Bibliofilie is geen ziekte en ook geen geaardheid – het is een keuze. Bibliofielen zijn er dan ook in soorten en maten, al zullen vele buitenstaanders de vaak subtiele verschillen tussen de verschillende stromingen niet zien (ongeveer zoals ik, atheïst, de elkaar op leven en dood bestrijdende protestantse kerken en geloofsgemeenschappen bezie: ongelovig wenkbrauwfronsend en licht geamuseerd; of, dichter bij huis, hoe vrijwel al mijn vrienden en kennissen zich ten koste van mij vrolijk maken over de zich vanwege een al dan niet verkeerd geplaatste komma opwindende, daarover ellenlange en gortdroge teksten afscheidende, scheurende en elkaar te vuur en te zwaard bestrijdende trotskistische fracties).

Mijn De Verloofde durft nauwelijks een boek uit mijn kast te nemen, laat staan open te slaan, bang als ze is een vlek op het omslag of, onherstelbaar, een leesvouw te maken. Ze concludeert uit mijn voorzichtige lezen – nee, nee, niet te ver openen, dat knakt de rug – dat ik een heilig ontzag heb voor het boek als ding, dat ik het voorwerp vereer. Een verkeerde conclusie. Ik beschouw het boek (het ding dus) als cultuurdrager, en vind dat je moet proberen die drager, dat vehikel van de inhoud, zo ongeschonden mogelijk door te geven aan de volgende generaties. Wie het boek niet ziet als cultuurdrager maar als gebruiksvoorwerp – ja hoor ’s, een boek is er om gelezen te worden, daarvoor is het gemaakt – en het derhalve misschien wel letterlijk stukleest, vernietigt een klein stukje cultuur: met de drager, het verropte exemplaar dat bij het oud papier belandt, is de verdwijning van een stuk cultuur – de inhoud van het boek – weer een stapje dichterbij. De tegenwerping dat er van een oplage toch altijd wel wat overblijft snijdt natuurlijk geen hout: zonder lezers die een boek met eerbied behandelen, ligt het voorwerp, uiteraard inclusief inhoud (waarom het gaat, aldus de kapotlezers die zich vrolijk maken over bibliofielen); ligt de inhoud dus binnen de kortste keren bij het grofvuil.

Er zijn bibliofielen die vinden dat ik een boek waardeloos maak door mijn gewoonte om voorin elk aangeschaft (‘verworven’) exemplaar, op schutblad of Franse titelpagina, mijn naam te schrijven, alsmede de maand en het jaar waarin ik het boek in bezit kreeg. Dat zijn de mensen die het boek als ding koesteren. Voor mij, aanhanger van de cultuurdragerschool, is het juist interessant om te weten wat de omzwervingen van een bepaald exemplaar zijn geweest – ook dat is ‘een stukje cultuur’. Zo vind ik de bij mij in de kast staande merendeels eerste druk van de driedelige Trotski-biografie van Isaac Deutscher* juist waardevoller dankzij de handtekening van de vorige, waarschijnlijk eerste bezitter van mijn exemplaar (exemplaren?) van dit standaardwerk: Ger Harmsen. In het eerste deel staat ook het jaartal van aanschaf erbij: 1962. De volgende bezitter van deze trilogie weet nu dus dat de boeken eerst in bezit waren van Ger Harmsen (die deel 1 aanschafte voordat deel 3 verschenen was), eerst stalinist en later hoogleraar dialectische filosofie en historische sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, en vervolgens (‘november 2003’) in handen kwamen van Karel ten Haaf, trotskist en telefonist bij het Universitair Medisch Centrum Groningen. Cultuurhistorie – geen grote geschiedenis maar een aardige anekdote – toegevoegd aan de cultuurdrager door de toe-eigening middels het zetten van een naam voorin het boek.

Ook lichte beschadigingen of oneffenheden kunnen een boek waardevoller maken voor een bibliofiel van mijn denominatie. Afgelopen januari kwam in mijn bezit een exemplaar van Uw kop in de oven. Anekdoten uit het Rijk van de Literatuur –verzameld door Rody Chamuleau en ingeleid door Max Dendermonde (Uitgeverij Bosbespers, Oosterbeek 2001). De betreffende uitgave is alleen al een bibliofiel verzamelobject vanwege de gelimiteerde en genummerde oplage – het colofon op pagina 52 meldt

‘Uw kop in de oven’ verscheen (…) in een oplage van 101 genummerde exemplaren.

(…)

Dit is nr. 68.

Het nummer ‘68’ is met de hand geschreven, zo te zien met echte inkt, met vul- of kroontjespen dus.

In het boekje steekt een brief van de samensteller aan Max Nord (vanaf de oprichting tijdens de Tweede Wereldoorlog journalist bij Het Parool, waar hij ook enige tijd kunstredacteur was – daarnaast was Nord voorzitter van de Vereniging van Letterkundigen). Het schrijven is gedateerd ‘Oosterbeek, 26 november 2002’.

Geachte Max Nord,

Bijgaand zend ik u een anekdotenboekje dat ik vorig jaar heb uitgegeven. Inmiddels ben ik bezig met een herziene en aangevulde uitgave. Donderdag jl. vertelde u bij het etentje van Max Dendermonde anekdoten over Bloem en Carmiggelt die zo in dat nieuwe boekje zouden passen. En misschien schiet u bij het doorbladeren van deze verzameling nog wel meer in die trant te binnen.

Als u de moeite zoudt willen nemen ze op te tekenen en ze mij toe te sturen, zou ik u zeer erkentelijk zijn.

Wellicht is er ook uit ‘Achterwaarts’ te putten, maar daar heb [ik] tot op heden nog niet de hand op weten te leggen.

In de hoop iets van u te vernemen teken ik,

Met vriendelijke groet,

Rody Chamuleau

Op de brief een aantekening, ongetwijfeld van Max Nord, in blauwe pen:

22.12.’02 een kaartje met 1 anekdote over Querido.

Op het voorplat van dit briefhoudende exemplaar van Uw kop in de oven bevindt zich een wijnvlek, die er al op zat toen ik het boek verwierf (door dit nu te blogstaven is er weer wat cultuurgeschiedenis toegevoegd aan dit exemplaar, waardoor het voor een volgende bezitter – mits van mijn bibliofiele richting – nog waardevoller is). Die wijnvlek doet mij erover fantaseren dat Max Nord de inhoud van dit anekdotenboekje tot zich genomen heeft op een manier die bij zo’n inhoud past: wellicht gezeten voor een knapperend haardvuur, maar in ieder geval onder het genot van een glas rode wijn.

Karel ten Haaf

* I. Deutscher – The Prophet Armed. Trotsky: 1879-1921 (Oxford University Press, London/New York/Toronto 1954)

Isaac Deutscher – The Prophet Unarmed. Trotsky: 1921-1929 (Oxford University Press, London [‘First edition 1959. Reprinted 1960’])

Isaac Deutscher – The Prophet Outcast. Trotsky: 1929-1940 (Oxford University Press, London 1963)

Webwinkel

0