Het jaar 1949 was niet echt een lekker jaar voor Anna Blaman. Haar in 1948 uitgekomen roman Eenzaam avontuur was tweemaal het middelpunt van een controverse. Bij de start had de roman wel een positieve kritiek gekregen van Simon Vestdijk, maar Gabriël Smit schreef op 18 december 1948 over ‘een merkwaardig boek’ dat wel goed gecomponeerd is, maar:

Dat ‘gezonder leven’ zou best eens kunnen slaan op het homoseksuele motief dat ook een rol speelt in het boek. Het Dagblad, een in Batavia uitgegeven krant, kopt in een artikel op 18 juli 1949 ‘Pschychiatrisch rapport nog geen roman’ en noemt het boek stomvervelend.

In de tussentijd is er veel gebeurd. In Rotterdam werd een ‘Boekentribunaal’ georganiseerd rondom Eenzaam avontuur. Schrijver Albert Helman nam de rol van aanklager op zich en letterkundige Johan van der Woude verdedigde de schrijfster, die wijselijk genoeg niet was komen opdagen. Het Vrije Volk gaf de schrijfster gelijk.

Misschien een aardig bedoelde letterkundige grap, maar Blaman zelf werd er wel door in en hoek gezet. Dat gebeurde enkele maanden opnieuw toen de roman Eenzaam avontuur werd voorgedragen voor de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. De niet unanieme jury sloeg in haar voordracht voor de prijs een nogal aanmatigende toon aan. ‘Alles bijeen menen wij nog veel van haar talent te mogen verwachten, vooral wanneer zij erin slaagt haar voorstelling van het leven op een breder plan te brengen en zich in de toekomst niet blijft beperken tot het diep uitgraven van een begrensd en geïsoleerd levenssegment.’ Blaman weigerde daarop de prijs. ‘Is het ontvangen van een aanmoediging soms bijzonder aangenaam, in dit geval wordt zij gegeven op een wijze die eerder ontmoedigt dan aanmoedigt. Tegenover de lof van de Commissie staan bezwaren, die voor een groot deel niet het artistieke raken.’

We zijn nog steeds blij dat Anna Blaman niet voor het prijzengeld koos, maar voor de intellectuele variant van de opgestoken middelvinger.

(Zie voor meer achtergrond de aflevering van Benali boekt van vorig jaar).

1