgd, de recensies van [door u in te vullen naam] daarbuiten gelaten, het wringt dat het medium bepaalt of iets een volwaardige recensie mag heten.
Het bijvoeglijk naamwoord ‘kritische’ lijkt me een stuk belangrijker in Van Dales definitie, en ik schrijf geen rare dingen als ik beweer dat dit niet de prioriteit heeft bij zo’n Instagram-oproep van uitgeverijen. Het gaat om kwantiteit in plaats van kwaliteit: er moet zoveel mogelijk ‘buzz’ ontstaan rondom de publicatiedatum, men moet denken dat het boek alomtegenwoordig is. Bij een, platgezegd, TikTok-boek als If It Makes You Happy van Julie Olivia heb ik daar weinig gevoelens bij: deze tak van uitgeven draait nu eenmaal om cashen. Nota bene in de omschrijving van het boek op de website van Harper Collins staat: ‘TikTok made me buy it!’
Bij het geval Thomas Rap merk ik enige irritatie bij mezelf op. Ik dacht dat dat een serieuze literaire uitgeverij was die ook serieuze kritiek terug wil hebben op haar boeken. Dat er een kwaliteitslat lag waar men niet aan mag komen. Literatuur is uiteindelijk toch grotendeels pose, waarbij verkoopcijfers altijd ondergeschikt schijnen te zijn aan de importantie van het werk – liever met opgeheven hoofd ten onder dan gered worden door de wansmaak. Het mikken op zoveel mogelijk content en ze recensies noemen, terwijl sommige van de contentcreators niet eens weten hoe je ‘recensie’ spelt en ze allemaal dolgelukkig zijn met hun gratis boek, is wansmaak. Er zitten natuurlijk goede bloggers tussen, maar dat is nevenschade te noemen. Als het de uitgeverij daar om ging, hadden die personen het boek zonder oproep al in de brievenbus gekregen.
Blijft de vraag staan: hoe kwalijk kun je het Thomas Rap nemen – en ongetwijfeld andere literaire uitgeverijen die hetzelfde opereren maar aan mijn aandacht ontsnapt zijn? Het overnemen van de marketingstrategie van TikTok-uitgeverijen is niet meer dan een buiging van het hoofd voor de huidige barre omstandigheden: ten onder gaan is nu geen beeld meer, maar werkelijkheid. Men moet iets proberen, zal het sentiment zijn, en het getuigt van weinig inlevingsvermogen om de kat in het nauw zijn rare sprongen kwalijk te nemen.
Martijn van Bruggen
Dit bericht op Instagram bekijken
Dit bericht op Instagram bekijken
