Na twintig jaar stilte

Tip Marugg was één van de zes genomineerde auteurs voor de AKO-prijs die in 1988 werd uitgereikt. Zijn derde roman moest dan ook al meteen weer herdrukt worden.

Na een stilzwijgen van meer dan twintig jaar publiceerde Tip Marugg (Curaçao, 1923) onlangs zijn derde roman: De morgen loeit weer aan. Het is een intrigerend en warmbloedig boek, dat bovenal heel on-Nederlands is. Bij herhaling deed het me denken aan de enige grote roman die Malcolm Lowry de wereld naliet, Under the Vulcano. De drank, de honden, de nachtelijke overdenkingen over de teloorgang van Latijns-Amerika — tal van ingrediënten zetten tot die vergelijking aan.

marugg morgen loeitEr wil echter niet mee gezegd zijn dat Marugg aan Lowry schatplichtig is, daarvoor zijn de verschillen te groot. De bouwstenen mogen dan gelijkenis vertonen, Marugg creëert er een hoogst persoonlijk verhaal mee, vol autobiografische elementen. En een heel eigen sfeer: stijl en constructie tonen van meet af aan een auteur die van realisme weinig moet hebben. Zijn dromen groeien uit tot weidse fantasieën, alcohol leidt tot hallucinaties. Ze resulteren in een verhevigd inzicht, waarin niet alleen de eigen ervaringen worden gewogen maar ook de contemporaine geschiedenis van een continent.

De twintigste eeuw liep langzaam ten einde, ik lag op mijn rug en keek naar de sterren en de zilveren schijf aan het gewelf. Ik ben een lang en mager mens, mijn voeten raakten de zuidpunt van Argentinië en Chili en mijn hoofd lag tegen het kustgebergte van Venezuela. Ik strekte mijn armen zijwaarts uit en mijn linkerhand betastte de Atlantische kust van Brazilië en mijn rechter de westkust van Peru. Ik strekte mijn armen over mijn hoofd en mijn vingertoppen telden de Caribische eilanden. Op het hele continent en op al de eilanden was het donker en het donker duurde een volle nacht.

In zon nacht speelt Maruggs verhaal zich af. De hoofdpersoon, met ‘ik’ aangeduid, zit op de veranda voor zijn huis, omringd door vier honden. Hij drinkt whisky en ijskoud Hollands bier en kijkt uit over de met onkruid begroeide tuin. In zijn gedachten passeert zijn leven de revue: zijn ontwikkeling tot ‘een kluizenaar die alle mensenkinderen aan zijn laars lapt.’ De indrukken die aan die ontwikkeling hebben bijgedragen worden terloops aangeduid: een katholieke opvoeding, deels in Venezuela, de eerste seksuele ervaringen, nachtelijke zwerftochten om te kijken naar de collectieve zelfmoord van vogels die zich tegen een bergwand te pletter vliegen, maatschappelijke veranderingen, revolte. Geen van die onderwerpen wordt op zichzelf tot een thema gemaakt, Marugg laat alleen de essentie ervan zien: hun plaats in het geheel van een leven, hun onderlinge samenhang en invloed. Aldus ontstaat het portret van een man die heeft besloten zich van conventies niets aan te trekken en daaraan zijn zelfbewustzijn ontleent.

Wat de beschreven nacht, vergeleken met andere nachten, zo bijzonder maakt is dat het de nacht van de zelfmoord is. De drank wordt bewuster gedronken, de honden hoeven niet meer uit, er wordt een laatste sigaret gerookt, het pistool wordt klaargelegd. Om drie uur is het ‘volbracht’: het leven is geleefd, het verval van het continent beschreven. Als het schot eenmaal geklonken heeft, zullen ook de Caribische eilanden in een ‘kolkende maalstroom’ worden meegesleurd — de dood van de ‘ik’ is tevens de apocalyps van het continent. Het is zoals we onze dood het liefst denken: het einde van alles. Tip Marugg komt de verdienste toe zo’n einde in heldere beelden te hebben geschilderd. De morgen loeit weer aan is een somber boek, en tegelijkertijd is het doortrokken van vitaliteit en een niet aflatende verwondering.

Tip Marugg – De morgen loeit weer aan. De Bezige Bij, Amsterdam, 1988, 144 blz.

Anton Brand

Deze recensie verscheen eerder in het Nieuwsblad van het Noorden, 15 april 1988.

0

Reacties