‘feitelijk werk ik aan een vluchtheuvel’

Hoe kan de mens zich nog verhouden tot geweld als deze mens er zelf onderdeel van is geworden? Een topografie van geweld, het nieuwe literaire werk – een samensmelting van verhaal, poëzie en essay – van Yasmin Namavar is minstens zo indrukwekkend als haar vorige. Verblijf las ik als een bijzonder zinnelijke zoektocht naar hoe haar wortels in lichaam en geest doorwerken. Zij stapelde daarin beeld op beeld tot een gelaagde en zeer geslaagde bundel. Dit nieuwe werk is opnieuw een zoektocht, maar dan naar de betekenis van de man met de stropdas.

‘Hij is invasief. Hij dringt zich op in mijn gedichten, in de nieuwsberichten op mijn telefoon, in alle plannen die ik maak.’ Kennelijk komt hij steeds opnieuw tevoorschijn en doet zij steeds opnieuw een poging hem weg te strepen, maar dat lukt niet goed, omdat zijn betekenis niet duidelijk is. Als hij simpelweg een symbool zou zijn, dan zou het eenvoudig zijn hem weg te laten, want een symbool is een idee. Zo zou hij symbool kunnen zijn van het kwaad, maar zo eenvoudig is het niet:

Hij dringt zich niet alleen op via agressie, maar ook via compassie. Ik voel zo veel compassie voor mensen die geweld ondergaan dat mijn eigen knieën meegeven onder het geweld dat anderen dragen. Ik kan het niet verzwijgen. Ik verdraag geen enkele omstander meer. Ik verdraag mijn eigen omstanderschap niet langer.

Hierin is tastbaar hoe de man met de stropdas ook haar eigen wezen is binnengedrongen. Ze maakt deel van hem uit, of hij van haar. En hiermee raakt Namavar aan het omstanderschap van ons allemaal, want nu we via allerlei media verbinding hebben met de hele wereld, zijn zowel kijken als wegkijken keuzes die ertoe doen. Misschien raken we immuun voor de grote aantallen doden, de genocide en hongersnood in Soedan, in Gaza, de onherstelbare hersenschade van een meisje uit Vlaardingen, ‘hoe zij in een metalen kooi werd gezet die onder stroom stond, hoe zij naakt moest dansen.’

Toch kunnen we niet meer zeggen dat we er niets mee te maken hebben als we er getuige van zijn, we zijn namelijk verbonden met de daders door ons gemeenschappelijke mens-zijn:

ik hak bomen om, de takken
gebruik ik om het lichaam te verbergen
boom op moord op boom

van de stammen maak ik papier
ik schrijf brieven, bouw een hut
feitelijk werk ik aan een vluchtheuvel

Je kunt wel werken aan een vluchtheuvel, maar alles wat je doet en wat je gebruikt, maakt deel uit van iets groters. En wat gebeurt er met jou als je slachtoffer bent van geweld? Het motto van de bundel is van Louise Glück, waarin ze schrijft hoe zomer na zomer is geëindigd, de verzachtende troost na het geweld. Het doet geen goed meer om goed te zijn voor jezelf, omdat geweld je heeft veranderd. Daar zit de kern: als jou geweld is aangedaan, ben je aangetast door dat geweld. Je kunt het niet meer loskoppelen van jezelf. En hoe moet je je daarna tot jezelf verhouden? ‘Hoe harder hij drukt, hoe beter ik begrijp dat geweld het allermooiste in mij losmaakt: een werkelijk afgrijzen van geweld,’ schrijft Namavar. Er schuilt een ongerijmdheid in, waar je maar moeilijk vat op kunt krijgen.

Het problematische is dat hij overal opduikt, dat er geen schuilplaats meer is. Kijk je weg van het journaal naar de sociale media op je telefoon, dan is hij er weer: ‘Hij neemt wat hij ziet en ziet niet wat achterblijft. Hij kijkt nooit om.’ Ook hier is ze vlijmscherp in haar observaties, want dat is wat met sociale media voortdurend het probleem is: degene die zendt, zoals de influencer, kan zich naar hartenlust uiten, zelfs intimiteiten delen, maar wat ontbreekt, is de wederzijdsheid ervan. Dat maakt dat we weliswaar tot de nok toe gevuld worden, maar nog steeds verschrikkelijk eenzaam zijn.

Geweld cirkelt om mij heen als een herdershond om een kudde schapen. Het houdt me bij elkaar als waterstofatomen in ijs. Op een vaste afstand, stevig bij elkaar. In een groter raster houdt het ons allemaal bij elkaar.

We komen niet meer los van geweld. Namavar verbindt het geweld met de geboorte van haar zoon vlak voordat corona uitbrak. De kwetsbaarheid van ons lichaam is onherroepelijk verbonden met de angst voor geweld. Hoezeer ze ook probeert om de man met de stropdas concreet te maken, zijn hond te beschrijven, de poel waarin hij zijn gezicht spoelt, ze blijft machteloos, omdat hij haar niet ziet. Hij voelt haar blik niet en leest haar woorden niet. Wat kan ze tegen hem beginnen?

Een topografie van geweld is een fascinerende atlas van onze doldraaiende wereld. Namavar schrijft brieven, essays, gedichten, alle mogelijke vormen van tekst om zich tegen het geweld te keren en zich te verweren, maar hoe meer ze schrijft, hoe meer ze zich ermee lijkt te omringen en hoe meer ze zich erin vastdraait, omdat geweld ‘circulair is’. Hoe uitzichtloos deze constatering ook lijkt, juist het besef dat we zelf deel uitmaken van het geweld, kan een stap zijn in de richting van minder geweld, want dan hoeven we alleen maar te beginnen bij onszelf.

Dietske Geerlings

Yasmin Namavar – Een topografie van geweld. Jurgen Maas, Amsterdam. 80 blz. € 20,00.