Houd je eigen niche in stand

Een man die een melanoom kweekt op de rug van zijn vrouw, een verhandeling over scheermesjes en wat je ermee kunt doen – in negerzoenen verbergen op kinderfeestjes bijvoorbeeld, een man die met zijn moeder naar bed gaat nadat zijn vader is overleden, een meisje met een spierziekte dat verkracht wordt, een eetclubje van mannen die baby’s bakken, alternatieve openingsvarianten op pornofilms; en dat zijn dan nog de meest onschuldige onderwerpen van de verhalen in En dan komen de foto’s van A.H.J. Dautzenberg. Geen verhalenbundel voor een gezellige middag bij de leeskring.

Dautzenberg provoceert graag in zijn verhalen door gruwelijke en smerige details op te nemen. Hij jaagt daarmee het grote publiek weg. Uit een zelfinterview dat is opgenomen in de bundel geeft Dautzenberg toe dat hij er niet is om de lezer te pleasen.

Het is een misverstand dat de schrijver zijn oren moet laten hangen naar de lezer. Het zou omgekeerd moeten zijn. Literatuur en kunst zijn marktcorrigerend. (…) Ik werk als schrijver niet vraaggericht.

130516_CT_en_dan_komen_de_fotos_brochure.inddOok in het verhaal ‘Kist mien kloeiten’ over een zwerftocht door Antwerpen waarin de marginale schrijver J.M.H. Berckmans centraal staat zie je die afkeer van de moderne literaire roman die het grote publiek bereikt in tegenstelling tot het werk van Berckmans.

Geen formulewerk waarover wordt vergaderd en waarbij redacteuren de tekst polijsten tot die in het empirisch onderbouwde marketingconcept past.

Dat klinkt mooi en het getuigt van grote artisticiteit om je af te keren van het publiek, maar met deze opvatting en met de verhalen in deze bundel creëert Dautzenberg natuurlijk zijn eigen publiek, die hij op dezelfde voorspelbare manier bedient als andere schrijvers het grote publiek. Door je te scharen in de hoek van schrijvers als A. Moonen, J.M.H. Berckmans, Jan Arends en Charles Bukowski houd je ook je eigen niche in stand.

In het zelfinterview zegt Dautzenberg ook dat hij ‘psychologiseren niet bijster interessant’ vindt. De daden van de personages zijn belangrijker, een schrijver hoeft niet uit te leggen waarom een personage zo handelt. Dat mag zo zijn, maar zonder duiding blijft alleen de provocatie over. Een verhaal waarin een vrouw wakker wordt en ontdekt dat ze naakt met de benen omhoog als menselijk toilet dient voor een groep mannen, lees je schouderophalend uit omdat er nauwelijks enige karaktertekening is. Op naar het volgende verhaal waarin een opa met een kind voorop de slee van een heuvel af tegen het prikkeldraad aan glijdt.

Coen Peppelenbos

A.H.J. Dautzenberg – En dan komen de foto’s. Atlas Contact, Amsterdam, 330 blz. € 19,95.

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant, 21 februari 2014.

0

Reacties