Bijna een jaar geleden, op 22 juni 2011, meldde ik hier de vondst van twee in de verzamelde gedichten van C.B. Vaandrager (Made in Rotterdam) ontbrekende verzen. Nu gebeurt het vaker wel dan niet dat een verzameld werk geen compleet werk is, maar in dit geval was de ontdekking van belang: de gedichten stamden uit de periode 1975-1985, jaren waarin de schrijver Vaandrager zweeg. Uit dat decennium waren slechts twee verzen bekend:

In Made in Rotterdam staan slechts twee gedichten uit de jaren 1975-1985: ‘Waar’ (1976) en ‘Vleeswagen naar Parijs’ (1978). Met de vondst van ‘Caid in gebed’ en ‘Lust for wife’ is de oogst aan gedichten uit deze dorre periode dus verdubbeld.

Zo eindigde ik mijn stukje waarin ik de vondst van de twee in 1980 gepubliceerde verzen wereldkundig maakte.

Vaandragers periode van zwijgzaamheid komt ook aan de orde in ‘Ik isoleer zinnen, ik been ze uit, haal ze door de machine en het mooiste is dan er zelf op kicken’, de neerslag van een interview dat hem werd afgenomen door Rudie Kagie, gepubliceerd in Vrij Nederland, 23 mei 1987:

Sinds de publikatie van zijn lijvige autobiografische roman De hef in 1973 werd tot vorig jaar geen nieuwe poëzie of proza meer van hem vernomen.

‘Niet alleen als auteur heb ik dertien jaar gezwegen, ook als mens,’ zegt hij. ‘Op het laatst zei ik geen stom woord meer.’

Heden kan ik melden, met grote vreugde, dat het aantal bekende door Vaandrager in de jaren 1975-1985 gepubliceerde gedichten opnieuw is verdubbeld: in De Vlaamse Gids, 59e jaargang, nummer 4, juli-augustus ’75, verschenen ‘NOW A TRAVELLER’, ‘HERE WITH THE POET’, ‘FREE VOLENDAM / B.B. H.H.?’ en ‘Psychadelia’.

‘NOW A TRAVELLER’ had niet misstaan in De Hef – stilistisch ligt dit gedicht in het verlengde van het speedproza waaruit die roman bestaat (zelfs het in dat boek meermaals ontbrekende aanhalingsteken sluiten ontbreekt niet). Opvallend is verder de preoccupatie met seks, die ik wijt (psychologie van de koude grond natuurlijk) aan de eenzaamheid van de dichter, aan het feit dat Vaandragers vrouw hem een jaar voordat dit gedicht geschreven werd had verlaten:

Gevulde chick, waarin mag ik ? Je mond is zo ver ? Foto-

grafie ? Nee, die nie !

Een geeuwende God ?

Een die zich dagelijks elektrisch scheert ? God, gevaren

in Hendrix ?

‘Stoere love-staaf, meer weet ik eerlijk niet. Ik schiet,

maar van smek (erkend bedrijf) ga ik over me nek.

(‘Her powder all over my vest’)

I love to write for the cat and her cunt.

Het tweede gedicht, ‘HERE WITH THE POET’, is geheel Engelstalig. Dat is natuurlijk opvallend, maar wat ik opvallender vind is dat het gedicht ruimschoots is voorzien van eindrijm:

Now, actual presence may be too exciting.

I much prefer to view a thing in writing.

Our late events are to me far from clear.

How great the forms, the memories how great. I’ve many forms,

in action swift.

For transformation is my gift.

Strange met-amorfoses I fear.

Het vierde gedicht, ‘Psychadelia’, half-Engels, gaat over drugs – in bovenstaand fragment uit het tweede gedicht al aangestipt (‘met-amorfosis’) – en dan met name over ‘my personal favourite / AMINETAMINE’.

Het opvallendste van de vier gedichten in De Vlaamse Gids is het derde: ook in dit gedicht enige preoccupatie met seks, maar vulgairder dan in ‘NOW A TRAVELLER’, alsof de schrijver zijn gemis, zijn verlangen wil bezweren middels (talige) bezoedeling. En ook hier, net als in ‘HERE WITH THE POET’, volop eindrijm. De vorm van het gedicht lijkt geïnspireerd door het levenslied – een adequate vorm, gezien de inhoud:

Boerinne, blijf binne.

Het spel gaat beginnen

met ‘Cats’ en Folklore-

zooi. Mooi in het hooi :

een boy uit het Gooi.

Ik denk : W. van Rooy (Mooy)

die kom toch nooi.

Die laat je wachte

tot je tachtigste.

Ik zag dat D. (van Golden) lachte.

Ze lagen bij nachte

in veld en vuilnisbelt.

Heeft-ie zelf verteld.

Zij heeft mij voorspeld :

geduld naakt. Eerst geld.

De klop op deur. Wor wakker

Ina Boudoir Bakker.

De geur uit je scheur,

de brand van likeur.

Pikeur in de piste

wat ze allemaal wiste

te jatte. Ik miste

van alles. Boekekiste

waaruit ze viste wat naar

hun gading was. Dat gaf geen pas,

liep uit op ontlading

in Hollandse Rading.

Ik zondig zonodig op zondag :

Zó’n dag, dochter. Mocht je

me verstaan : wat zocht je ?

Ik ben toch gesjogte.

Moet er per se gevochte

worden ? Toen we nylons kochten,

zag ik af van dat joch en

zei B.B. H.H. ook geen afzakker naar

stamcafe De Twijfelaar.

Wie niet alleen het hierboven integraal geciteerde ‘FREE VOLENDAM / B.B. H.H.?’ maar alle vier hier gesignaleerde gedichten in zijn (hun) geheel wil lezen, kan natuurlijk De Vlaamse Gids ter hand nemen. Maar wat ook kan (als je meer wilt lezen): net zo lang bij uitgevers zeuren tot er eentje besluit de gebundelde ongebundelde gedichten van Vaandrager op de markt te brengen. Ik weet wel een titel: Gemiste gedichten. En een samensteller:

Karel ten Haaf

0

Reacties