Het tijdschrift Opzij heeft onderzoek gedaan naar het aantal vrouwelijke auteurs dat het afgelopen halfjaar werd gerecenseerd in de kranten NRC, Trouw en de Volkskrant, in vergelijking tot de hoeveelheid besproken mannelijke schrijvers. Het blijkt dat bijna driekwart van de gerecenseerde literatuur is geschreven door mannen. Aangezien er tegenwoordig door beide seksen evenveel wordt geschreven en gepubliceerd, zeggen de verhoudingen iets over de mentaliteit van critici.

Ze zijn bevooroordeeld, zo wordt gezegd in het artikel ‘Lekker ding kan schrijven’, waarin de resultaten van het onderzoek worden toegelicht. ‘Literatuur van vrouwen wordt minder dan die van mannen op zijn innerlijke merites beoordeeld.’ Adriaan Jaeggi begon zijn recensie van het werk van Jannah Loontjens namelijk met: ‘Een lekker ding. Laat ik dat maar vast zeggen.’ Het is inderdaad een weinig intelligente openingszin die vooral iets zegt over Jaeggi. Maar wat zegt Jaeggi’s testosteron over critici in het algemeen? Is dit de regel?

Als het wel over de inhoud gaat, dan worden thema’s als relaties of familie in het geval van schrijfsters weggezet als ‘persoonlijke wissewasjes’, terwijl dezelfde onderwerpen uit de pen van schrijvers als masculiene openhartigheden worden bejubeld. Op literaire festivals ontbreken vrouwelijke hemelbestormers, zo ook in de piste van het prijzencircus. In het artikel wordt een hoog verontwaardigde toon aangeslagen, maar ook een teleurgestelde zucht geslaakt: het is geen nieuws, dit nieuws.

De cijfers liegen helaas niet. Wij van Tzum doen het geen haar beter dan de kranten. We doen het zelfs een paar pijnlijke procenten slechter. Bij de dagbladen werd er gemiddeld 27% vrouw besproken. Tzum bracht u het afgelopen halve jaar 43 keer een mevrouw: 21% van het totale aantal recensies dat in die periode op de site verscheen.

Nu we ons bewust zijn van onze vooringenomenheid, moeten we de komende tijd misschien eens gaan nadenken over een recensieprotocol. Of gewoon meer schrijfsters doen. We beloven beterschap.

0