In het rapport dat de jury van de Libris Literatuur Prijs gisteren presenteerde wordt een grote stijging in vrouwelijke schrijvers opgemerkt. Het viel de jury op hoeveel ‘jonge, vrouwelijke debutanten het voorbije jaar heeft opgeleverd die niet alleen qua kwantiteit, maar ook qua literaire kwaliteit menig mannelijke vakgenoot ver achter zich lieten.’ Toch haalden maar twee vrouwen de shortlist (waarvan een debutant): Esther Gerritsen en Niña Weijers.

De jury ging in het gepresenteerde rapport verder in op de veranderingen die deze opkomst van vrouwelijke schrijvers teweeg kan brengen in de Nederlandse literatuur. Zo stellen zij dat schrijfsters nieuwe thema’s op tafel leggen:

Waar tot voor kort de Nederlandse literatuur vaak niet veel verder keek dan de eigen huiskamer, blijken deze jonge vrouwen alle ramen en deuren open te gooien en de wereld onverschrokken tegemoet te treden. De zoektocht naar het eigen ik en hoe dit in verhouding staat tot de rest van de mensheid is daarbij meer dan eens het onderliggende thema, en kunst blijkt dan een uitgelezen middel om die verhouding uit te klaren.

De onderrepresentatie van vrouwen is een terugkomend commentaar op vrijwel elke shortlist van een (literaire) prijs – en niet zonder reden. De Libris Literatuurpijs bijvoorbeeld werd sinds de oprichting slechts twee keer uitgereikt aan een vrouw: in het oprichtingsjaar 1994 ging de prijs naar Frida Vogels voor De harde kern en in 2008 werd Sleur is een roofdier van D. Hooijer  bekroond. De overige 19 keer won een man. Als we het rapport van de jury van dit jaar mogen geloven, komt daar de komende jaren wellicht verandering in.

0