De bedrieglijke vermomming van sombermans

Een autobiografie in columnachtige delen, zo zou je Compositieportret van Nicolaas Matsier het best kunnen typeren. In zo’n zestig stukken die alfabetisch geordend zijn, krijg je een portret van de schrijver en zijn leven. Beginnend met de stukken ‘Aforisme’, ‘Anamnese’, ‘Bank’, ‘Bloed’ en eindigend met ‘Zakkammetje’, ‘Ziel’ en ‘Zij’.

Opmaak 1Er zit niet echt een dwingende logica in de gekozen woorden, die soms een persoonlijke anekdote inluiden en soms in het algemeen ingaan op de betekenis, waarbij de auteur het niet onbelangrijk vindt om te benadrukken dat hij een klassieke opleiding heeft gehad. ‘In de wereld van ziekenhuizen en wachtkamers waarin mijn vrouw en ik komen te verkeren, komt het een enkele keer goed uit dat ik Grieks ken.’ Het is de eerste zin van een stuk waarin aan de orde komt dat de vrouw van Matsier aan acute myeloïde leukemie lijdt. Hij wijdt er, verspreid over het boek, enkele stukken aan, waarin de aanzegging van de ziekte, het verloop en de genezing aan de orde komt. Matsier brengt dit heftige onderwerp haast afstandelijk. Zo gaat het in het stuk waarin de ziekte een naam krijgt voornamelijk over de zoektocht naar de betekenis van het woord myeloïde.

Toch kleuren die paar stukken over de ziekte de andere stukken die bijvoorbeeld over het geloof gaan of de dood (over het grafschrift, over de vraag of je gecremeerd of begraven wilt worden) of over een jeugdherinnering. Ze krijgen met de vergankelijkheid binnen handbereik een urgent karakter. Dat kan niet van elk stuk gezegd worden, want soms zijn het vrij algemene woorden die aan de orde komen, zoals het woord ‘gezicht’, waarin de auteur tot de niet erg verrassende ontdekking komt dat het gezicht niet altijd een correcte weergave is van de innerlijke gemoedstoestand. ‘Want binnen mijn enigszins bedrieglijke vermomming van sombermans woon ik namelijk gewoon zelf. En zo erg als dat lijkt is het helemaal niet, dat weet ik uit ervaring.’

Matsier houdt ervan om vragen te stellen, die hij daarna zelf wijdlopig beantwoordt. ‘Is degene die je geworden bent een soort landschap, opgebouwd als een sedimentatie van al je eerdere stemmingen?’ Of van filosofische stellingen: ‘Je zou jezelf ook kunnen beschrijven als de optelsom van al degenen die je niet geworden bent.’ Interessant, maar door het gebrek aan noodzaak ga je snel naar het volgende woord, terwijl je het vorige stuk al aan het vergeten bent.

Coen Peppelenbos

Nicolaas Matsier – Compositieportret. De Bezige Bij, Amsterdam, 256 blz. € 19,90.

Deze recensie verscheen eerder in de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 21 augustus 2015.

0