Belhamels en melige professoren

‘Jij bent niet kritisch,’ zei een collega-recensent ooit tegen de inktslaaf. ‘Jouw besprekingen zijn altijd positief. Dat is gemakkelijk. Om serieus genomen te worden heb je een contragewicht nodig.’ Zelf laat hij doorgaans als een tornado geen spaan heel van de heilige huisjes der auteurs. Het komt voor dat hij helemaal gelijk heeft. Sommige hoofdredacties dringen er bij journalisten op aan om vooral lekker vilein te schrijven over De Kunsten met het idee dat ‘de gewone man’ zich graag verkneukelt. U weet wel: het maaiveld en alles wat daar de kop bovenuit waagt te steken. (Zo doen politieseries waarbij welgestelden verdacht worden het ook altijd goed. ‘Zie je wel, het komt in de beste families voor.’)

Het gevaar dat op de loer ligt voor dergelijke scherprechters is dat ze op een gegeven moment niet meer serieus worden genomen. De stoutmoedigste dwaallichten onder hen verklaren ook de Grote Namen de oorlog. Kijk, hoe ik durf! Een Nobel, een Bookertje of een Impaccer? Met genoegen brengen ze de grootheden weer bij het volk, met beide beentjes terug op de grond. Of liever gezegd: erin. Gemakkelijker doelwitten van de eigen teleurstelling der recensiestampers zijn natuurlijk de ploeteraars, allang blij met elke snipper aandacht.

Daarnaast bestaat de misvatting dat bespreken hetzelfde is als samenvatten. Aan het einde van een dergelijk artikeltje verschijnt dan plotseling nog een alinea met een, vaak met de haren erbij gesleepte, uitsmijter. Alsof de bespreker zich plotseling realiseerde dat er over de inhoud ook nog iets gezegd moest worden. Kijk, toch nog wat gevonden, ik ben wel degelijk verder dan het opstel op de middelbare school.

Zoals gezegd was uw schrijvertje afgelopen week onderweg voor een documentaire over Nederland in de Eerste Wereldoorlog naar aanleiding van zijn roman Het geheim van Treurwegen. Bij de oorlogsgraven in Ieper vroeg de verslaggever hem welke oorlog hij eigenlijk zelf voerde. ‘Ik ben op een vredesmissie voor de inhoud, de hele inhoud en niets behalve de inhoud van het boek,’ had hij graag gezegd, maar er kwam door de voorgaande Antwerpse nacht slechts wat gehakkel en gepruttel uit zijn eigen tombe. Uw inktslaaf is als recensent wel degelijk kritisch. Hij gebruikt alleen de steeds schaarser wordende ruimte in de media liever om aanbevelingen te doen. Het aanbod is ondanks de crisis nog steeds heel groot. Met de Boekenweek in het zicht dient de postbus regelmatig met de bakfiets geleegd te worden.

Nu is het waar dat elke aandacht voor een boek welkom is. Ze kunnen je beter afkraken dan verzwijgen. Uw inktslaaf, dol op zelfkastijding, het contragewicht in gedachten, haalt derhalve een van de Vlaamse recensies over zijn roman aan:

‘Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt en er tussen België en Nederland prikkeldraad onder hoogspanning verschijnt, houdt de jeugdige Willem Treurwegen het voor bekeken. Gewapend met de revolver die hij van zijn oom Alfons gekregen heeft en diens valse soutane als vermomming – wat een paar scènes oplevert waar Ernst Claes bij zou schuddebuiken – vlucht hij op een nacht de grens over om bij onze noorderburen prompt in een krijgsgevangenenkamp te belanden. Hij wordt er immers van verdacht een gevluchte militair te zijn. Nog net niet ‘Tea for two and two for tea’ neuriënd graaft hij samen met een stel anderen een gang naar de vrijheid, waar een trein en een zee- en een luchtschip hem een beetje à la Jules Verne via Engeland achter de Duitse linie brengen, waar hij hangend aan een parachute plannen maakt voor het verzet. Bauer trekt zich op aan een paar bekende details over gas en vlammenwerpers en weet finaal niet te kiezen tussen een avonturenroman en een psychologisch drama waardoor zijn boek braafjes tussen twee stoelen belandt. En zo wordt het een treffende illustratie van het levensmotto van Willems smokkelende vriend Hans: ‘Alles heeft een einde, alleen de worst heeft er twee.’

De twee sterren van deze bespreking, volgens de canon:

Ernst Claes (1885 – 1968) was een Vlaams schrijver, beroemd geworden met zijn boek De Witte, een humoristische streekroman over een belhamel. In Vlaanderen was hij een van de meest gelezen auteurs.

Jules Verne (1828 – 1905) was een Franse successchrijver, beroemd door zijn visionaire romans zoals Twintigduizend mijlen onder zee en De reis om de wereld in tachtig dagen. Zijn gave om voorspellingen te doen berustte echter niet alleen op fantasie. Hij was zeer intelligent, was zeer goed op de hoogte van de technische ontwikkelingen van zijn tijd, deed degelijk onderzoek en paste wetenschappelijke logica toe. Naast een educatief element, bevatten zijn boeken ook een volwassen humor, die zelfs nu nog actueel is.

Guus Bauer

0