Sinan Çankaya heeft getekend bij uitgeverij De Geus. Daarmee is hij geen auteur van de Bezige Bij meer. Op Instagram schrijft Çankaya:

Mijn laatste boek Galmende geschiedenissen betrof geen fictie. Het ‘spetterde’ echt, met alle gevolgen van dien.

De afgelopen maanden ging ik, ietwat verontrust – wil iemand me nog? – maar bijgestaan door @michaelroumen op zoek naar een andere uitgever. Want ik wil niets liever dan boeken schrijven. De rest is bijzaak. Afleiding. Bezigheidstherapie.

Gelukkig waren er uitgeverijen die met deze barbaar in gesprek wilden. We dronken koffie, keken elkaar diep in de ogen, tastten elkaar af, figuurlijk. En dan komt het, zoals op een date, aan op zoiets ongrijpbaars als een ‘klik’.

En zo’n HEEL GOED GEVOEL had ik bij Jacoba Casier, mijn nieuwe redacteur bij @uitgeverijdegeus. De doorslag gaf het boek dat ze had meegenomen naar ons gesprek: een exemplaar van Aimé Césaires ‘Over het kolonialisme’, precies het boek dat me vergezelt bij het schrijven! Nou ja! Vandaag, bij het tekenen van het contract, zei ik tegen Jacoba: ‘You had me at Césaire…’

Dank voor het vertrouwen, Jacoba Casier en uitgever Nathalie Doruijter. Ik hoop dat ik de belofte inlos. Spetteren zal het in elk geval.

Daar gaan we, bismillah.

(Waar het boek over gaat? Zegiklekkernogevennie.)

Voor iemand die recht voor z’n raap beweert te zijn een opvallend cryptische beschrijving van de reden van overstap, maar in een interview met NRC heeft Çankaya al het nodige gezegd over een conflict met De Bezige Bij. In zijn laatste boek Galmende geschiedenissen schrijft hij over de genocide in Gaza en dat was volgens Çankaya een erg heftige bewoording voor de mensen op die uitgeverij:

“Ik wilde gewoon een vlammend essay schrijven over de publieke waanzin waarin alles wat ik met eigen ogen kon zien voortdurend werd vergoelijkt en verdraaid. Mijn eerste idee ging veel meer over de Palestijnse geschiedenis en de bezetting. Maar ook over de herinneringscultuur. Ik heb dat plan ingediend en dat vond men niet goed. In de proloog lees je wat er is gebeurd. Mijn vaste redacteur zei dat het te rommelig was. Een van de argumenten was ook dat het ‘spetterde’.”

Dat klinkt als een compliment.
“Zo werd het niet gebracht. Je mag heus over dit onderwerp schrijven, maar alleen met mildheid, met omtrekkende bewegingen. Ik wil juist mijn woede op de maatschappij een plek geven in de tekst. Genocide vonden ze bij de uitgeverij een groot woord. Heel lang is het gesprek dus gegaan over hoe we die term precies moesten duiden. Na dat gesprek dacht ik: oké, ik ga mijn eigen pad bewandelen.

“Ik heb een nieuw manuscript ingediend dat begint met dat ongemakkelijke gesprek. De Bezige Bij was not amused. Er is een conflict geweest, dat is allemaal na te lezen in het boek. Daardoor is het boek nu ook kritiek op de literaire wereld. Welk verhaal mag ik vertellen? Waar moet ik over zwijgen?”

Wie uiteindelijk het initiatief nam om de samenwerking tussen Çankaya en de Bezige Bij op te zeggen is onbekend. Wel bracht De Bij nog het boek J’accuse – 40 schrijvers voor Palestina uit aan het einde van het afgelopen jaar, waarin men onomwonden spreekt van genocide, maar een bijdrage van Çankaya stond daar al niet meer in.

(Afbeelding via Instagram Sinan Çankaya, met Çankaya als derde persoon, redacteur Jacoba Casier als vierde en uitgever Nathalie Doruijter als vijfde. Uiterst rechts Michael Roumen.)