Schrijven op de kinderboerderij

Brieven aan Esther is een boek dat het begrip plaatsvervangende schaamte een nieuwe inhoud geeft. In 1992, Grunberg stond net voor zijn doorbraak met Blauwe maandagen, startte hij een correspondentie met Esther Krop. Zij had op het gymnasium gezeten en wilde nu iets artistiekerigs doen. Ze schreef al gedichten – Grunberg vindt haar eerste gedichten veelbelovend – maar ze wil ook in de beeldende kunst verder. De brieven die Esther aan de jonge schrijver schreef zijn verloren gegaan, maar dat lijkt niet zo’n heel grote ramp te zijn als je de antwoordbrieven leest.

Zelden heb ik iemand zo venijnig brief na brief een ander terecht zien wijzen. Je vraagt je zelfs af waarom Grunberg telkens maar weer de moeite neemt om een brief te schrijven. Waarschijnlijk schrijft ze ietwat dweperige brieven over haar toekomst waar nogal meisjesachtig over idealen wordt gesproken of de waarheid. Die vaagheden in taal en de niet uitgedachte redeneringen worden meteen afgestraft.

‘maar jij wil waarheid verkondigen, dat denk je althans, en dan verkondig je weer een paar bloedeloze zinnen. In naam van de liefde, de waarheid en allemaal andere mooie dingen.’

Ook de stijl van Esther moet het ontgelden.

‘Houd je aan je eigen stijl, zelfs als je geen eigen stijl hebt wat bij jou duidelijk het geval is, dan nog klinkt het woord poten in jouw laatste brief mij iets te melig in de oren. En we zijn niet in de Jordaan studente. Wat betekent in godsnaam: omdat je niet op jezelf kunt bestaan?
Dat ik niet op mijn eigen hoofd kan gaan staan?
En zelfs als ik deze kromme zin vertaal in helder proza dan nog blijft de inhoud stupide.’

Esther moet een masochistische aard hebben om deze brieven zelf vorm te geven en te publiceren. Voor de lezer is het kleine boekje (met apart ingevouwen gedicht) uiterst vermakelijk. Je leert door de bestraffende woorden die Grunberg aan haar schrijft wel hoeveel waarde hij hecht aan de juiste woordkeuze en zijn afkeer van modieus taalgebruik en oppervlakkige gedachten. Nog één citaat:

‘Ik denk dat je een beetje te veel verkeerde boekjes hebt gelezen met titels als:
POSITIEF DENKEN, BOEDDHA OP DE SCHOORSTEEN, HET MADELIEFJE EN IK, OOGOEFENINGEN VOOR EEN OPGEWEKTE DAG, SCHRIJVEN OP DE KINDERBOERDERIJ, etc. etc. En dat die boekjes jouw kleine hoofdje een beetje op hol hebben gebracht.’

Esther had de correspondentie al een keer onderbroken, in september 1993 zet ze er helemaal een punt achter.

Coen Peppelenbos

Arnon Grunberg – Brieven aan Esther. Alauda publications, Amsterdam, 84 blz. € 13,50